Op een heuveltop, drie kilometer ten noorden van Cluny, ligt het dorp Lournand.
Boven het dorp bevinden zich de indrukwekkende resten van Château de Lourdon.
Het kasteel neemt een belangrijke plaats in de geschiedenis van de abdij van Cluny.
Het stond onder bescherming van de abdij en diende als verdedigingsvesting om Cluny tegen aanvallen te beschermen.
Voor de monniken was Lourdon bovendien een toevluchtsoord in tijden van gevaar
en een veilige bewaarplaats voor de kostbaarheden van de abdij.
Tegenwoordig is château de Lourdon vooral herkenbaar
aan de karakteristieke ruïne van het gebouw waarin de baan voor jeu de paume was ondergebracht.
De imposante pijlers zijn uitgegroeid tot het meest opvallende overblijfsel van het voormalige kasteelcomplex.
Lournand en Lourdon
Het achtervoegsel nand heeft de oorspronkelijke betekenis van laag, het dorp ligt op het onderste deel van de heuvel.
Don had de betekenis van hoog, het château bevindt zich, zoals de meeste châteaus, hoog op de heuvel.
De oudste geschiedenis
Lang voordat Cluny uitgroeit tot een van de machtigste abdijen van Europa, is er op de heuvel bij Lournand al een versterkte plaats. De eerste tekst over Lourdon dateert uit de tijd dat de Karolingen de machtige dynastie van Frankrijk zijn. Het is het jaar 888, het eerste jaar van de regering van koning Eudes. Deze tekst vermeldt een verkoop In Castrum Lordono publice en staat in de Chartre de Cluny 34.
Château de Lourdon en de abdij van Cluny
In 910 schenkt Guillaume I d’Aquitaine, hertog van Aquitanië en graaf van Mâcon, het gebied van Lourdon en Cluny aan monnik Bernon voor de stichting van de abdij van Cluny. Vanaf de tiende eeuw behoort château de Lourdon tot het bezit van de abdij. In de daaropvolgende eeuw wordt het een geliefde verblijfplaats van de abten. Lourdon vormt het eerste decanaat van de Chartes de Cluny en wordt aangeduid als obedientia, een bestuurlijke eenheid die rechtstreeks onder het gezag van de abdij valt.
Lourdon speelt niet alleen een rol als residentie, maar is ook een belangrijk centrum voor het bestuur van de abdij. De abten verblijven er regelmatig en ondertekenen er officiële documenten. Volgens historicus Hervé Mouillebouche worden in de tiende eeuw bijna honderd akten in Lourdon opgesteld of ondertekend. In de elfde eeuw zijn dat er ongeveer veertig. Deze aantallen onderstrepen de betekenis van Lourdon als bestuurlijk en juridisch centrum binnen het omvangrijke netwerk van de abdij van Cluny.
Decanaat van de abdij
Lourdon is één van de zestien priorijen in de Saône-et-Loire die naast het kloosterleven ook een verdedigingsfunctie had.
Andere priorijen die beide functies hadden, zijn onder andere Berzé-la-Ville, Blanot, Mazille, Bezornay, Saint-Gengoux en Saint-Hippolyte. Deze priorijen ontstaan op het grondgebied van een château of op een gebied dat de monniken tot château transformeren.
‘Castrum Lourdo’ is de eerste van deze priorijen-kastelen.
Cluny
De geschiedenis van het kasteel van Lourdon raakt nauw verbonden met die van de abdij van Cluny. Lourdon geniet bescherming van Cluny tegen oorlogszuchtige buren. Tegelijkertijd lijdt Lourdon ook onder de overheersing van Cluny.
Lourdon is in de geschiedenis meerdere malen een toevluchtsoord geweest om kostbaarste goederen van de abdij van Cluny veilig te stellen: relikwieën, edelsmeedwerk, goudschatten of cartularia (een middeleeuws register) met kostbare manuscripten die tot een van de meest rijke bibliotheken van het christendom behoren.
Aan het eind van de 11e eeuw krijgt Lourdon de titel ‘rang de doyenné, domaine agricole et lieu de récupération de redevances’. Onder Petrus Venerabilis wordt Lourdon de belangrijkste leverancier van tarwe en wijn van de abdij geworden. Zo zorgt abt Petrus ervoor dat de levensstandaard van de monniken veilig wordt gesteld. Op de hellingen van de heuvels leggen de monniken wijngaarden aan die druiven leveren voor de wijn.
Inkomsten van het château
De inkomsten van het château Lourdon worden destijds onder andere opgebracht door de kerken van omliggende dorpen als Massy, Taizé, Frayes en Blanot. Andere inkomsten komen van de molens van Crusilles en Mailly en van landbouwgrond en bossen.
