De Franse Revolutie maakt een einde aan het kloosterleven
In het zuiden van de Bourgogne liggen de indrukwekkende resten van de abdij van Cluny.
Ooit was dit benedictijnse klooster het spirituele hart van Europa en het centrum van een enorm netwerk van kloosters en priorijen.
Cluny speelde een belangrijke rol in de hervorming van het kloosterleven
en had grote invloed op de religieuze cultuur en architectuur van zijn tijd.
Van de enorme abdijkerk CLUNY III, de Maior Ecclesia, blijft na de Franse Revolutie
en de daaropvolgende afbraak minder dan tien procent over.
Toch geven de bewaard gebleven gebouwen, archeologische resten en moderne reconstructies
een beeld van de uitzonderlijke omvang van het middeleeuwse complex.
De ondergang van CLUNY III is niet het verhaal van één plotselinge afbraak.
Het is een proces dat begint met de Franse Revolutie en zich over tientallen jaren voltrekt:
eerst verdwijnt de macht van de abdij, daarna het kloosterleven
en uiteindelijk worden de gebouwen verkocht en afgebroken.
De wereld is aan het veranderen
In het voorjaar van 1789 verkeert Frankrijk in een diepe financiële en economische crisis. Om de problemen van het koninkrijk te bespreken, roept Lodewijk XVI de États généraux bijeen. Op 5 mei komen de vertegenwoordigers van adel, geestelijkheid en de derde stand in Versailles bijeen.
Al snel ontstaat een conflict over hun onderlinge verhoudingen en de manier waarop er gestemd moet worden. Op 17 juni verklaart de derde stand zich, samen met een deel van de geestelijkheid, tot de Assemblée nationale. Daarmee komt een politieke omwenteling op gang die zich snel over Frankrijk verspreidt.
Op 14 juli wordt de Bastille in Parijs bestormd, een gebeurtenis die uitgroeit tot een belangrijk symbool van de Revolutie. Ook op het platteland neemt de onrust toe. Geruchten over aanvallen en plunderingen verspreiden zich en boeren keren zich tegen de feodale rechten van adel en kerk. In de zomer van 1789 begint daarmee de eeuwenoude maatschappelijke orde in korte tijd te wankelen.
ook de abdij van Cluny wordt door de revolutionairen gezien als een symbool van het ancien régime. De katholieke kerk wordt beschouwd als een verlengstuk van de monarchie en haar bezittingen worden genationaliseerd.
29 juli 1789: de dag waarop Cluny wankelt
In de zomer van 1789 staat de enorme abdij van Cluny nog vrijwel volledig overeind. De Maior Ecclesia, eeuwenlang het indrukwekkendste symbool van de macht van Cluny, lijkt onaantastbaar. Buiten de abdijmuren verandert de wereld echter snel.
Op 29 juli 1789 speelt zich in Cluny een opmerkelijke gebeurtenis af. Vier monniken, subprior Berthelon, prior Talmeuf, thesaurier Thivolet en keldermeester Bauderon, verschijnen namens de abdij in de kerk van Notre-Dame. Zij overhandigen het gemeentebestuur de kapittelakte waarin de gemeenschap afstand doet van haar feodale rechten.
Dom Berthelon benadrukt dat de monniken dit uit vrije wil doen en spreekt zijn vertrouwen uit in de inwoners van Cluny. De abdij probeert daarmee de verhouding met de stad goed te houden op een moment dat de spanningen in Frankrijk snel oplopen.
Maar terwijl de vergadering bezig is, bereikt Cluny het bericht dat vanuit de Mâconnais boeren in de richting van de stad trekken. In de omgeving zijn inmiddels verschillende kastelen en landhuizen aangevallen, waaronder het château de Pierreclos en het château de Berzé-le-Châtel. Achter de opstand liggen diepe sociale spanningen. Boeren keren zich tegen de feodale orde en tegen de tienden en andere feodale rechten die zij als een zware last ervaren.
