Cluny

Op ontdekkingstocht door CLUNY III

De verdwenen abdij opnieuw in beeld

Maior Ecclesia, de beroemde abdijkerk van CLUNY III,
is eeuwenlang de grootste kerk van het middeleeuwse Westen.
Van deze abdijkerk en de machtige abdij die haar omringt,
blijft na de Franse Revolutie nog geen tiende deel over.

Toch zijn verrassend veel sporen van het voormalige kloostercomplex bewaard gebleven.
Sommige gebouwen staan nog overeind, andere zijn alleen als archeologische resten herkenbaar.

Tijdens deze wandeling komen de verschillende onderdelen van het voormalige abdijcomplex stap voor stap in beeld.

De wandeling laat zien hoe de verschillende onderdelen van de abdij met elkaar verbonden zijn
en welke functie ze binnen het kloosterleven hebben.

Oude plattegronden, opgegraven fundamenten en moderne reconstructies helpen om het middeleeuwse Cluny voor ogen te krijgen.
Tegelijkertijd wordt duidelijk hoeveel van het oorspronkelijke abdijcomplex is verdwenen.

Wil je meer weten over de geschiedenis van de abdij, lees dan:
Cluny, opkomst macht en ondergang van een abdij 

waarin het verhaal van de abbij van Cluny door de eeuwen heen wordt beschreven.
Door dit artikel eerst te lezen, begrijp je beter wat je onderweg ziet.

Porte d'Honneur (foto: Rolf Mol)

Onze ontdekkingstocht door CLUNY III begint aan de Place de l’Abbatiale,
bij de Porte d’Honneur, de monumentale toegang tot het voormalige abdijcomplex. 

Je staat nu op een plek waar zich eeuwenlang de grens bevindt
tussen de stad en de wereld van de abdij.

La Porte d'Honneur: toegang tot de heilige stad

Vanaf het begin van de 12e eeuw vormt deze poort de belangrijkste toegang tot het enorme abdijcomplex van CLUNY III. Ze staat in het verlengde van de narthex en het schip van de Maior Ecclesia.

Middeleeuwse bezoekers krijgen in de 12e eeuw vanaf deze plaats onmiddellijk zicht op de westzijde van de abdijkerk. De poort is niet alleen een doorgang, maar ook ontworpen als een monumentale entree die de betekenis en macht van de abdij laat zien.

De inspiratie komt uit de Romeinse architectuur. De vormgeving met het dubbele portaal doet denken aan de oude Romeinse stadspoorten van Autun, in het bijzonder de Porte d’Arroux. Dat is niet toevallig. Autun is in de Romeinse tijd een belangrijke stad met monumentale poorten die eeuwen later nog steeds als voorbeeld dienen. 

De arcades in Cluny worden versierd met pilasters met verticale groeven, zuilen en Korinthische kapitelen die rond 1120-1130 worden uitgehouwen. De patronen voor elke doorgang zijn in spiegelbeeld uitgevoerd. Hier hebben de meest vakbekwame beeldhouwers van die tijd aan gewerkt.

De poort heeft twee doorgangen met ieder een grote houten deur die kon worden afgesloten. 

In de 16e eeuw is de Porte d’Honneur onder abt Claude de Guise verhoogd met een tweede niveau, bekroond met een hoog paviljoendak. Deze bovenbouw verdwijnt later grotendeels.

De Revolutie laat sporen na

Tijdens de Franse Revolutie wordt de Porte d’Honneur gedeeltelijk verwoest en gaat een deel van de bovenste decoratie van de poort verloren. De bijbehorende romaanse porterie wordt in dezelfde periode afgebroken. Van de monumentale toegang zijn vooral de twee grote arcades bewaard gebleven, zodat we er nog steeds onderdoor kunnen.

De verdwenen bovenbouw moet je er als het ware bij denken. Daarmee is deze plek meteen een eerste kennismaking met een belangrijk thema van deze wandeling: bij CLUNY III zie je voortdurend slechts een deel van wat er ooit stond.
De resten die bewaard zijn gebleven, vormen aanwijzingen waarmee je de verdwenen abdijkerk en haar omgeving kunt verbeelden.

Cluny
Porte d'Honneur Cluny
Autun
Porte d'Arroux Autun


Wie liepen onder deze poort door?

Door deze poort komen talloze pelgrims, abten, koningen en pausen de abdij binnen. Cluny is in de Middeleeuwen een belangrijk klooster en pelgrimsoord. Abten ontvangen hooggeplaatste gasten en machthebbers. Pelgrims komen naar Cluny om de abdij en haar relieken te bezoeken. 