Met deze inkomsten is Lourdon ook verantwoordelijk geworden voor het leveren van goed brood aan de abdij van Cluny. Jaarlijks moet meer dan zeshonderd ’setiers de blé’ geleverd worden. Hiervan worden naast de monniken, ook vijftig armen en schoolkinderen die in het dorp worden opgeleid door de monniken, gevoed.
Een begeerd bezit
Rond 1018-1020 bezet Otte-Guillaume, graaf van Mâcon, het kasteel van Lourdon om zijn macht over de monastieke heerschappij te vergroten. Maar hij wordt verdreven door graaf van Chalon, Hugues de Chalon. Hugues handelt namens koning Robert le Pieux (de Vrome).
Vanaf de 12e eeuw is Lourdon, dat steeds machtiger wordt, een begeerd bolwerk door de seigneurs uit de omgeving. Lourdon wordt dan ook geregeld aangevallen. De monniken die het moeten verdedigen, hebben geen garnizoen en weinig kennis van oorlogvoering. Zij weerstaan dan ook zelden de aanvallen en het château wordt vele malen geplunderd.
Aan het begin van de tweede helft van de 12e eeuw neemt Guillaume I, Comte de Chalon (Willem I, graaf van Chalon) met zijn bende ‘Brabancons’ (keizerlijke huurlingen) het château de Lourdon in bezit. Vervolgens belegert hij Cluny en doodt veel van de monniken en burgers die zich verzetten. Daarna plundert hij de abdij.
Guillaume I was heftig gekant tegen de abdij van Cluny door een meningsverschil over de priorij van Paray-le-Monial.
Lourdon wordt nu ingenomen met de steun van de ‘seigneurs’ van Brancion‘, de vijanden van Cluny. Abt Etienne is wanhopig en roept de hulp in van de koning van Frankrijk, Louis VII.
Philippe Auguste komt te hulp en 1181 wordt een verdrag met de graaf van Chalon getekend: Le Traité de Lourdon. Ondertekend door Willem II, graaf van Chalon en de abt van Cluny, vervolgens bekrachtigd door paus Alexander III en koning Philippe Auguste.
Philips II, bijgenaamd Philippe August was van 1180 tot 1223 koning van Frankrijk. Hij was een zoon van Louis VII en Adelheid van Champagne.
De abdij komt nu onder de directe bescherming van de koning en de hertog van Bourgondië te staan.
In de loop der eeuwen is er heel wat strijd geweest tussen les seigneurs de Brancion en de abdij van Cluny: “de wereldlijke macht tegen de geestelijke macht”.
Toevluchtsoord voor Cluny
Ook in de 13e eeuw is het château de Lourdon een toevluchtsoord voor de monniken en gebruikt als schatkamer van Cluny.
Om de abdij van Cluny te dwingen een vergoeding (‘decime’) voor onkosten veroorzaakt door de kruistochten te betalen, stuurt de baljuw van Mâcon zijn troepen naar Lourdon en bezet het château van 1250 tot 1252. Hij beweert dat Cluny geweigerd heeft de tiende belasting te betalen. De Franse geestelijkheid zou toegezegd hebben deze gedurende drie jaar te betalen aan de koning van Frankrijk, onder andere om hiermee de kosten van de kruistochten te betalen.
Na tussenkomst van paus Innocentius IV verlaten de soldaten het château. De paus heeft zich hiervoor gewend tot koning Louis IX. De soldaten laten het château echter met een enorme schade achter.
In 1253 verkoopt Guillaume du Blé aan de monniken zijn belangen in Lourdon en Lournand.
1300: twee rebellerende monniken uit Baume, abdij waar de eerste abt van Cluny vandaan komt, worden opgesloten in Lourdon.
Bescherming door de seigneur van Cormatin
In 1470, tijdens het conflict tussen hertog Karel de Stoute van Bourgondië en koning Lodewijk XI van Frankrijk, wordt château de Lourdon opnieuw aangevallen en verwoest. Koninklijke troepen die vanuit Lyon het zuiden van het hertogdom Bourgondië binnentrekken, bezetten ook Saint-Gengoux, Marcigny, Charolles en Paray-le-Monial.
De strijd om Lourdon is daarmee echter niet voorbij. Van 1471 tot 1476 wordt het kasteel bezet door troepen van Charles de Téméraire. Volgens historicus Hervé Mouillebouche maken deze troepen zich meester van de bibliotheek en de schat van de monniken.
