op zoek naar de verdwenen abdij
Maior Ecclesia, de beroemde abdijkerk van CLUNY III,
behoort eeuwenlang tot de grootste kerken van het middeleeuwse Westen.
Van deze enorme kerk en de machtige abdij die haar omringt,
blijft na de Franse Revolutie nog geen tiende deel over.
Toch zijn verrassend veel sporen van het voormalige kloostercomplex bewaard gebleven.
Sommige gebouwen staan nog overeind, andere zijn alleen als archeologische resten herkenbaar.
Tijdens deze wandeling komen de verschillende onderdelen van het voormalige abdijcomplex stap voor stap in beeld.
De wandeling laat zien hoe de verschillende onderdelen van de abdij met elkaar verbonden zijn
en welke functie ze binnen het kloosterleven hebben.
Oude plattegronden, opgegraven fundamenten en moderne reconstructies helpen om het middeleeuwse Cluny opnieuw voor ogen te krijgen.
Tegelijkertijd wordt duidelijk hoeveel van het oorspronkelijke abdijcomplex is verdwenen.
Wil je meer weten over de geschiedenis van de abdij, lees dan:
Cluny, opkomst macht en ondergang van een abdij
waarin het verhaal van Cluny door de eeuwen heen wordt beschreven.
Onze ontdekkingstocht door CLUNY III begint aan de rue d’Avril,
bij de Porte d’Honneur, de monumentale toegang tot het voormalige abdijcomplex.
La Porte d'Honneur: toegang tot de heilige stad
Je staat nu op een plek waar zich eeuwenlang de grens bevindt tussen de stad en de wereld van de abdij.
Vanaf het begin van de 12e eeuw vormt deze poort de belangrijkste toegang tot het enorme abdijcomplex van CLUNY III. Ze staat in het verlengde van de narthex en het schip van de Maior Ecclesia.
Middeleeuwse bezoekers krijgen in de 12e eeuw vanaf deze plaats onmiddellijk zicht op de westzijde van de abdijkerk. De poort is niet alleen een doorgang, maar ook ontworpen als een monumentale entree die de betekenis en macht van de abdij laat zien.
De inspiratie komt uit de Romeinse architectuur. De vormgeving met het dubbele portaal doet denken aan de oude Romeinse stadspoorten van Autun, in het bijzonder de Porte d’Arroux. Dat is niet toevallig. Autun is in de Romeinse tijd een belangrijke stad met monumentale poorten die eeuwen later nog steeds als voorbeeld dienen. De arcades in Cluny worden versierd met pilasters met verticale groeven, zuilen en Korinthische kapitelen die rond 1120-1130 worden uitgehouwen.
De poort heeft twee doorgangen met ieder een deur die kon worden afgesloten.
In de 16e eeuw is de Porte d’Honneur onder abt Claude de Guise verhoogd met een tweede niveau. Deze bovenbouw verdwijnt later grotendeels.
Tijdens de Franse Revolutie wordt de Porte d’Honneur gedeeltelijk verwoest. De bijbehorende romaanse porterie wordt in dezelfde periode afgebroken en een deel van de bovenste decoratie van de poort gaat verloren. Van de monumentale toegang zijn vooral de twee grote arcades bewaard gebleven.
De verdwenen bovenbouw moet je er als het ware bij denken. Daarmee is deze plek meteen een eerste kennismaking met een belangrijk thema van deze wandeling: bij CLUNY III zie je voortdurend slechts een deel van wat er ooit stond. De resten die bewaard zijn gebleven, vormen aanwijzingen waarmee je de verdwenen abdijkerk en haar omgeving kunt verbeelden.
Wie liepen onder deze poort door?
Door deze poort komen talloze pelgrims, abten, koningen en pausen de abdij binnen. Cluny is in de Middeleeuwen een belangrijk klooster en pelgrimsoord. Abten ontvangen hooggeplaatste gasten en machthebbers. Pelgrims komen naar Cluny om de abdij en haar relieken te bezoeken.