Honderden boeren trekken naar Cluny
Honderden boeren, landarbeiders, ambachtslieden en wijnbouwers trekken vanuit de Mâconnais in de richting van Cluny. Hun doel is de abdij, die zij verantwoordelijk houden voor de feodale lasten waartegen zij in opstand zijn gekomen. Volgens de berichten willen zij het abdijcomplex binnendringen en mogelijk in brand steken.
De burgerwacht van Cluny trekt de opstandelingen tegemoet. Deze stedelijke militie is opgericht om de stad en haar inwoners te beschermen. In deze situatie verdedigt zij echter ook het bedreigde abdijcomplex.
De confrontatie bij Bourcier
De opstandelingen trekken via de hoogten van Bourcier richting Cluny. Hun voorgenomen route loopt vervolgens via Rochefort naar de Porte des Prés, de stadspoort die rechtstreeks toegang geeft tot het abdijcomplex. Zover komen zij echter niet. De burgerwacht van Cluny trekt de opstandelingen buiten de stad tegemoet, in het gebied van het Bois de Bourcier, en weet hen daar tot terugtrekken te dwingen.
De groepen die vanuit het platteland komen, zijn slecht georganiseerd en voornamelijk bewapend met stokken, hooivorken en pieken. De burgerwacht beschikt daarentegen over vuurwapens en een georganiseerde bevelsstructuur.
Wanneer de twee groepen elkaar ontmoeten, komt het tot een gewelddadige confrontatie. Verschillende opstandelingen worden gedood en een groot aantal wordt gevangengenomen en naar Cluny gebracht. De gemeentelijke archieven vermelden vijf doden en meer dan 150 arrestaties.
De gebeurtenis laat een opmerkelijke tegenstelling zien. De monniken hebben diezelfde dag afstand gedaan van hun feodale rechten, terwijl een deel van de bevolking juist tegen die oude rechten in opstand komt. Toch verdedigt de stedelijke militie de stad tegen de groep die de abdij wil aanvallen. De burgerwacht verdedigt daarmee niet simpelweg de oude macht van de monniken, maar de veiligheid en orde van Cluny.
De abdij wordt een gevangenis
De gebeurtenissen eindigen niet bij de confrontatie buiten de stad. Op 29 juli worden 154 mensen in de gevangenis van de abdij opgesloten. De volgende dag komen daar nog tien gevangenen bij. Twee gewonden en zieken worden ondergebracht in het Hôtel-Dieu.
De abdij, die eeuwenlang een religieus en politiek centrum was geweest, krijgt daarmee tijdelijk een geheel andere functie. Binnen haar muren worden mensen opgesloten die door de stedelijke autoriteiten als opstandelingen worden beschouwd.
In Cluny heerst ondertussen grote angst. De inwoners vrezen dat de stad alsnog wordt aangevallen en in brand gestoken. In de nacht van 29 op 30 juli worden aan veel huizen lampions opgehangen. De bron vermeldt niet waarom dat precies gebeurt; wel beschrijft een kroniekschrijver hoe groot de angst onder de bevolking is.
De aanval is afgeslagen, maar de wereld waarin Cluny eeuwenlang heeft gefunctioneerd, staat op instorten.
Het einde van de feodale macht
Enkele dagen later neemt de Assemblée nationale in de nacht van 4 augustus 1789 belangrijke besluiten over de afschaffing van het feodale stelsel.
Die besluiten maken niet onmiddellijk een einde aan alle feodale rechten. Sommige worden direct afgeschaft, terwijl andere aanvankelijk nog kunnen worden afgekocht. In de revolutionaire wetgeving van 1792 en 1793 worden ook de resterende feodale rechten verder afgeschaft.
Voor Cluny betekent dit dat de abdij haar eeuwenoude rechten op inkomsten en zeggenschap verliest. Daarmee wordt de economische en maatschappelijke macht van de abdij in korte tijd sterk ondergraven.