Een bijzondere rol speelt Claude du Blé, seigneur van château de Cormatin. Hij neemt in 1471 namens de hertog van Bourgondië Lourdon en het nabijgelegen Boutavant in. Daarbij worden meubels, versieringen, gewijde vaten en documenten meegenomen. Het Parlement van Dijon veroordeelt hem later tot teruggave van de geroofde bezittingen en betaling van 2.000 livres schadevergoeding aan de abdij.
De abdij wordt niet alleen bedreigd door de koninklijke troepen van Louis XI, maar verloor ook bezittingen door het optreden van plaatselijke machthebbers aan Bourgondische zijde.
Na deze gebeurtenissen herstelt abt Jean de Bourbon de vesting. Hij laat onder andere de donjon repareren, een zuidelijke toren bouwen, Tour du Colombier, een abdijhuis bouwen en enkele nieuwe bijgebouwen optrekken.
Herstel na de verwoesting
Na de verwoesting van 1470 moet Lourdon worden hersteld. De monniken keren terug en werken aan het herstel van hun verblijfplaats en de verdedigingswerken.
Onder abt Jean de Bourbon vinden verdere bouwactiviteiten plaats. In deze periode worden onder meer de torens en andere onderdelen van de vesting aangepakt.
Lourdon tijdens de godsdienstoorlogen (1562-1598)
Een veilige bewaarplaats voor de schatten van Cluny
Tijdens de Franse godsdienstoorlogen vormt de abdij van Cluny een katholiek bolwerk in een streek waar de spanningen tussen katholieken en protestanten regelmatig tot gewapende confrontaties leidden. Château de Lourdon, strategisch gelegen op een heuvel bij Lournand, speelt in deze onrustige periode een belangrijke rol. De monniken gebruiken de vesting als toevluchtsoord en als veilige bewaarplaats voor de kostbaarheden van de abdij.
Al in 1562 en 1565 brengen zij waardevolle bezittingen van de abdij naar Lourdon om deze tegen plundering te beschermen. Het gaat om relikwieën, reliekhouders, liturgische voorwerpen van goud en zilver en documenten uit het abdijarchief, waaronder manuscripten, oorkonden en eigendomstitels (chartes et titres). Lourdon is nu niet alleen een militaire versterking, maar bewaart ook een belangrijk deel van het materiële, juridische en historische erfgoed van Cluny.
Tijdens de eerste godsdienstoorlog veroveren protestantse troepen in 1562 de stad en de abdij van Cluny. De bevolking van de stad is dan al voor een deel calvinistisch. Lourdon blijft echter in katholieke handen.
De grootprior op 25 juli van dat jaar 237 pond goud uit de abdij naar de vesting overbrengen. De kostbaarheden blijven daar onder bescherming van de katholieke troepen. Ook in 1565, wanneer opnieuw protestantse troepen in de omgeving opereren, dient Lourdon als veilige bewaarplaats.
Cluny koopt haar veiligheid
Cluny is tijdens de godsdienstoorlogen kwetsbaar. In november 1567 trekken opnieuw protestantse troepen door de streek. De bevelhebber Poncenat voert enkele duizenden Hugenoten vanuit de omgeving van Paray-le-Monial in de richting van Cluny. De inwoners vrezen een plundering en besluiten de stad vrij te kopen. Ze betalen een losprijs van 6.000 livres, niet alleen in geld, maar ook in zilverwerk, stoffen, voedsel en andere goederen. Een bewaard gebleven kwitantie vermeldt dat zes inwoners de betaling namens de stad overhandigen.
Op 8 november 1567 geeft Poncenat de inwoners bovendien een schriftelijke verklaring waarin hij belooft de abdij en de stad ongemoeid te laten. In de oorspronkelijke Franse tekst staat:
« […] leur faisant promesse qu’il ne serait attempté par vous et nous en aulcune manière tant contre la dite abbaye, membres et deppendances, que contre leur dite ville […] »
Vrij vertaald: waarbij hun de belofte werd gedaan dat noch door u, noch door ons op enigerlei wijze iets zou worden ondernomen tegen genoemde abdij, haar onderdelen en afhankelijkheden, noch tegen hun stad.
De formulering maakt duidelijk dat de bescherming niet alleen de abdij zelf betreft, maar ook haar bezittingen en afhankelijkheden en de stad. De inwoners proberen zich met de betaling en de schriftelijke toezegging te verzekeren van een veilig vertrek van de troepen.
Na hun vertrek uit Cluny trekken de Hugenoten verder naar Saint-Gengoux-le-Royal, waar een nog hogere belasting wordt opgelegd. Volgens de overlevering klinkt daar de opmerking: « la petite cité avait payé pour Cluny » – het kleine stadje had voor Cluny betaald.