Onder de bezoekers bevinden zich kardinaal Richelieu, de keizer van Constantinopel en koning Lodewijk IX, de latere Saint-Louis. Na het passeren van de poort krijgen zij zicht op het indrukwekkende beeld van de Maior Ecclesia.

De verdwenen porterie

Achter de Porte d’Honneur bevindt zich oorspronkelijk een porterie, het poortgebouw dat toegang geeft tot het kloostercomplex. De porterie is enkele jaren na de bouw van de poort gebouwd en vormt samen met de poort een belangrijke overgang tussen de stad en het afgesloten domein van de abdij. 

Bezoekers, pelgrims en goederen worden ontvangen en gecontroleerd voordat zij het kloosterterrein binnengaan. De romaanse porterie wordt later afgebroken en van het oorspronkelijke gebouw blijft bovengronds niets bewaard. 

Loop onder de Porte d’Honneur door tot aan de maquette.

Het begin van de volgende etappe van de wandeling, recht voor je zie je de overblijfselen van twee torens: de Barabans.
Maar blijf eerst nog even staan en kijk in de richting van de verdwenen Maior Ecclesia. Vanaf deze plek kun je je het beste voorstellen hoe de torens van CLUNY III boven de kerk uitstaken.

De zeven torens van CLUNY III

De abdijkerk krijgt een hoge toren als zichtbaar teken van de macht en het aanzien van de abt. In het midden stond de Clocher du Chœur, de grootste en hoogste toren van de kerk. Hij stond boven de kruising van het grote transept en rijst ongeveer 35 meter boven de kerk uit.

Aan weerszijden van deze centrale toren stonden twee achthoekige torens. De zuidelijke toren is de toren die nog altijd overeind staat, de Clocher de l’Eau Bénite. Deze toren is een duidelijk herkenbaar overblijfsel van de torenbouw van de abdij. Aan de noordzijde van de Clocher du Chœur stond de Clocher des Bisans, terwijl achter deze centrale toren, boven het kleine transept, de Tour des Lampes verrees.

Ten zuiden van de Clocher de l’Eau Bénite zie je ook de Tour d’Horloge nog fier overeind staan. De toren dankt zijn naam aan het uurwerk dat oorspronkelijk in de toren aanwezig is. Deze toren herbergt op de bovenste verdieping een kapel die gewijd is aan de aartsengel Gabriël.

Zo bestaat het oorspronkelijke torenlandschap van CLUNY III uit zeven torens: de Clocher du Chœur, aan weerszijden de twee kleinere achthoekige torens, de Tour des Lampes, de Tour d’Horloge en de Barabans, de twee verdedigingstorens.

signal-2026-08-28-19-23-45-224_002 (Medium)
litho van Émile Sagot (1838)
Cluny
Clocher de l'Eau Bénite (rechts) en de Tour de l'Horloge


L'Eau Bénite: de overgebleven klokkentoren van de Maior ecclesia

Deze achthoekige toren staat boven de koepel van de centrale travee van de zuidelijke arm van het grote dwarsschip. Als je straks in de abdij staat, kun je dit goed zien.
De toren dateert uit de tweede helft van de 12e eeuw en heeft een zorgvuldig uitgewerkte gevel met twee niveaus. Het onderste niveau is versierd met een motief van kruisen, het bovenste met een motief van parels. De Clocher de l’Eau Bénite is tot en met het kruis 67 meter hoog.

Onder abt Jean de Bourbon krijgt de toren in de 15e eeuw een nieuwe, piramidevormige spits. Het ontwerp van deze spits wordt later als voorbeeld gebruikt voor verschillende klokkentorens van Cluniacische kerken, waaronder die van Paray-le-Monial.

Een verdwenen abdijkerk in reliëf

Kijk op het voorplein naar de maquette van CLUNY III. Het reliëf toont de volledige plattegrond van de Maior Ecclesia. De bewaard gebleven delen zijn weergegeven als donkere, verhoogde volumes, terwijl de verdwenen delen als lichte lijnen en vlakken zijn aangegeven.
De maquette maakt de enorme omvang van de Maior Ecclesia zichtbaar en laat zien hoe de verschillende onderdelen zich tot elkaar verhouden.

Je kunt de verschillende onderdelen van de kerk goed herkennen (je kijkt richting het oosten):

  • onderaan de westzijde met de narthex en de twee Barabans;
  • het lange schip, met een breed middenschip en aan weerszijden twee zijbeuken;
  • het grote transept, het kleine transept en het koor;
  • aan de rechterzijde de nog bestaande zuidelijke transeptarm.

Neem de trap naar beneden tot aan de overblijfselen van de torens. Deze trap verbindt het voorplein met de toegang van de narthex.