Onder de bezoekers bevinden zich kardinaal Richelieu, de keizer van Constantinopel en koning Lodewijk IX, de latere Saint-Louis. Na het passeren van de poort krijgen zij zicht op het indrukwekkende beeld van de Maior Ecclesia.
Loop nu onder de Porte d’Honneur door.
De verdwenen porterie
Achter de Porte d’Honneur bevindt zich oorspronkelijk een porterie, het poortgebouw dat toegang geeft tot het kloostercomplex. De porterie dateert uit de romaanse periode en vormt samen met de poort een belangrijke overgang tussen de stad en het afgesloten domein van de abdij.
Bezoekers, pelgrims en goederen worden ontvangen en gecontroleerd voordat zij het kloosterterrein binnengaan. De romaanse porterie wordt later afgebroken en van het oorspronkelijke gebouw blijft bovengronds niets bewaard.
Het begin van de volgende etappe van de wandeling: recht voor je zie je de overblijfselen van twee torens: de Barabans. Maar blijf eerst nog even staan en kijk in de richting van de verdwenen Maior Ecclesia. Vanaf deze plek kun je je het beste voorstellen hoe de torens van CLUNY III boven de kerk uitstaken.
De zeven torens van CLUNY III
De abdijkerk krijgt een hoge toren als zichtbaar teken van de macht en het aanzien van de abt. In het midden stond de Clocher du Chœur, de grootste en hoogste toren van de kerk. Hij stond boven de kruising van het grote transept en rijst ongeveer 35 meter boven de kerk uit.
Aan weerszijden van deze centrale toren stonden twee achthoekige torens. Aan de zuidzijde de Clocher de l’Eau Bénite, die nog altijd overeind staat. Deze toren is het duidelijkst herkenbare overblijfsel van de torenbouw van de abdij. Aan de noordzijde van de Clocher du Chœur stond de Clocher des Bisans, terwijl achter deze centrale toren, boven het kleine transept, de Tour des Lampes verrees.
Ten zuiden van de Clocher de l’Eau Bénite zie je ook de Tour d’Horloge nog fier overeind staan. De toren dankt zijn naam aan het uurwerk dat oorspronkelijk in de toren aanwezig is.
Zo bestaat het oorspronkelijke torenlandschap van CLUNY III uit zeven torens: de Clocher du Chœur, aan weerszijden de twee kleinere achthoekige torens, de Tour des Lampes, de Tour d’Horloge en de Barabans, de twee verdedigingstorens.oven op
L'Eau Bénite: de overgebleven klokkentoren van de Maior ecclesia
Deze achthoekige toren staat boven de koepel van de centrale travee van de zuidelijke arm van het grote dwarsschip. Hij dateert uit de tweede helft van de 12e eeuw en heeft een zorgvuldig uitgewerkte gevel met twee niveaus. Het onderste niveau is versierd met een motief van kruisen, het bovenste met een motief van parels. De Clocher de l’Eau Bénite is tot en met het kruis 67 meter hoog.
De piramidevormige spits van de toren wordt in de 15e eeuw onder abt Jean de Bourbon herbouwd. De huidige spits vervangt daarmee de oudere dakconstructie van de 12e-eeuwse toren. Het ontwerp van deze spits wordt later als voorbeeld gebruikt voor verschillende klokkentorens in Cluniacische kerken, waaronder die van Paray-le-Monial.
Loop naar beneden tot aan de overblijfselen van de torens.
De twee Barabantorens: de versterkte toegang tot CLUNY III
Aan de westzijde van de abdijkerk staan de overblijfselen van de twee Tours Barabans. Deze versterkte torens uit 1230 behoren tot de verdedigingswerken van CLUNY III en waren 47 meter hoog en voorzien van een houten dak. De Barabans hebben naast hun verdedigende functie ook een belangrijke representatieve rol bij de monumentale toegang tot de kerk. De twee zware torens aan weerszijden van de narthex staan bekend als de Barabans. De naam verwijst waarschijnlijk naar de enorme klokken die er ooit in hingen.Deze klokken werden later onder abt Claude de Guise verwijderd en tot kanonnen omgesmolten voor de vesting Lourdon.