Maar de grootste veranderingen moeten nog komen. De revolutionaire regering richt zich nu rechtstreeks op de kerkelijke instellingen en hun bezittingen.
Op 13 februari 1790 worden de religieuze orden opgeheven en worden de bezittingen van de abdij genationaliseerd. Na bijna negen eeuwen komt daarmee het kloosterleven in Cluny definitief ten einde.
De laatste mis in de abdij van Cluny
Op 25 oktober 1791 wordt in de abdijkerk de laatste mis opgedragen. Slechts twaalf monniken zijn daarbij nog aanwezig. Kort daarna moeten ook zij de abdij verlaten.
Tussen 910 en 1790 hebben bijna zeventig abten de abdij van Cluny geleid. Met het vertrek van de laatste monniken komt aan bijna negen eeuwen onafgebroken kloosterleven een einde.
Van abdij naar bezit van de staat
De abdij heeft haar oorspronkelijke functie verloren. Het enorme complex en zijn bezittingen zijn inmiddels nationaal bezit geworden. Daarna begint een proces van leegstand, plundering, verkoop en uiteindelijk afbraak.
In 1793 begint de plundering. Meubilair en kunstwerken worden verwijderd, beelden en praalgraven vernield en glas-in-loodramen ingegooid. Ook klokken, waterspuwers, ornamenten en hekwerken verdwijnen uit de abdij. Het metaal wordt grotendeels omgesmolten; in totaal wordt zo’n dertien ton ijzer afgevoerd. De grote bibliotheek, inclusief goud en kunstwerken, en een belangrijk deel van het archief gaan verloren.
In 1794 stellen Louis Colas en Claude Philibert, in opdracht van de gemeente, een taxatie op van de abdij en haar bijgebouwen. Daarmee wordt het complex officieel in kaart gebracht met het oog op de verkoop.
Een bijzonder voorbeeld laat zien hoe snel de waarde van de inrichting verandert. In 1781 zijn onder leiding van Dom Lorain nieuwe koorbanken in de abdijkerk geplaatst. Ze kosten maar liefst 40.000 frank.
Nog geen twintig jaar later worden dezelfde koorbanken, in 1799, verkocht voor slechts 2.000 frank. De kopers zijn Gelin, een kruidenier, Paul Martin, de voormalige pastoor van Bray, en de slager Bruys. De verkoopprijs wordt destijds omschreven als « une somme dérisoire », een belachelijk lage prijs.
Het verschil tussen de oorspronkelijke investering en de uiteindelijke verkoopprijs laat zien hoe snel de abdij van een rijk ingericht kloostercentrum verandert in een complex waarvan de inventaris wordt verwijderd en verkocht.
De abdij verdwijnt, haar stenen blijven
De afbraak van de abdij was geen kwestie van een paar dagen revolutionaire onrust. Wat tegenwoordig als een ruïne wordt ervaren, is het resultaat van bijna twintig jaar ontmanteling. De gebouwen werden niet zomaar met de grond gelijkgemaakt. Veel onderdelen werden uit elkaar gehaald en verkocht. Alles wat bruikbaar was, van natuursteen en ijzer tot deuren, hekwerken en andere bouwonderdelen, kreeg een nieuwe bestemming in Cluny en de omliggende dorpen.
Toch ging de afbraak niet altijd voorzichtig. Om delen van de enorme abdijkerk neer te halen, werden zelfs buskruitladingen gebruikt. Hoge gewelven en zware muren konden op die manier naar beneden worden gehaald.
Juist doordat zoveel materiaal werd hergebruikt, zijn de sporen van Cluny III op veel meer plaatsen te vinden dan alleen binnen het voormalige abdijcomplex. De stenen worden verwerkt in huizen, schuren, stadsmuren en andere gebouwen in Cluny en de omliggende dorpen. Ook bij de bouw van de latere stallen van het Haras national de Cluny worden stenen van de afgebroken abdij gebruikt.