Verraad van binnenuit
Op 30 december 1574 valt Lournand alsnog in protestantse handen. Volgens de geschiedschrijving van François-Louis Bruel, dringen Hugenoten onder leiding van Gabriel Filloux het kasteel binnen. Gabriel Filloux, fiscaal procureur van de abdij, en behorend tot de protestantse gemeenschap van Cluny, weet samen met een aantal medestanders door middel van een list toegang te krijgen tot de vesting.
Hij werkt hiervoor samen met seigneur de Puisaye, schildknaap van de hertog van Anjou. Filloux kent als functionaris van de abdij de organisatie en de belangen van Cluny en weet welke betekenis Lourdon heeft voor de monniken. De procureur heeft in het geheim zeventien andere inwoners van Cluny bij zijn plan betrokken. Bij de eerste nadering van het fort heeft hij echter slechts vijf mannen bij zich. Onder het voorwendsel dat hij de gouveneur, Dom Gabriel de Saint-Blain, om financiële hulp wil vragen, weet hij toegang tot de eerste binnenplaats te krijgen. Eenmaal binnen grijpen zijn medestanders de sleutels van de ophaalbrug en kunnen de samenzweerders de poorten openen voor de soldaten van de hertog van Anjou (de broer van koning Henri III). Hier onderzoeken de soldaten de ondergrond van het fort en de meest verborgen gedeelten van de grote toren. Vervolgens laten zij er een garnizoen achter.
Een list in naam van de koning
Wanneer de gouverneur zich verzet, voeren de samenzweerders aan dat zij in opdracht van een hooggeplaatst persoon handelen. Ze beweren dat ze brieven kunnen tonen als bewijs, waaronder een brief van koning Henri III. Door zich op het koninklijk gezag te beroepen, wekken ze de indruk dat hun komst officieel is. Zo weten ze de toegang tot het fort te verkrijgen en kunnen de overige samenzweerders binnendringen. Gouverneur Gabriel de Saint-Blain wordt gevangengenomen. De monniken staan voor een voldongen feit: Lourdon, de plaats die zij als toevluchtsoord en schatkamer hadden ingericht, is in handen gevallen van hun tegenstanders.
Dat juist Filloux, een functionaris die de belangen van de abdij moest behartigen, betrokken is bij de inname, maakt de gebeurtenis bijzonder ingrijpend. De monniken hadden Lourdon juist gekozen als veilige bewaarplaats voor hun kostbaarste bezittingen.
Plundering van de abdijschat en het archief
Het fort wordt vervolgens grondig geplunderd. De aanvallers doorzochten de vertrekken, kelders en verborgen ruimten. Vooral de grote toren, waar de kostbaarste bezittingen zijn opgeslagen, wordt leeggehaald. Kelken, kruisen, reliekhouders en andere kerkelijke voorwerpen van goud en zilver worden naar Genève gebracht. Daar werden de edelmetalen door edelsmeden omgesmolten tot goud- en zilverstaven. Ook edelstenen worden verkocht en kerkelijke gewaden en versieringen zijn onder de soldaten verdeeld.
Niet alleen de materiële rijkdom van de abdij ging verloren. Ook het archief werd zwaar getroffen. Oorkonden, eigendomstitels, manuscripten en perkamenten worden verbrand, verscheurd of naar Genève afgevoerd.
Na het einde van de godsdienstoorlogen stuurt abt Claude de Guise vertegenwoordigers naar Genève om de overgebleven archiefstukken terug te kopen. Slechts een deel kan worden teruggevonden. De schade voor de abdij werd geschat op meer dan twee miljoen livres.
Gevolgen voor het archief
De vernietiging van de oorspronkelijke documenten heeft ook juridische gevolgen. De abdij is voor het beheer en de verdediging van haar bezittingen afhankelijk van oorkonden en eigendomstitels die haar rechten en privileges vastlegden.
In 1605 verkrijgt Claude de Guise van koning Henri IV koninklijke brieven (lettres patentes), waarin werd bepaald dat afschriften van verloren gegane oorkonden en eigendomstitels dezelfde bewijskracht kregen als de oorspronkelijke documenten. Zo probeert de abdij de gevolgen van het verlies van haar archief op juridisch gebied op te vangen.
Terugkeer van Lourdon naar de abdij
De protestanten houden château de Lourdon bezet tot september 1576. In maart van dat jaar trekt een protestants leger van naar schatting 18.000 man, gesteund door Condé en de calvinistische vorst Jean Casimir, Frankrijk binnen. Het leger doorkruist Bourgondië en trekt richting Beaune, Chalon en Lourdon.