Aan de westzijde van de abdijkerk staan de overblijfselen van de twee Tours Barabans. Deze versterkte torens uit 1230 maken deel uit van de verdedigingswerken van CLUNY III. Ze zijn oorspronkelijk 47 meter hoog en voorzien van een houten dak. Naast hun verdedigende functie vervullen de torens ook een belangrijke representatieve rol bij de monumentale toegang tot de kerk.
De naam Barabans verwijst waarschijnlijk naar de grote klokken die ooit in de torens hangen. Onder abt Claude de Guise worden deze klokken verwijderd en tijdens de godsdienstoorlogen omgesmolten tot kanonnen voor de vesting château de Lourdon.
De noordelijke toren, de Tour des Archives (Turris privilegiorum), krijgt vanaf 1403 een dubbele functie als klokken- en archieftoren. Op oude plattegronden wordt hij ook aangeduid als Tour des Archives et Trésor.
Aan het einde van de 15e eeuw laat abt Jacques d’Amboise een overdekte gang bouwen die de archiefruimte met het abdijcomplex verbindt. Deze gang blijft tot het einde van de 18e eeuw in gebruik. Tijdens de afbraak van de abdij na de Franse Revolutie worden de bovenste verdiepingen van de toren gesloopt. Van de oorspronkelijke toren resteert nog ongeveer 17,5 meter.
De zuidelijke toren staat bekend als de Tour des Bisans, ook wel Tour de la Justice genoemd. Die naam verwijst naar de functie van de toren als gerechtsruimte en gevangenis. Van deze toren zijn slechts beperkte resten overgebleven.
De maquette van CLUNY III
Kijk op het voorplein naar de maquette van CLUNY III. Het reliëf laat de volledige plattegrond van de Maior Ecclesia zien. De nog bestaande delen zijn als donkere, verhoogde volumes weergegeven, terwijl de verdwenen delen als vlakke lijnen en markeringen op het oppervlak zijn aangegeven.
Je kunt de verschillende onderdelen van de kerk goed herkennen (je kijkt richting het oosten):
- onderaan de westzijde met het narthex en de twee Barabans;
- het lange schip, met een breed middenschip en aan weerszijden twee zijbeuken;
- het grote transept en het koor;
- aan de rechterzijde de nog bestaande zuidelijke transeptarm.
De maquette geeft een duidelijk beeld van de omvang van de Maior Ecclesia en van de verhouding tussen de verschillende onderdelen.
Hier ligt een monumentale trap die met 41 treden van het voorplein naar de toegang van het narthex (avant-nef) leidt.
Ga nu verder naar het voormalige narthex, tussen de Barabans door.
Narthex: de indrukwekkende entree van de abdijkerk CLUNY III
De bouw van het narthex (avant-nef) begint rond 1130. De drie verdiepingen hoge ruimte vormt de overgang tussen de wereld buiten de abdij en de heilige ruimte van de kerk. Pelgrims, boetelingen en deelnemers aan plechtige processies, zoals de Palmprocessie, verzamelen zich hier voordat zij de abdijkerk binnengaan. Ook begrafenisdiensten vinden in het narthex plaats.
De monumentale toegang tot het narthex ligt tussen de twee Barabans.
De ingang van het narthex ligt tussen de Barabans. De wanden zijn voorzien van afbeeldingen van de Apocalyps, die de bezoeker voorbereiden op het grote mysterie dat zich in de kerk afspeelt.
In de Cluniacenzer traditie heeft het narthex een symbolische betekenis. De ruimte verwijst naar de periode tussen de Verrijzenis en de Hemelvaart van Christus, als Hij in Galilea aan zijn leerlingen verschijnt. Daarom wordt een narthex ook aangeduid als Galilée of Paradijs.