De twee Barabantorens: de versterkte toegang tot CLUNY III

De twee zware torens aan weerszijden van het narthex staan bekend als de Tours Barabans. De uit 1230 daterende torens zijn oorspronkelijk 47 meter hoog en voorzien van een houten dak. Naast hun verdedigende functie hebben ze ook een belangrijke representatieve rol bij de monumentale toegang tot de kerk. De naam Barabans verwijst naar de enorme klokken die ooit in de torens hingen. Onder abt Claude de Guise worden deze klokken tijdens de godsdienstoorlogen omgesmolten tot kanonnen voor de vesting château de Lourdon.

De noordelijke toren, de Tour des Archives (Turris privilegiorum), krijgt vanaf 1403 een dubbele functie als klokken- en archieftoren. Op oude plattegronden wordt hij ook aangeduid als Tour des Archives et Trésor.

Aan het einde van de 15e eeuw laat abt Jacques d’Amboise een overdekte gang bouwen die de archiefruimte met het abdijcomplex verbindt. Deze gang blijft tot het einde van de 18e eeuw in gebruik. Tijdens de afbraak van de abdij na de Franse Revolutie worden de bovenste verdiepingen van de toren gesloopt. Van de oorspronkelijke toren resteert nog ongeveer 17,5 meter.

De zuidelijke toren staat bekend als de Tour des Bisans, ook wel Tour de la Justice genoemd. Die naam verwijst naar de functie van de toren als gerechtsruimte en gevangenis. De onderste bouwlagen zijn nog bewaard gebleven, waardoor de oorspronkelijke omvang en vorm van de toren goed herkenbaar zijn.

Ga tussen de Barabans staan, hier sta je bij de toegang tot de narthex. Loop verder en ontdek de voormalige narthex.

Narthex: de indrukwekkende entree van de abdijkerk CLUNY III

De bouw van de narthex (avant-nef) begint rond 1130. De drie verdiepingen hoge ruimte vormt de overgang tussen de wereld buiten de abdij en de heilige ruimte van de kerk. Pelgrims, boetelingen en deelnemers aan plechtige processies, zoals de Palmprocessie, verzamelen zich hier voordat zij de abdijkerk binnengaan. Ook begrafenisdiensten vinden in de narthex plaats.

De monumentale toegang tot de narthex ligt tussen de twee Barabans.

De ingang van de narthex ligt tussen de Barabans. De wanden zijn voorzien van afbeeldingen van de Apocalyps, die de bezoeker voorbereiden op het grote mysterie dat zich in de kerk afspeelt.

In de Cluniacenzer traditie heeft de narthex een symbolische betekenis. De ruimte verwijst naar de periode tussen de Verrijzenis en de Hemelvaart van Christus, als Hij in Galilea aan zijn leerlingen verschijnt. Daarom wordt een narthex ook aangeduid als Galilée of Paradijs.

Een bouwproject van bijna een eeuw

Hoewel de grote abdijkerk in 1130 door paus Innocentius II wordt ingewijd, is CLUNY III dan nog niet voltooid. Aan de narthex wordt nog lange tijd verder gebouwd. Het omvangrijke bouwprogramma duurt waarschijnlijk tot rond 1230.

De narthex heeft dan een lengte van 35 meter en een breedte van 27 meter gekregen.

Reconstructie van de gotische geve door Kenneth John Conant (https://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0/)
Je ziet tussen de torens nog het begin van de portaalboog


Licht door een enorm roosvenster

Vooral de westgevel van de narthex moet bijzonder indrukwekkend zijn geweest. De ingang heeft een halfrond roosvenster boven haar deuren. Daarboven bevindt zich een roosvenster met een doorsnede van bijna tien meter, zo valt het licht van de ondergaande zon diep de narthex binnen.

Boven de arcaden loopt een gebeeldhouwd fries met onder meer rozetten, fabeldieren en medaillons. Een deel van deze sculpturen is bewaard gebleven in het naastgelegen Musée d’Art et d’Archéologie.

Van de narthex zelf is na de afbraak van de abdijkerk vrijwel niets over. Archeologische opgravingen hebben de lijnen van de muren en de plattegrond echter opnieuw zichtbaar gemaakt. Als je hier staat, kun je nog enigszins ervaren hoe indrukwekkend de entree moet zijn geweest.

Het paaslam van Cluny

De Agneau Pascal, het paaslam, is de sluitsteen van de vijfde travee van het narthex. De steen, met een diameter van 82 centimeter, valt bij de afbraak van de abdijkerk naar beneden. Als door een wonder blijft hij vrijwel onbeschadigd. Het Paaslam draagt een veelzeggende Latijnse inscriptie: 

IN CELO MAGNUS HIC PARVUS SCULPOR UT AGNUS
In de hemel ben ik groot, hier word ik als een klein lam gebeeldhouwd

Deze bijzondere sluitsteen kun je vinden in de kelder van het Musée d’Art et d’Archéologie. De vrijwel onbeschadigd bewaarde steen is uitgegroeid tot een krachtig symbool van Cluny. 