Het leger trekt verder naar Cluny, maar dringt de stad niet binnen. De inwoners sturen een deputatie naar Jean Casimir met het verzoek ‘geen enkele aanranding in deze stad’ te plegen. De monniken hebben intussen hun toevlucht gezocht in de vesting.
In september 1576 komt de protestantse bezetting van château de Lourdon ten einde. Abt Claude de Guise krijgt het kasteel terug na betaling van een losgeld van 1.200 écus. Tien jaar later, in 1586, bevestigt koning Henri III met een edict officieel de teruggave van de vesting aan de abdij van Cluny.
De plundering heeft de vesting zwaar beschadigd. Niet alleen gaan kostbaarheden verloren, ook het archief van de abdij wordt getroffen. Claude de Guise staat voor de taak Château de Lourdon te herstellen en opnieuw in staat van verdediging te brengen.
De wederopbouw onder Claude de Guise
De Hugenoten laten Lourdon bij hun vertrek in 1576 als ruïne achter. De vesting moet dus grotendeels opnieuw worden opgebouwd. Na de teruggave van het château neem abt Claude de Guise (1555–1612), vanaf 1575 abt van Cluny, de wederopbouw ter hand. Hij laat de beschadigde vesting herstellen en versterken.
Het complex wordt uitgebreid met nieuwe gebouwen. Aan de zuidzijde verrijst een langgerekt hoofdgebouw, met tegen de zuidgevel een halfronde toren. Ook het omliggende domein krijgt een versterkte omheining.
De ommuring en de verdediging
Château de Lourdon ligt binnen een uitgestrekt ommuurd terrein. De stenen omheining heeft een lengte van ongeveer 3,2 kilometer en omsluit een park van circa 20 hectare. Op een plattegrond uit 1780 staan twaalf ronde torens langs de muur aangegeven. Daarvan zijn er tegenwoordig nog minstens vier herkenbaar bewaard gebleven.
Binnen de ommuring bevindt zich een omvangrijk gebouwencomplex, waaronder een kapel, het binnenbolwerk, de grote ronde donjon, het abdijhuis, de baan voor jeu de paume en de stallen.
Deze gebouwen en voorzieningen zijn niet allemaal in dezelfde periode ontstaan. Ze weerspiegelen de verschillende bouw- en uitbreidingsfasen van Lourdon, waarin opeenvolgende abten het kasteel aanpasten aan hun behoeften.
Het park was niet alleen bedoeld als bescherming van het kasteel. Het had ook het karakter van een parc seigneurial, een adellijk park dat gedeeltelijk als jachtgebied diende. De plattegrond uit 1780 toont onder meer eikenbos, wijngaarden, boomgaarden, tuinen en een vijver. De aanleg van het park dateert vermoedelijk uit de zestiende eeuw, al is de precieze ouderdom van de omheining nog niet vastgesteld.
Aan de oostzijde van het ommuurde terrein ligt de kleine kapel, la chapelle Saint-Hubert, die is opgenomen in de buitenmuur van het kasteel. De kapel heeft een romaans aandoend uiterlijk, maar draagt het wapen van Claude de Guise, abt van Cluny van 1575 tot 1612. De bouw dateert vermoedelijk uit het einde van de zestiende eeuw. Volgens de lokale geschiedschrijving zou Claude de Guise de kapel rond 1586 hebben laten stichten.
De keuze voor Sint-Hubertus is niet toevallig. Hij geldt als patroonheilige van de jacht. De naam van de kapel verwijst daarmee naar de jachtfunctie van het park, dat onder meer uit uitgestrekt eikenbos bestond.
De torens van Lourdon
Aan de zuidzijde van de ommuring staat de Tour Pigeonnier, ook wel Tour du Colombier genoemd. Deze toren maakte deel uit van de buitenste verdedigingslinie en diende als uitkijkpost en herkenningspunt tussen château de Lourdon, de abdij van Cluny in het zuiden en de Chapelle Saint-Laurent in het oosten bij Cotte. De oorsprong van deze toren gat terug tot in de dertiende eeuw.
Aan de noordzijde van de ommuring staat de Tour de la Poudrière. Deze toren lijkt volgens het archeologische onderzoek van Hervé Mouillebouche van een latere bouwfase te dateren, waarschijnlijk uit de tijd van Claude de Guise. Beide torens markeren de uiteinden van het voormalige kasteelterrein.
Het kanon van château de Lourdon
Claude de Guise laat in 1590 een groot kanon gieten voor de verdediging van château de Lourdon. Het bronzen geschut heeft een kaliber van 92 millimeter, is 2,85 meter lang en weegt 659 kilo. Het kanon, bekend als canon du château de Lourdon bevindt zich tegenwoordig in het Musée de l’Armée, in het Hôtel des Invalides in Parijs.