Een bouwproject van bijna een eeuw
Hoewel de grote abdijkerk in 1130 door paus Innocentius II wordt ingewijd, is CLUNY III dan nog niet helemaal voltooid. Aan het narthex wordt nog lange tijd verder gebouwd. Het omvangrijke bouwprogramma duurt waarschijnlijk tot rond 1230.
Licht door een enorm roosvenster
De westgevel van het narthex moet bijzonder indrukwekkend zijn geweest. Hoog boven de ingang bevindt zich een roosvenster met een doorsnede van bijna tien meter, zo valt het licht van de ondergaande zon diep het narthex binnen.
Boven de arcaden loopt een gebeeldhouwd fries met onder meer rozetten, fabeldieren en medaillons. Een deel van deze sculpturen is bewaard gebleven in het naastgelegen Musée d’Art et d’Archéologie.
Van het narthex zelf is na de afbraak van de abdijkerk vrijwel niets over. Archeologische opgravingen hebben de lijnen van de muren en de plattegrond echter opnieuw zichtbaar gemaakt. Als je hier staat, kun je nog enigszins ervaren hoe indrukwekkend de entree moet zijn geweest.
Het paaslam van Cluny
IN CELO MAGNUS HIC PARVUS SCULPOR UT AGNUS
Hier word ik als een klein lam gebeeldhouwd, in de hemel ben ik groot
De Agneau Pascal, het paaslam, is de sluitsteen van de vijfde travee van het narthex. De steen, met een diameter van 82 centimeter, valt bij de afbraak van de abdijkerk naar beneden. Als door een wonder blijft hij vrijwel onbeschadigd. Het Paaslam draagt een veelzeggende Latijnse inscriptie.
Deze bijzondere sluitsteen kun je nog zien in de kelder van het Musée d’Art et d’Archéologie. De vrijwel onbeschadigd bewaarde steen is uitgegroeid tot een krachtig symbool van Cluny.
Vervolg je weg vanaf het narthex verder over de plaats waar ooit het enorme schip van de Maior Ecclesia stond.
Het verdwenen Grand Portail
Aan het einde van het narthex bereik je de plaats van het monumentale westportaal van de Maior Ecclesia, het Grand Portail. De eigenlijke doorgang naar het schip wordt bekroond door een enorm gebeeldhouwd timpaan. Dit timpaan stond dus in de narthex van de kerk.
Onder het timpaan bevindt zich een rijk gebeeldhouwde latei. Rond het timpaan lopen versierde boogranden met afbeeldingen van onder meer engelen, patriarchen en profeten. Het complete portaal is 16,60 meter hoog en 14,65 meter breed.
Het portaal wordt rond 1110-1120 gemaakt. Het timpaan dateert uit ongeveer 1115-1125 en bestaat uit één enorm steenblok van ongeveer 23 ton. Centraal staat Christus in majesteit, omgeven door engelen en de symbolen van de vier evangelisten. Het geheel is oorspronkelijk rijk beschilderd en gedeeltelijk verguld.
Het Grand Portail behoort tot een eerdere bouwfase van CLUNY III. Het narthex wordt later vóór het portaal gebouwd, waardoor het portaal gedeeltelijk wordt omsloten.
Op 8 mei 1810 wordt het Grand Portail met explosieven verwoest. Later worden duizenden fragmenten teruggevonden. Een deel daarvan is te zien in het Musée d’Art et d’Archéologie, waaronder fragmenten van de beeldhouwkunst van het portaal. In het Louvre kun je de adelaar, het symbool van de evangelist Johannes, afkomstig van het timpaan en gedateerd rond 1115-1125 terugvinden.
Het schip van de Maior Ecclesia
De kerk is 187 meter lang en heeft vijf beuken: een breed middenschip met aan weerszijden twee zijbeuken. Het middenschip is 38,50 meter breed.
De zware kolommen en pijlers dragen de grote arcades die het middenschip van de zijbeuken scheiden. Daarboven rijst het schip tot een hoogte van 29,50 meter, waar oorspronkelijk het tongewelf begint. Ongeveer 300 ramen zorgen voor licht in de enorme kerkruimte.