Vervolg je weg vanaf de narthex verder over de plaats waar ooit het enorme schip van de Maior Ecclesia stond. Je bent dan 5 pilaren in de lengterichting verder.

Het verdwenen Grand Portail

Aan het einde van de narthex bereik je de plaats van het monumentale westportaal van de Maior Ecclesia, het Grand Portail. De eigenlijke doorgang naar het schip wordt bekroond door een enorm gebeeldhouwd timpaan. Dit timpaan stond dus in de narthex van de kerk.

Onder het timpaan bevindt zich een rijk gebeeldhouwde latei. Rond het timpaan lopen versierde boogranden met afbeeldingen van onder meer engelen, patriarchen en profeten. Het complete portaal is 16,60 meter hoog en 14,65 meter breed.

Rond 1110-1120 wordt het portaal gemaakt. Het timpaan dateert uit ongeveer 1115-1125 en bestaat uit één enorm steenblok van ongeveer 23 ton. Het timpaan is uit een stuk steen gemaakt omdat het anders een onevenwichtige druk geeft op de latei.

Centraal staat Christus in Majesteit, omgeven door engelen en de symbolen van de vier evangelisten. Oorspronkelijk is het geheel rijk beschilderd en gedeeltelijk verguld.

Het Grand Portail behoort tot een eerdere bouwfase van CLUNY III. Later wordt de narthex vóór het portaal gebouwd, waardoor het portaal gedeeltelijk wordt omsloten.

Olaf 2 - kopie Grand Portail (Medium)
bron: Cluny; les églises et la maison du chef d’ordre ; Kenneth John Conant
Cluny
gezicht vanuit de narthex van CLUNY III (bron: Gallica)
J. B. Lallemand 3RN
tekening van jean-Baptiste Lallemand


Het schip van de Maior Ecclesia

De kerk had een lengte van 187 meter en een schip met vijf beuken: een breed middenschip met aan weerszijden twee zijbeuken. Het middenschip was 38,50 meter breed.

De zware kolommen en pijlers dragen de grote arcades die het middenschip van de zijbeuken scheiden. Daarboven rijst het schip tot een hoogte van 29,50 meter, waar oorspronkelijk het tongewelf begint, 301 ramen zorgen voor licht in de enorme kerkruimte.

Van het schip zijn vooral de funderingen en delen van de pijlers bewaard gebleven. De lage muren en stenen die je ziet, markeren de oorspronkelijke indeling. Op de grond kun je de lijnen van de voormalige muren en pijlers volgen.

Zijbeuk / zijschip: een langgerekte ruimte evenwijdig aan het middenschip, gescheiden door kolommen, pijlers of zuilen (eventueel met arcades).

Aan het einde van het voormalige schip kom je bij de plaats van het grote transept. Je kunt niet rechtstreeks verder lopen, want de huidige weg ligt tussen het schip en het transept. 

CLUNYnart5 Cees (Medium)
(foto: Cees van Halderen)
20260818_173233 (Medium)


Het grote transept

Aan de overkant van de weg ligt aan de rechterzijde het grote transept van CLUNY III. Het grote transept strekt zich over ongeveer 73 meter van noord naar zuid uit en vormt een enorme dwarsruimte in de kerk. Boven de centrale kruising staat de Clocher du Chœur, de grootste en hoogste toren van de kerk. 

Transept /dwarsbeuk /dwarsschip: het deel van een kerk dat haaks op de lengteas (het schip) van de kerk staat.

Via de trappen kom je op de Rue du 11 août 1944, waar de ingang van het abdijcomplex is. Binnen kun je onder andere het grote transept en de twee kapellen in de zuidelijke transeptarm van binnenuit bekijken.

Palais du Pape Gélase
Cluny
Gebaseerd op de geometrische plattegrond die in 1790 is opgesteld door Philibert fils


Palais du pape Gélase: toonbeeld van wereldlijke macht

Je komt binnen in het Palais du pape Gélase, genoemd naar paus Gélase II. De paus behoort tot de tegenstanders van Hendrik V, de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Bedreigd en mishandeld door diens aanhangers vlucht hij uit Rome en zoekt zijn toevlucht in de abdij van Cluny, waar hij op 29 januari 1119 overlijdt. 

Het paleis dient als verblijf en werkruimte van de abt en als plaats waar vorsten, pausen en andere hooggeplaatste gasten worden ontvangen. Daarmee onderstreept het de wereldlijke en diplomatieke rol van de abten van Cluny, die regelmatig bemiddelen in Europese conflicten.