Meer over de geschiedenis van het Haras national de Cluny en de stallen die met stenen van de abdij werden gebouwd, lees je in het aparte artikel over het Haras.
De abdij valt uit elkaar
De verkoop maakt vervolgens de weg vrij voor de fysieke ontmanteling van het abdijcomplex.
Op 21 april 1798 deelt hoofdingenieur Pierre Jean Guillemot het enorme abdijterrein op in vier percelen. Om deze percelen van elkaar te scheiden en de verkoop mogelijk te maken, worden twee nieuwe straten dwars door het voormalige abdijterrein aangelegd. De noord-zuidlopende straat krijgt van veel inwoners de weinig vleiende bijnaam rue scélérate, de ‘schurkenstraat’.
Later in 1798 wordt het complex als nationaal bezit verkocht. Het uitgestrekte landgoed brengt 2.140.000 frank op. De abdij zelf, verdeeld over vier percelen, komt voor slechts 60.000 frank in handen van handelaren uit Mâcon.
Daarna worden de gebouwen verder ontmanteld. De natuurstenen worden als bouwmateriaal verkocht en krijgen nieuwe bestemmingen in Cluny en omgeving, onder meer in huizen en stallen.
De afbraak van de abdijkerk gaat nog jarenlang door. In 1811 worden ook delen van het grote en kleine transept gesloopt. In enkele decennia verdwijnt daarmee een groot deel van een monument dat eeuwenlang tot de belangrijkste religieuze gebouwen van Europa had behoord.
Van de Maior Ecclesia blijft weinig over
In de eerste decennia na de Franse Revolutie verdwijnt een groot deel van de enorme Maior Ecclesia. Van Cluny III blijft ongeveer acht procent bewaard.
Toch zijn er nog belangrijke resten van het middeleeuwse complex zichtbaar. Delen van het klooster, de kloostergang, de kapittelzaal, het Palais Gélase, verschillende kapellen, delen van de ommuring en meerdere torens zijn bewaard gebleven.
Ook de monumentale Porte d’Honneur, de belangrijkste toegang tot het abdijcomplex, wordt tijdens de Revolutie gedeeltelijk verwoest. Daarbij gaat een deel van de bovenste decoratie verloren en wordt ook de bijbehorende romaanse porterie afgebroken.
Van de Porte d’Honneur blijven uiteindelijk vooral de twee grote arcades over. De bezoeker kan er nog altijd onderdoor lopen, maar ziet daarmee slechts een deel van de toegang die de abdij vóór de Revolutie markeerde.
Van de vier monumentale kerktorens van CLUNY III heeft slechts één de sloop overleefd: de achthoekige Tour de l’Eau Bénite. De toren steekt nog altijd boven het voormalige abdijcomplex uit en geeft een indruk van de monumentale architectuur van de Maior Ecclesia.
Ook de Tour de l’Horloge is bewaard gebleven. Deze vierkante toren dateert uit de 12e eeuw en maakte geen deel uit van de vier grote torens van de Maior Ecclesia. Aan het begin van de 18e eeuw werd de toren verhoogd met een extra verdieping voor de klokken. Samen zijn de twee torens opvallende herinneringen aan het enorme gebouwencomplex dat hier ooit stond.
Van ruïne naar monument
Na de verwoesting en afbraak groeit in de 20e eeuw opnieuw de belangstelling voor Cluny. Archeologisch onderzoek, onder meer dat van Kenneth John Conant, zorgt voor een steeds beter beeld van het verdwenen complex.
Wat eeuwenlang was afgebroken en verspreid geraakt, wordt opnieuw onderzocht en gedeeltelijk zichtbaar gemaakt. Dankzij opgravingen, oude plattegronden en bouwhistorisch onderzoek kunnen de contouren en afmetingen van verdwenen gebouwen opnieuw worden gereconstrueerd. Op verschillende plaatsen zijn de lijnen van voormalige gebouwen zichtbaar gemaakt.