Van het schip zijn vooral de funderingen en delen van de pijlers bewaard gebleven. De lage muren en stenen die je ziet, markeren de oorspronkelijke indeling. Op de grond kun je de lijnen van de voormalige muren en pijlers volgen.
Zijbeuk / zijschip: een langgerekte ruimte evenwijdig aan het middenschip, gescheiden door kolommen, pijlers of zuilen (eventueel met arcades).
Aan het einde van het voormalige schip kom je bij de plaats van het grote transept. Je kunt niet rechtstreeks verder lopen, want de huidige weg ligt tussen het schip en het transept.
Het grote transept
Aan de overkant van de weg ligt aan de rechterzijde het grote transept van CLUNY III. Het grote transept strekt zich over ongeveer 73 meter van noord naar zuid uit en vormt een enorme dwarsruimte in de kerk. Boven de centrale kruising staat de Clocher du Chœur, de grootste en hoogste toren van de kerk.
De reconstructies geven een indruk van de vorm en afmetingen van de oorspronkelijke kolommen en laten zien hoeveel gewicht zij moesten dragen.
Transept: een dwarsbeuk / dwarsschip is het deel van een kerk dat haaks op de lengteas (het schip) van de kerk staat.
Via de trappen kom je op de Rue du 11 août 1944, waar de ingang van het abdijcomplex is. Binnen kun je onder andere het grote transept en de twee kapellen in de zuidelijke transeptarm van binnenuit bekijken.
Palais du Pape Gélase: toonbeeld van wereldlijke macht
Je komt binnen in het Palais du Pape Gélase, genoemd naar paus Gélase II, die, gevlucht uit Rome, in 1119 in Cluny verblijft en in de abdij overlijdt.
Het paleis dient als verblijf en werkruimte van de abt en als plaats waar vorsten, pausen en andere hooggeplaatste gasten worden ontvangen. Daarmee onderstreept het de wereldlijke en diplomatieke rol van de abten van Cluny, die regelmatig bemiddelen in Europese conflicten.
Het huidige gebouw kent verschillende bouwfasen. De bovenste verdieping met de gotische vensters dateert uit 1300-1330.
De twee onderste vensterlagen worden in 1873 volledig gereconstrueerd. Ook de voorgevel verandert in de loop van de tijd. De poort die volgens de overlevering in opdracht van Richelieu in Lodewijk XIII-stijl wordt aangebracht, wordt in de 19e eeuw verwijderd om het middeleeuwse karakter van de gevel te herstellen.
Het Palais Gélase behoort tot de gebouwen die de Franse Revolutie grotendeels overleven. De verschillende bouwfasen die je ziet, laten iets zien van de lange geschiedenis van het abdijcomplex.
In het Palais kun je digitale reconstructies en een 3D-film bekijken. Ze brengen de verdwenen Maior Ecclesia digitaal weer tot leven en laten zien hoe de kerk en klooster er oorspronkelijk uitzien. Zo kun je de resten die je tijdens de wandeling tegenkomt beter te plaatsen.
Na de films gaan we verder naar het bewaard gebleven deel van het zuidelijke transept.
Galilea Passage: een doorgang met een bijzondere betekenis
Het leven van de monniken van Cluny kent grote processies, waarvan de routes nauwkeurig zijn afgestemd op de liturgische kalender. Tijdens deze plechtige rondgangen bewegen de monniken zich door verschillende delen van het kloostercomplex. De Passage Galilée vormt een belangrijke verbinding tussen het klooster en de abdijkerk, de Maior Ecclesia. Via deze doorgang kunnen de monniken vanuit het klooster naar de kerk lopen.
De naam verwijst naar Galilea, de plaats waar Christus na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen verschijnt. De ruimte heeft daarmee een symbolische betekenis als overgang tussen het aardse leven en de hemelse bestemming.
Het Passage Galilée maakt deel uit van de bezoekersroute. Hier worden waardevolle reliekhouders tentoongesteld en sinds 2025 ook een uitzonderlijke middeleeuwse muntschat.