Het huidige gebouw kent verschillende bouwfasen. De gotische vensters op de bovenste verdieping dateren uit 1300-1330.
In 1873 worden de twee onderste vensterlagen volledig gereconstrueerd. Ook de voorgevel verandert in de loop van de tijd. De poort die in opdracht van Richelieu in Lodewijk XIII-stijl is aangebracht, wordt in de 19e eeuw verwijderd om het middeleeuwse karakter van de gevel te herstellen. In 2010 krijgt het gebouw een grondige en zorgvuldig uitgevoerde restauratie, ter gelegenheid van het 1100-jarig bestaan van de abdij.

Het Palais Gélase behoort tot de gebouwen die de Franse Revolutie grotendeels overleven. Het Paus Gelasiuspaleis krijgt in 1866 een nieuwe bestemming: de stad weet het gebouw terug te verwerven, nadat het sinds 1798 in afzonderlijke woningen is opgedeeld en richt er de École Normale Supérieure Spéciale in.

In het paleis kun je digitale reconstructies en een 3D-film bekijken. Ze brengen de verdwenen Maior Ecclesia weer tot leven en laten zien hoe kerk en klooster er oorspronkelijk uitzien. Zo kun je de resten die je tijdens de wandeling tegenkomt beter te plaatsen.

Na de film loop je verder door de kleine kloostergang.

Deze kleine kloostergang stamt uit de 14e eeuw en was de eerste kloostergang van CLUNY III. Het ligt tussen het palais du pape Gélase en de passage Galilée.

Je komt langs een sarcofaag, enkele kapitelen en ontdek ook de 17e eeuwse porte Richelieu, die oorspronkelijk in de voorgevel van het paleis stond.

middeleeuwse kloostergang
passage Galilée


Door de kleine kloostergang kun je naar de passage Galilée lopen. 

Galilea Passage: een doorgang met een bijzondere betekenis

De passage Galilée vormt een belangrijke verbinding tussen het klooster en de abdijkerk. Via deze doorgang kunnen de monniken rechtstreeks van het klooster naar de kerk lopen. De naam Galilea verwijst naar de narthex van de eerste abdijkerk.

Galilea verwijst naar de plaats waar Christus na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen verschijnt. De ruimte heeft daarmee een symbolische betekenis als overgang tussen het aardse leven en de hemelse bestemming.

De passage Galilée maakt deel uit van de bezoekersroute en biedt plaats aan waardevolle reliekhouders. Sinds 2025 is hier ook de middeleeuwse muntschat tentoongesteld.

Cluny
Cluny
Cluny
Cluny


Na het bekijken van de Passage Galiléee loop je terug en vervolg je de route naar buiten. Hier kom je in het schip van de kerk.

Kijk hier ook naar de plattegronden die aan de muur zijn opgehangen en vergelijk CLUNY III met een kathedraal die je kent en zie hoe groot de Maior Ecclesia was.

Ga verder en kom in de bewaard gebleven arm van het grote transept.

De zuidelijke transeptarm van binnenuit

Je staat in het zuidelijke deel van het grote transept, het enige overgebleven deel van CLUNY III. Het transept ligt dwars op het schip. Na het lopen over de plaats van het verdwenen schip sta je nog tussen de muren, zuilen, bogen en gewelven van de Maior Ecclesia.

Boven je rijst de ongeveer 30 meter hoge koepel van de achthoekige Clocher de l’Eau Bénite. De hoogte en constructie van de toren zijn een opmerkelijke prestatie van de bouwers van de 11e eeuw.

Ter hoogte van de kruising loopt het schip verder naar het oosten, richting het koor. De hoge spitsbogen en gebeeldhouwde Korinthische kapitelen benadrukken de enorme hoogte van de ruimte. Daardoor krijg je hier een veel beter beeld van de monumentaliteit van de Maior Ecclesia dan bij de funderingen buiten.

Het schip krijgt een gedurfde spitsbooggewelf, dat meer gewicht kan dragen dan het traditionele ronde romaanse gewelf. De technische uitdaging blijkt echter groter dan voorzien: in 1125 bezwijkt een deel van het indrukwekkende gewelf en stort naar beneden.

Deze zuidelijke transeptarm maakt deel uit van de grote liturgische ruimte van de Maior Ecclesia. De kerk is ingericht voor de uitgebreide liturgie van de Cluniacenzers en voor de verering van relieken, waarvoor ook pelgrims naar Cluny komen.

onder de Clocher de l’Eau Bénite (foto: Rolf Mol)
L'Eau Benite van buitenaf gezien (foto: Cees van Halderen)
spitsboog gewelf


Zoek op de vloer ook naar de positie van de Tour de l’Horloge. Zo kun je zien waar deze toren zich ten opzichte van de zuidelijke transeptarm en de voormalige abdijkerk bevindt.