Voor het gieten van het kanon is veel brons nodig. Volgens de lokale overlevering wordt daarvoor onder meer gebruikgemaakt van het brons van oude klokken. Mogelijk zijn daarvoor klokken uit de Tours des Barabans van de abdij omgesmolten. De behoefte aan geschut laat zien hoe belangrijk de verdediging van Lourdon in deze onrustige periode is.
Ook de muren van het kasteel herinneren aan de militaire functie. In verschillende muren zijn gaten zichtbaar die mogelijk verband houden met het gebruik van vuurwapens en geschut. Of deze openingen daadwerkelijk als schietgaten voor kanonnen dienden, is nog niet met zekerheid vastgesteld.
Jeu de paume
In 1586 laat abt Claude de Guise op het terrein van Lourdon een baan voor het spelen van jeu de paume aanleggen. Dit spel, dat zijn oorsprong in de Middeleeuwen heeft, wordt aanvankelijk met de palm (paume) van de blote hand gespeeld. Later komen handschoenen en rackets in gebruik.
Jeu de paume is een voorloper van het moderne tennis. De speelbanen hebben een eigen architectuur, met muren en verschillende speelvlakken. De overgebleven pijlers van Lourdon herinneren aan deze bijzondere voorziening, die deel uitmaakte van het vernieuwde kasteelcomplex. Het gebouw draagt het wapen van Claude de Guise en het jaartal 1586.
De overgebleven pijlers van Lourdon herinneren aan deze bijzondere voorziening, die deel uitmaakte van het vernieuwde kasteelcomplex.
De hoge kantelen van de baan voor Jeu de Paume
De baan van Lourdon was bijzonder groot: het gebouw was ongeveer veertig meter lang en ruim dertien meter breed. Daarmee behoorde het tot de omvangrijke overdekte banen voor jeu de paume. De hoge stenen pijlers die nog overeind staan, geven een indruk van de oorspronkelijke afmetingen en de monumentale uitstraling van het gebouw.
De kantelen in Lourdon hadden een tweeledig doel: van buitenaf kon het rijke deel van de bevolking van Cluny het schouwspel volgen.
Van binnenuit was het voor de monniken mogelijk om de omgeving in de gaten te houden.
Opnieuw religieuze onrust voor Lourdon
In 1589 ontstaat religieuze onrust in Frankrijk. Ook in dit deel van Frankrijk ontstaan religieuze conflicten. Claude de Guise, abt van Cluny, wordt lid van ‘La Ligue’ en dit is olie op het vuur voor de protestanten.
La Ligue is een katholieke beweging die zich tijdens de godsdienstoorlogen ten doel stelde de katholieke godsdienst tegen het protestantisme te verdedigen. Het succes van deze groep was zodanig groot dat deze een gevaar voor de monarchie werd.
In de nacht van 24/25 juni 1593 proberen koninklijke troepen (de partizanen van Henri de Navarra, koning van Navarra), onder leiding van Armand de Gontaut, maarschalk de Biron, een verrassingsaanval te plegen op het kasteel van Lourdon. Gelukkig wordt er alarm geslagen en kan de vijand tot de volgende dag in bedwang worden gehouden.
De magistraten van Cluny sturen ter verdediging van Lourdon 120 haaksschutters onder bevel van Claude Ducret, bijgenaamd Capitaine-Baron. Abt Claude de Guise voert persoonlijk het bevel over de verdediging vanuit het kasteel. Met behulp van het grote kanon en de versterkingen uit Cluny weten de verdedigers de aanvallers uiteindelijk te verdrijven.
De koninklijke troepen moeten vluchten onder achterlating van hun gewonden en doden en vele wapens. Op een van de achtergelaten wapens staat het wapen van Sieur de la Guiche, een van de eerste families van de Charolais.
Abt Claude de Guise is persoonlijk verantwoordelijk voor deze verdediging.
Twee jaar later moet het château zich alsnog overgeven aan het leger van koning Henri IV (Henri de Navarra). Het leger, 14.000 man, staat dan nog steeds onder bevel van maarschalk de Biron. Tegen zoveel manschappen met vier kanonnen, is het château niet bestand en geeft zich over.
Henri IV, geboren in een katholieke familie. bekeert zich samen met zijn moeder, Jeanne d’Albret (Johanna van Navarra), de laatste koningin van Navarra, tot het protestantisme. Van zijn moeder erft hij de troon van Navarra, een autonoom koninkrijk in het noorden van Spanje en het zuidwesten van Frankrijk. Henri wordt Hugenoot en zodanig betrokken bij de Hugenotenoorlog. Hij leidt de protestantse troepen tegen het koninklijk leger (Henri kon tijdens de Bartholomeusnacht ternauwernood ontsnappen aan een moordaanslag).