De zuidelijke transeptarm, nu van binnenuit
Je komt nu in het bewaard gebleven zuidelijke deel van het grote transept. Na het lopen over de plaats van het verdwenen schip verandert het beeld volledig: hier staan nog muren, zuilen, bogen en gewelven van de Maior Ecclesia overeind.
Deze transeptarm ligt dwars op het schip en eindigt aan de zuidzijde onder de achthoekige Clocher de l’Eau Bénite. Deze klokkentoren staat boven de koepel van de centrale travee van de transeptarm. De ruimte bereikt een hoogte van 30 tot 33 meter en de toren, die dateert uit de tweede helft van de 12e eeuw, rijst daar nog ongeveer 30 meter bovenuit.
In het midden kruist het transept het schip. Vanuit deze kruising loopt het schip verder naar het oosten, richting het koor. De hoge spitsbogen en Korinthische kapitelen benadrukken de enorme hoogte van de ruimte. Je krijgt een beter beeld van de monumentaliteit van de Maior Ecclesia dan bij de funderingen buiten.
De zuidelijke transeptarm maakt deel uit van de grote liturgische ruimte van de Maior Ecclesia. De kerk is ingericht voor de uitgebreide liturgie van de Cluniacenzers en voor de verering van relieken, waarvoor ook pelgrims naar Cluny komen.
Kijk ook naar de vloer. De positie van de Tour de l’Horloge is in de vloer gemarkeerd. Zo kun je zien hoe deze toren zich ten opzichte van de zuidelijke transeptarm en de voormalige abdijkerk bevindt.
Twee kapellen in de zuidelijke transeptarm
De twee kapellen laten het verschil zien tussen de romaanse bouwperiode van CLUNY III en een latere gotische toevoeging. De linkerkapel, de Chapelle Saint-Martial, is in de 14e eeuw door abt Pierre de Chastellux in gotische stijl herbouwd.
De romaanse absidiole is gewijd aan de heilige Stefanus en vormt de Chapelle Saint-Étienne. De kapel sluit met haar halfronde vorm en romaanse architectuur aan bij de oorspronkelijke bouw van CLUNY III.
Piscine liturgique: een liturgisch bekken
In de muur van de chapelle Saint-Etienne bevinden zich twee kleine, uit steen gehouwen bekkens: een liturgische piscina. Na de mis worden hierin de resten van wijwater en wijn gegoten. Deze vloeistoffen worden niet zomaar weggegooid, omdat ze tijdens de liturgie zijn gebruikt. Via een afvoer verdwijnen ze rechtstreeks in de grond. Zo kunnen liturgisch gebruikte vloeistoffen rechtstreeks in de bodem verdwijnen.
Nu heb je je verbeeldingskracht nodig. Vanaf het zuidelijke transept loopt de verdwenen kerk in gedachten verder naar het oosten, naar het indrukwekkende koor, de kooromgang en de straalkapellen.
Het verdwenen koor van de Maior Ecclesia
Ten oosten van het grote transept ligt het tweede, veel kleinere transept. Het staat dus tussen het grote transept en het koor en vormt een tweede dwarsarm in de kerk. Het is veel kleiner dan het enorme transept dat je zojuist hebt gezien. Op de plaats van dit tweede transept zijn nog resten van de funderingen bewaard.
Het koor, de kooromgang en de kapellen
Het koor heeft een halfronde apsis met daaromheen een kooromgang. Vanuit deze omgang zijn vijf straalkapellen bereikbaar. De kapellen liggen als een halve cirkel rondom de apsis en vormen het oostelijke uiteinde van de kerk.
De kooromgang is kenmerkend voor de opbouw van de Maior Ecclesia. Vanuit de zijbeuken kunnen monniken en pelgrims langs het koor naar de kapellen lopen. De kapellen zijn gewijd aan verschillende heiligen en bieden ruimte voor altaren en de verering van relieken.
Het hoogaltaar
In het midden van het koor bevindt zich het sanctuarium met het hoogaltaar. Dit is het liturgische centrum van de kerk. De omvangrijke koorpartij is afgestemd op de uitgebreide liturgie van de Cluniacenzer monniken.