Twee kapellen in de zuidelijke transeptarm

De twee kapellen laten het verschil zien tussen de romaanse bouwperiode van CLUNY III en een latere gotische toevoeging. De Chapelle Saint-Martial is in de 14e eeuw door abt Pierre de Chastellux in gotische stijl herbouwd, ter vervanging van een eerdere romaanse kapel. In 1340 geeft de abt opdracht tot de bouw en bestemt hij de kapel als grafkapel. Hier zijn de graven van twee abten teruggevonden.

In de muur van de kapel zie je een liturgische kast waarin voorwerpen voor de mis werden bewaard, zoals een missaal en een kelk.

20240822_152528 (Medium)
liturgische kast
Cluny
piscine liturgique
Cluny
piscine liturgique


Piscine liturgique: een liturgisch bekken

De rechter kapel is gewijd aan de heilige Stefanus en vormt de Chapelle Saint-Étienne. De kapel sluit met haar halfronde vorm en romaanse architectuur aan bij de oorspronkelijke bouw van CLUNY III.

In de muur van de chapelle Saint-Etienne bevinden zich twee kleine, uit steen gehouwen bekkens: een liturgische piscina. Na de mis worden hierin de resten van wijwater en wijn gegoten. Deze vloeistoffen worden niet zomaar weggegooid, omdat ze tijdens de liturgie zijn gebruikt. Via een afvoer verdwijnen ze rechtstreeks in de grond. Zo kunnen liturgisch gebruikte vloeistoffen rechtstreeks in de bodem verdwijnen.

Als je goed naar boven kijkt, kun je in een van de kapitelen drie aapjes ontwaren.

Het schip van CLUNY III

Nu heb je opnieuw je verbeeldingskracht nodig. Vanaf het zuidelijke transept loopt de verdwenen kerk in gedachten verder naar het oosten, naar het indrukwekkende koor, de kooromgang en de straalkapellen.

De kerk is 187 meter lang, waarvan het schip ongeveer 75 meter beslaat. Het schip Het schip is 11 traveeën lang en heeft vijf beuken: een breed middenschip met aan weerszijden twee zijbeuken. Het middenschip is 38,50 meter breed. De zijbeuken zijn respectievelijk 15 en 10 meter hoog.

Zware kolommen en pijlers dragen de grote arcades die het middenschip van de zijbeuken scheiden. De hoge bogen zorgen voor een open verbinding tussen de beuken, terwijl de pijlers het gewicht van de bovenliggende muren en het tongewelf dragen. De onderste delen van enkele van deze pijlers zijn nog zichtbaar.

Het middenschip rijst tot 29,50 meter hoogte. Op die hoogte begint oorspronkelijk het tongewelf, dat de enorme middenruimte overspant.

Ongeveer 300 ramen zorgen voor licht in de kerk. De ramen bevinden zich hoog boven de zijbeuken en laten vooral licht in het middenschip binnen.

Het verdwenen koor van de Maior Ecclesia

Het koor, de kooromgang en de kapellen

Het koor heeft een halfronde apsis met daaromheen een kooromgang, die toegang geeft tot vijf straalkapellen. De kapellen liggen in een halve cirkel rond de apsis en vormen het oostelijke uiteinde van de kerk.

De kooromgang is kenmerkend voor de opbouw van de Maior Ecclesia. Monniken en pelgrims kunnen via de zijbeuken langs het koor naar de kapellen lopen. Deze zijn gewijd aan verschillende heiligen en bieden ruimte voor altaren en de verering van relieken.

Het hoogaltaar
In het midden van het koor bevindt zich het sanctuarium met het hoogaltaar. Dit is het liturgische centrum van de kerk. De omvangrijke koorpartij is afgestemd op de uitgebreide liturgie van de Cluniacenzer monniken.

De kapitelen van het koor hebben als thema de Eerste Schepping.

Conspectus ecclesiae Cluniacensis van Pierre-François Giffart, 1713.
Cluny
kooromgang van CLUNY III volgens oude tekening
tekening van Jean-Baptiste Lallemand


Vanaf de zuidelijke transeptarm kun je even naar buiten om in de Cour de la Congregation te komen. Hier heb je goed zicht op beide torens.

Terug in de zuidelijke transeptarm ga je naar de Chapelle Jean de Bourbon. Deze kapel ligt aan de zuidzijde van de voormalige abdijkerk, aan het uiteinde van het kleine transept. Dit tweede, veel kleinere transept ligt tussen het grote transept en het koor.