Ondanks de overgave in 1595 blijft Lourdon nog in gebruik als residentie en bestuurscentrum van de abdij. In 1600 vond er zelfs een algemeen kapittel van de orde van Cluny plaats. Het kasteel was dus niet door de aanvallen onbewoonbaar geworden.
In de laatste jaren van de 16e eeuw laat Claude de Guise op de oostelijke helling van de Cras heuvel de kapel Saint-Claude bouwen. In 1746 zal de bisschop van Mâcon deze kapel bezoeken.
Vernietiging van het château de Lourdon
Het château is nog steeds een sterk fort en bedreiging voor de regio. Ook de bisschop van Mâcon, Gaspard Dinet, ziet de overheersing van Cluny als ongewenst en bedreigend. Nadat Claude de Guise in 1612 sterft, schrijft de bisschop een brief aan koning Louis XIII. Hij vraagt op 20 augustus 1613 om de ontmanteling van het château de Lourdon, uit angst dat het opnieuw in handen van de protestanten zal vallen.
" … la dite démolition est très importante pour le service du roi et très utile pour la Bourgogne, d’autant que le dit château est très fort, qu’on ne saurait l’avoir qu’avec une armée et à force de canon…il peut ravager tout le pays étant entre les rivières de la Loire et de la Saône ; que la garde en est mal assurée entre les mains de religieux… "
"... de genoemde sloop is zeer belangrijk voor de dienst van de koning en zeer nuttig voor Bourgondië, temeer daar het genoemde kasteel erg sterk is en het alleen met een leger en met een kanon te benaderen is ... het kan het hele land verwoesten tussen de rivieren van de Loire en de Saône…
Hier komt weer de oude tegenstelling tussen de bisschoppen van Mâcon en de abten van Cluny naar voren. Volgens de bisschop zal “Lourdon gevaarlijk blijven omdat het altijd is handen is van monniken en abten”.
De koning geeft in 1614 toestemming voor de sloop. Richelieu, destijds de abt van Cluny, eist een schadevergoeding van 60.000 livres van de staten van Bourgogne en Mâconnais. De abdij krijgt deze vergoeding daadwerkelijk.
4 december 1631 geven de ‘Les Etats de Bourgogne’ het bevel het château de Lourdon te ontmantelen. Bijna twintig jaar ligt er tussen de toestemming voor de sloop en de daadwerkelijke uitvoering. Deze tijd heeft de Richelieu nodig voor de onderhandelingen om een deel van het château te kunnen behouden.
In 1632 geeft hij uiteindelijk de opdracht tot sloop van de donjon en het kasteel van Lourdon, dit volgens de voorwaarden van de overeenkomst.
Richelieu is de belangrijkste minister van koning Louis XIII en wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de moderne staat in Frankrijk. Van 1627 tot 1642 is hij tevens abt van Cluny. Tijdens de opstand van de Hugenoten verlaat Richelieu zijn relatief tolerante politieke houding.
De versterkte delen van het château worden in dat jaar door middel van explosieven opgeblazen. Het sloopcontract bepaalt dat de niet-versterkte gebouwen zoals het huis van Amboise (logis d’Amboise), de stallen en de baan voor Jeu de paume worden gespaard (zie afbeelding boven). Dit zijn de gebouwen die door Claude de Guise zijn gebouwd.
De overblijfselen van het kasteel worden tot aan de Franse Revolutie gebruikt als agrarische gebouwen van de monniken van Cluny.
De verkoop als nationaal bezit
Met de Franse Revolutie komt ook de eeuwenlange band tussen Lourdon en de abdij van Cluny definitief ten einde. In 1791 wordt het domein als bien national verkocht. De koper is Étienne Commerçon, een handelaar uit Colonges.
De verkoop omvat niet alleen het kasteel, maar ook de tuin, de duiventil, weilanden en omliggende landerijen. Volgens een oudere beschrijving bedraagt de verkoopprijs 62.000 livres. Daarmee verdwijnt Lourdon definitief uit het bezit van de abdij van Cluny.
De papieren van Cluny
Tijdens de ontmanteling van Lourdon in 1632 komen de monniken opnieuw in actie om het archief van de abdij veilig te stellen. Uit een brief van 12 juli 1632 van Michel Le Masle aan kardinaal Richelieu blijkt dat er op dat moment nog belangrijke documenten in het kasteel aanwezig zijn. Zodra de monniken horen dat de afbraak is begonnen, sturen zij mensen naar Lourdon om de titres de l’abbaye – de documenten waarin de rechten en bezittingen van de abdij waren vastgelegd – in veiligheid te brengen.