Vanaf de zuidelijke transeptarm ga je naar de Chapelle de Jean de Bourbon. Deze kapel ligt aan de zuidzijde van de voormalige abdijkerk, naast het kleine transept.
Chapelle de Jean de Bourbon
Abt Jean de Bourbon laat in 1480 zijn eigen gebeds- en grafkapel bouwen binnen het bestaande abdijcomplex. De grote romaanse abdijkerk is dan al meer dan drie eeuwen oud. De kapel vormt een opvallend laatgotisch element naast de resten van CLUNY III.
De kapel is gebouwd in de flamboyante gotiek, met hoge spitsboogramen, verfijnde natuurstenen details en een rijk netgewelf. Op de sluitstenen van het gewelf zijn de wapens van Jean de Bourbon, zijn bisschopszetel en de abdij van Cluny aangebracht. De consoles dragen gebeeldhouwde profeten.
Na de Chapelle de Jean de Bourbon loop je terug naar de kloostergang.
De kloostergang en kapittelzaal
De kloostergang: het hart van het klooster
Vanaf 1750 worden de kloostergebouwen van Cluny, net als veel andere abdijen in die tijd, herbouwd. De nieuwe gebouwen krijgen een monumentale uitstraling in klassieke stijl, met brede galerijen, grote trappen en strak aangelegde tuinen. De voormalige kleine middeleeuwse kloostergang uit de 11e eeuw wordt vervangen door een grote vierkante kloostergang.
De kloostergang vormt het centrale verbindingspunt van het klooster. Vanuit deze gang lopen de monniken naar de kerk, de kapittelzaal en andere kloostervertrekken. De kloostergang biedt ook ruimte voor gebed en bezinning.
Aan de kloostergang ligt de salle du capitulaire.
De kapittelzaal: het bestuurlijke hart van de abdij
Al sinds de tijd van de Maior Ecclesia vormt deze ruimte het bestuurlijke hart van de abdij. De naam van de salle capitulaire verwijst naar het Latijnse capitulum, klein hoofdstuk.
Iedere ochtend komen de monniken bijeen om te luisteren naar de abt, die een hoofdstuk uit de Regel van Benedictus voorleest. Vanuit die gewoonte wordt ook de bijeenkomst zelf een kapittel genoemd en krijgt zo’n ruimte de naam kapittelzaal.
Hier belijden monniken hun zonden en bespreken zij zaken die het dagelijks leven en de organisatie van het klooster betreffen. Belangrijke beslissingen over het bestuur van de abdij worden in de kapittelzaal genomen en vastgelegd in officiële oorkonden.
Langs de wanden staan twee rijen banken, waardoor tijdens grote bijeenkomsten plaats is voor 250 monniken. De ruimte is oorspronkelijk groter dan het gedeelte dat nu zichtbaar is.
De huidige banken markeren de plaats van de oorspronkelijke zitbanken uit de 13e eeuw, die tijdens archeologisch onderzoek op een lager niveau zijn teruggevonden. Ze beschermen ook oudere resten waaronder een afgesleten drempel en versierde vloertegels.
In de kloostergang kun je een zonnewijzer ontdekken met het opschrift EX IIS UNAM CAVE. Aan het einde van de gang wacht het lavabo, de wasplaats van de monniken.
Op verschillende plekken in de abdij vind je beschilderd en verguld smeedijzerwerk van Jean Julien, een getalenteerde siersmid die als monnik de naam frère Placide draagt. Hij maakt onder meer de balustrades van de balkons en trappen en verschillende andere decoratieve ijzerwerken.
Let op de monumentale trapleuning van frère Placide, een prachtig voorbeeld van zijn smeedkunst dat de 18e-eeuwse abdijgebouwen een bijzonder accent geeft.
Vanuit de kloostergang kom je in de vestibule d’axe van het huidige abdijcomplex en kun je naar de tuinen lopen.