Chapelle de Jean de Bourbon

Abt Jean de Bourbon laat in 1480 zijn eigen gebeds- en grafkapel bouwen binnen het bestaande abdijcomplex. De grote romaanse abdijkerk is dan al meer dan drie eeuwen oud. Als opvallend laatgotisch element staat de kapel naast de resten van CLUNY III.

Gebouwd in de flamboyante gotiek heeft de kapel hoge spitsboogramen, verfijnde natuurstenen details en een rijk netgewelf. Op de sluitstenen van het gewelf zijn de wapens van Jean de Bourbon, zijn bisschopszetel en de abdij van Cluny aangebracht. 

Ontdek er de profeten en het kleine oratorium van de abt.

Chapelle Jean de Bourbon Cluny
de profeten in de Chapelle de Jean Bourbon

 
Na de Chapelle de Jean de Bourbon loop je terug naar het grote transept en ga je verder door de kloostergang.

Kloostergang, kapittelzaal en vestibule d’axe

De kloostergang: het hart van het klooster

Cluny
kloostergang abdij Cluny
Cluny
kloostergang abdij Cluny (ID 67239801 @ Philippehalle | Dreamstime.com)

Vanaf 1750 worden de kloostergebouwen van Cluny, net als veel andere abdijen in die tijd, herbouwd. De nieuwe gebouwen krijgen een monumentale uitstraling in klassieke stijl, met brede galerijen, grote trappen en strak aangelegde tuinen. De kleine middeleeuwse kloostergang uit de 11e eeuw maakt daarbij plaats voor een grote vierkante kloostergang.

Als centraal verbindingspunt van het klooster leidt de gang naar de kerk, de kapittelzaal, de refter, het scriptorium en andere kloostervertrekken. De kloostergang biedt ook ruimte voor gebed en bezinning.

Let op de monumentale trapleuning van frère Placide, een prachtig voorbeeld van zijn siersmeedkunst dat de 18e-eeuwse abdijgebouwen een bijzonder accent geeft.

Op verschillende plekken in de abdij vind je (beschilderd en verguld) smeedijzerwerk van Jean Julien, een getalenteerde siersmid die als monnik de naam frère Placide draagt. Hij maakt onder meer de balustrades van de balkons en trappen en verschillende andere decoratieve ijzerwerken.

frere Placide
balustrade in de abdij, gemaakt door frère Placide
frere Placide
balustrade in de abdij, gemaakt door frère Placide
frere Placide
balustrade in de abdij, gemaakt door frère Placide


Aan de kloostergang ligt de salle du capitulaire, de kapittelzaal.

De kapittelzaal: het bestuurlijke hart van de abdij

Al sinds de tijd van de Maior Ecclesia vormt deze ruimte het bestuurlijke hart van de abdij. De naam van de salle capitulaire verwijst naar het Latijnse capitulum, klein hoofdstuk.

Iedere ochtend komen de monniken bijeen om te luisteren naar de abt, die een hoofdstuk uit de Regel van Benedictus voorleest. Deze gewoonte geeft zowel de bijeenkomst als de ruimte waarin die plaatsvindt de naam kapittel en kapittelzaal.
De Regel bepaalt ieder aspect van het leven van de monniken: hun dagindeling, voeding, kleding, rechten en plichten. De monniken zijn verplicht de Regel uit het hoofd te kennen.

Tijdens bepaalde perioden en op bepaalde plaatsen binnen het klooster geldt een spreekverbod. Monniken zijn dan aangewezen op gebarentaal om met elkaar te communiceren.

Hier belijden monniken hun zonden en bespreken zij zaken die het dagelijks leven en de organisatie van het klooster betreffen. Belangrijke beslissingen over het bestuur van de abdij worden in de kapittelzaal genomen en vastgelegd in officiële oorkonden.

Langs de wanden staan twee rijen banken, waardoor tijdens grote bijeenkomsten plaats is voor 250 monniken. De ruimte is oorspronkelijk groter dan het gedeelte dat nog zichtbaar is.

De huidige banken markeren de plaats van de oorspronkelijke zitbanken uit de 13e eeuw, die tijdens archeologisch onderzoek op een lager niveau zijn teruggevonden. Je vindt hier een afgesleten drempel en versierde vloertegels, het resultaat van recente archeologische opgravingen.

In de kloostergang kun je een zonnewijzer ontdekken met het opschrift EX IIS UNAM CAVE. 

WhatsApp Image 2026-09-03 at 19.27.44 (17) (Medium)
salle capitulaure
WhatsApp Image 2026-09-21 at 21.05.07 (3) (Medium)
opgegraven drempel en vloertegels

Aan het eind van de gang ligt het lavabo, de wasplaats van de monniken.
Vanuit de kloostergang bekijk je ook de vestibule d’axe van het huidige abdijcomplex.