In de abdij laat een indrukwekkende 3D-reconstructie zien hoe de Maior Ecclesia er ooit moet hebben uitgezien, met rijkversierde zuilen, marmeren vloeren, kleurrijke fresco’s en een zee van licht.
Het Centre d’études clunisiennes heeft inmiddels meer dan 25.000 bouwfragmenten gelokaliseerd, teruggekocht of geschonken gekregen. Een selectie daarvan is te zien in het Palais Jean de Bourbon.
Een houten maquette in de abdij maakt duidelijk hoe klein het gedeelte is dat daadwerkelijk bewaard is gebleven. Juist daardoor wordt zichtbaar hoe ingrijpend de afbraak van CLUNY III is geweest.
Een verborgen schat in de abdijtuin
De geschiedenis van Cluny houdt niet op bij de resten van de gebouwen. In 2017 doen archeologen in de tuinen van Cluny een uitzonderlijke vondst. Tijdens onderzoek naar de middeleeuwse ziekenboeg die onder abt Pierre le Vénérable is aangelegd, ontdekken zij een klein, met leer gevoerd stoffen buideltje dat bijna negen eeuwen verborgen heeft gelegen.
De inhoud bestaat uit 2.113 zilveren denarii, 151 obolen, 21 gouden dinars, een gouden zegelring met een antieke afbeelding van Herakles, bladgoud en een klein gouden object.
Waarom deze kostbare verzameling werd begraven en waarom zij nooit werd opgehaald, is niet bekend. Ook de eigenaar blijft onzeker. Mogelijk behoorde de gouden ring toe aan Héracle de Montboissier, aartsbisschop van Lyon en broer van Pierre le Vénérable, maar daarvoor bestaat geen zekerheid. De vondst vormt daarmee een onverwachte blik op het leven binnen de abdij in de twaalfde eeuw.
Lees op zuidbourgogne.nl het hele verhaal van dit duizend jaar oude mysterie.
De gebouwen van CLUNY III zijn grotendeels verdwenen, maar de geschiedenis van de abdij is daarmee niet verdwenen. In de resten, archeologische vondsten en reconstructies is nog altijd te zien hoe groot de abdij ooit was en hoe ingrijpend de omwentelingen vanaf 1789 haar wereld hebben veranderd.
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
Wil je de verdwenen abdijkerk zelf stap voor stap ontdekken, lees dan Ontdekkingstocht door CLUNY III,
waarin je langs de overgebleven resten en de vroegere ligging van de Maior Ecclesia wordt geleid.
meer lezen over de abdij van Cluny op zuidbourgogne.nl:
meer lezen over Cluny op zuidbourgogne.nl:
meest recente blogs op zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
Cluny: ondergang van een abdij
Cluny: opkomst, macht en ondergang van een abdij
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Een duizend jaar oud mysterie in de abdijtuinen
De decanaten van Cluny: verborgen schakels in een middeleeuws machtsnetwerk
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
bronnen
Testamentum Willelmi; de stichtingsoorkonde
Cartulaire A de Cluny
Cartulaire B de Cluny
Cartulaire C de Cluny
Vita Maioli
Vita Odilonis
Vita Hugonis
Consuetudines Cluniacenses
Brieven en werken van Petrus Venerabilis
La reconstruction de lábbaye de cluny au XVIIIe siecle; Centre d’Etudes clunisiennes
Sites clunisiens en Europe; Christophe Vorop
Romaanse kunst; Rolf Toman
Herbouwd Verleden; Tellinger en Engelbregt
De abdij van Cluny; Centre des Monuments Nationaux
https://bourgognemedievale.com
https://www.cluny-abbaye.fr/
www.persee.fr
www.brionnais.fr