De toestand van het archief was echter verre van ideaal. Door jarenlang gebrek aan onderhoud en ordening waren de documenten door elkaar geraakt. Sommige stukken werden zelfs als verloren beschouwd. De monniken vroegen daarom om een kamer in het kasteel waar zij de documenten tijdelijk konden verzamelen voordat ze werden afgevoerd.
Het is een opmerkelijk gegeven. Bijna zestig jaar na de plundering tijdens de godsdienstoorlogen lagen er in Lourdon nog steeds belangrijke papieren van de abdij. Welke documenten dit precies waren en of ze ook de plundering van 1575 hadden overleefd, is niet bekend. Op het moment dat Lourdon als vesting werd ontmanteld, moest dus opnieuw een deel van het historische en juridische geheugen van Cluny in veiligheid worden gebracht.
De mysteries van Lourdon
Waar voerden de wenteltrappen heen?
Het kasteel bewaart nog veel geheimen.
De overblijfselen van twee van de torens bevatten nog steeds wenteltrappen die spiraalsgewijs de grond in lopen. Hoewel het nog niet bekend is waar deze trappen naar toe leiden, weten we dat een groep speleologen uit Mâcon zo’n 50 jaar geleden de grotten van het kasteel hebben bezocht. Helaas zijn er geen gegevens over van het bezoek.
Leidden de wenteltrappen naar de verborgen schatkamers?
Zouden de verborgen schatten te maken hebben met aanvallen op het château?
Bron
Ook de bron van het kasteel, afgedekt in de 17e eeuw, bleef lange tijd verborgen. Een wichelroede vond de locatie terug. Ook de natuur gaf bewijs: afgelopen winter, toen de grond met sneeuw bedekt was, bevestigde een kale ring in de grond de vondst van de wichelroede. Op dit moment werken de vrijwilligers aan de restauratie van de bron.
Restauratie van château de Lourdon
Sinds 2012 wordt het gewerkt aan de restauratie van het château en het omliggend terrein. Een grote groep vrijwilligers werkt wekelijks aan het herstel van de ruïne. De Scouts komen in de zomer om herstelwerkzaamheden te doen.
Ontdekkingen tot nu toe
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Is het château de Lourdon te bezoeken?
Het kasteel is in privé bezit en kan niet worden bezocht, behalve bij uitzondering ter gelegenheid van les Journées Européennes du Patrimoine, de Europese Open Monumentendagen.
In de maanden juli en augustus zijn er echter soms rondleidingen op donderdagochtend. Bevlogen vrijwilligers nemen je mee op een ontdekkingstocht over het terrein van Lourdon en vertellen over de geschiedenis, de restauratie en de nog niet ontrafelde mysteries.
Het bureau de tourisme in Cluny kan je hier over inlichten. Vooraf reserveren is noodzakelijk. Dit kun je online doen op de website van het château: www.chateaudelourdon.fr
bronnen
Itinérances autour des doyennés clunisiens et du ban sacré; Fappah
Le château des abbés de Cluny à Lourdon; Hervé Mouillebouche / Florence Ducruix
Les vestiges longtemps incompris du jeu de paume des abbés de Cluny à Lourdon, in Archéologie et histoire des jeux de paume en France. De Versailles à la Marseillaise; Hervé Mouillebouche
Rapport de sondage archéologique – Château de Lourdon (2025); Hervé Mouillebouche
Chaumont, Louis. Histoire populaire de Cluny, d’après les sources et sur un plan nouveau; 1911
Histoire de l’abbaye de Cluny; Champly, Louis-Henri
Cluny, la ville et l’abbaye; Penjon, Auguste
Le château des abbés de Cluny à Lourdon : le parc, le jeu de paume, la tour philippienne; Mouillebouche, Hervé
Centre de castellologie de Bourgogne, 2012
‘La mémoire et l’écrit : l’abbaye de Cluny et ses archives (Xe-XVIIIe siècle)’; Barret, Sébastien Bulletin du centre d’études médiévales d’Auxerre
Histoire de l’abbaye de Cluny depuis sa fondation jusqu’à sa destruction à l’époque de la Révolution française; Lorain, Prosper. 1845
Rondleidingen door het château
www.chateaudelourdon.fr
www.gallica.fr
wikipedia.org
https://wiki-macon-sud-bourgogne.fr
meest recente blogs van zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
Cluny: ondergang van een abdij
Cluny: opkomst, macht en ondergang van een abdij
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Een duizend jaar oud mysterie in de abdijtuinen
De decanaten van Cluny: verborgen schakels in een middeleeuws machtsnetwerk
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2