Vestibule d'axe

De vestibule d’axe is een ruime, overwelfde doorgangsruimte in de 18e-eeuwse kloostergebouwen. Deze ruimte maakt deel uit van de monumentale herbouw van de abdij vanaf 1750.

WhatsApp Image 2026-09-03 at 19.27.44 (3) - kopie (Medium)
kloostergang
lavabo 13-03-03_44 (Medium)
lavabo (foto: Cees van Halderen)
WhatsApp Image 2026-09-03 at 19.27.44 (10) (Medium)
vestibule d'axe


Verlaat de vestibule via de grote deuren en stap de 18e-eeuwse abdijtuin binnen.

Een tuin vol zichtlijnen

De tuin maakt deel uit van de nieuwe opzet van het kloostercomplex en sluit aan bij de 18e-eeuwse behoefte aan licht en ruimte. De inrichting is strak en regelmatig, passend bij de Franse tuinstijl van die tijd. Rechte zichtlijnen, bomen en zorgvuldig aangelegde paden bepalen het beeld.

Cluny
zicht op de achterzijde van de abdij vanuit de abdijtuin

Een andere blik op de abdij

Kijk even terug naar de gebouwen. De klassieke gevels zijn volgens een strak en regelmatig ontwerp opgebouwd. Je ontdekt steeds meer siersmeedwerk van frère Placide.

De tuin leidt naar de Farinier, een van de belangrijkste middeleeuwse gebouwen die binnen het abdijcomplex bewaard zijn gebleven.

De Farinier: een gebouw dat de eeuwen doorstaat

de Farinier
kelder van de Farinier

Het gebouw dateert uit de 13e eeuw en dient oorspronkelijk als opslagplaats voor graan en andere levensmiddelen. De grote zaal op de bovenverdieping herken je aan de zware muren en het indrukwekkende eikenhouten gebinte in de vorm van een omgekeerde scheepsromp.

In de Farinier staan acht kapitelen uit de Maior Ecclesia, afkomstig uit de ronding van het koor. Op de benedenverdieping bevindt zich een grote kelder die deel uitmaakt van het oorspronkelijke gebouw en waar vaak mooie exposities te bekijken zijn.

Door de tuin en de abdij ga je terug naar de uitgang. In de winkel kun je nog rondkijken bij interessante boeken of een bouwpakket meenemen om de abdij thuis zelf na te bouwen.

Cluny
de overgebleven torens van de abdij
Cluny
zuidelijke arm van het grote transept van CLUNY III (ID 204080530 @ Philippehalle | Dreamstime.com)

Tijdens deze ontdekkingstocht zie je op verschillende plaatsen archeologische resten van de verdwenen abdij. Funderingen, lage muren, delen van pijlers en markeringen in de vloer laten zien waar de gebouwen en onderdelen van de Maior Ecclesia ooit hebben gestaan. Vooral op de plaats van het verdwenen schip en rond het grote transept zijn de contouren van de kerk nog goed herkenbaar.

Opgravingen geven informatie over de verdwenen abdijkerk en laten zien hoe het gebouwencomplex in de loop der eeuwen veranderd is en de abdij zich steeds verder heeft uitbreid. 

Onder straten, gebouwen en tuinen liggen nog talloze sporen van het middeleeuwse kloostercomplex verborgen en wachten om ontdekt te worden. Zo krijgen we steeds meer informatie over het eens zo indrukwekkende CLUNY III.

Cluny
overblijfselen van het Malgouverne, ooit deel van het abdijcomplex

bronnen

L’architecture de la Maior Ecclesia; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Guide de visite de l’Abbaye de Cluny; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Les imposants vestiges de la grande abbaye; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Le grand cloître du XVIIIe siècle; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
L’impressionnante charpente en bois du Farinier; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Histoire de l’abbaye de Cluny; Centre des monuments nationaux – Abbaye de Cluny
Les campagnes de construction de l’église abbatiale de Cluny; Marcel Aubert, 1937
Base Mérimée – Abbaye de Cluny; Ministère de la Culture
Cluny, cité-abbaye; Cité de l’architecture et du patrimoine
Cluny III, la Maior Ecclesia; Cité de l’architecture et du patrimoine
Cluny, document d’évaluation du patrimoine archéologique
; Direction régionale des affaires culturelles de Bourgogne-Franche-Comté
Les églises de Cluny; Jean Virey
Cluny : l’abbaye et la ville; Kenneth John Conant, archeologisch en architectuurhistorisch onderzoek

meest recente blogs zuidbourgogne.nl

huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?