Vestibule d'axe
De vestibule d’axe is een ruime, overwelfde doorgangsruimte in de 18e-eeuwse kloostergebouwen. De ruimte maakt deel uit van de monumentale herbouw van de abdij vanaf 1750.
Vanuit de vestibule ga je door de grote deuren naar buiten, waarna je in de 18e eeuwse tuin van de abdij komt.
Een tuin vol zichtlijnen
De tuin maakt deel uit van de nieuwe opzet van het kloostercomplex. De ruime aanleg past bij de 18e-eeuwse behoefte aan licht, ruimte en comfort binnen de kloostergebouwen.
Het ontwerp is strak en regelmatig, passend bij de Franse tuinstijl van die tijd. Rechte zichtlijnen, bomen en zorgvuldig aangelegde paden bepalen het beeld.
Een andere blik op de abdij
Kijk even terug naar de gebouwen. De klassieke gevels zijn volgens een strak en regelmatig ontwerp opgebouwd. Je ontdekt steeds meer siersmeedwerk van frère Placide.
Vanuit de tuin kun je naar de Farinier lopen, een van de belangrijkste middeleeuwse gebouwen die binnen het abdijcomplex bewaard zijn gebleven.
De Farinier: een gebouw dat de eeuwen doorstaat
Het gebouw dateert uit de 13e eeuw en dient oorspronkelijk als opslagplaats voor graan en andere levensmiddelen. De grote zaal op de bovenverdieping herken je aan de zware muren en het indrukwekkende eikenhouten gebinte in de vorm van een omgekeerde scheepsromp.
In de Farinier staan acht kapitelen uit de Maior Ecclesia, afkomstig uit de ronding van het koor. Op de benedenverdieping bevindt zich een grote kelder die deel uitmaakt van het oorspronkelijke gebouw.
Tijdens deze ontdekkingstocht zie je op verschillende plaatsen archeologische resten van de verdwenen abdij. Funderingen, lage muren, delen van pijlers en markeringen in de vloer laten zien waar de gebouwen en onderdelen van de Maior Ecclesia ooit hebben gestaan. Vooral op de plaats van het verdwenen schip en rond het grote transept zijn de contouren van de kerk nog goed herkenbaar.
De opgravingen geven informatie over de verdwenen abdijkerk op en laten zien hoe de gebouwen in de loop der eeuwen veranderen en de abdij zich steeds verder uitbreidt. Onder de straten, gebouwen en tuinen bevinden zich nog talloze sporen van het middeleeuwse kloostercomplex. Een deel daarvan is opgegraven en zichtbaar, terwijl onder de grond nog altijd resten verborgen liggen die wachten om ontdekt te worden.
Door de tuin en de abdij ga je terug naar de uitgang. In de winkel kun je nog rondkijken bij interessante boeken of een bouwpakket meenemen om de abdij thuis zelf na te bouwen.
bronnen
L’architecture de la Maior Ecclesia; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Guide de visite de l’Abbaye de Cluny; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Les imposants vestiges de la grande abbaye; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Le grand cloître du XVIIIe siècle; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
L’impressionnante charpente en bois du Farinier; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Histoire de l’abbaye de Cluny; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Les campagnes de construction de l’église abbatiale de Cluny; Marcel Aubert, 1937
Base Mérimée – Abbaye de Cluny; Ministère de la Culture
Cluny, cité-abbaye; Cité de l’architecture et du patrimoine
Cluny III, la Maior Ecclesia; Cité de l’architecture et du patrimoine
Cluny, document d’évaluation du patrimoine archéologique; Direction régionale des affaires culturelles de Bourgogne-Franche-Comté
Les églises de Cluny; Jean Virey
Cluny : l’abbaye et la ville; Kenneth John Conant, archeologisch en architectuurhistorisch onderzoek
meest recente blogs zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
Berzé-le-Châtel: de stenen schildwacht van Cluny
De man die alles wilde begrijpen: Leonardo da Vinci in Lab71 in Dompierre-les-Ormes
Een kosmisch duel tekent het landschap van Zuid-Bourgondië