In het zuiden van de Bourgogne liggen de indrukwekkende resten van de abdij van Cluny.
Ooit was dit benedictijnse klooster het spirituele hart van Europa en het centrum van een enorm netwerk van kloosters en priorijen.
Cluny speelde een belangrijke rol in de hervorming van het kloosterleven
en had grote invloed op de religieuze cultuur en architectuur van zijn tijd.
Van de enorme abdijkerk CLUNY III, de Maior Ecclesia, blijft na de Franse Revolutie
en de daaropvolgende afbraak minder dan tien procent over.
Toch geven de bewaard gebleven gebouwen, archeologische resten en moderne reconstructies
een beeld van de uitzonderlijke omvang van het middeleeuwse complex.
De ondergang van CLUNY III is niet het verhaal van één plotselinge afbraak.
Het is een proces dat begint met de Franse Revolutie en zich over tientallen jaren voltrekt:
eerst verdwijnt de macht van de abdij, daarna het kloosterleven
en uiteindelijk worden de gebouwen verkocht en afgebroken.
Cluny op het hoogtepunt van zijn macht
Ooit was Cluny het centrum van een enorm netwerk van kloosters en priorijen. Aan het einde van de 11e eeuw waren meer dan duizend bezittingen in Europa aan Cluny verbonden en volgden tienduizend monniken de cluniacenzer traditie. De abdij was daarmee uitgegroeid tot een van de machtigste religieuze instellingen van middeleeuws Europa.
Cluny verliest zijn onafhankelijkheid
De machtige positie van Cluny was in de eeuwen daarvoor al veranderd. Sinds de invoering van het commendataire stelsel werden abten steeds vaker van buiten de kloostergemeenschap benoemd en kregen ook de Franse koning en zijn hof invloed op de benoemingen. De abdij behield haar aanzien en bezittingen, maar haar zelfstandige positie was geleidelijk afgenomen.
De wereld is aan het veranderen
In het voorjaar van 1789 verkeert Frankrijk in een diepe financiële en economische crisis. Om de problemen van het koninkrijk te bespreken, roept Lodewijk XVI de États généraux bijeen. Op 5 mei komen de vertegenwoordigers van adel, geestelijkheid en de derde stand in Versailles bijeen.
Al snel ontstaat een conflict over hun onderlinge verhoudingen en de manier waarop er gestemd moet worden. Op 17 juni verklaart de derde stand zich, samen met een deel van de geestelijkheid, tot de Assemblée nationale. Daarmee komt een politieke omwenteling op gang die zich snel over Frankrijk verspreidt.
Op 14 juli wordt de Bastille in Parijs bestormd, een gebeurtenis die uitgroeit tot een belangrijk symbool van de Revolutie. Ook op het platteland neemt de onrust toe. Geruchten over aanvallen en plunderingen verspreiden zich en boeren keren zich tegen de feodale rechten van adel en kerk. In de zomer van 1789 begint daarmee de eeuwenoude maatschappelijke orde in korte tijd te wankelen.
De revolutionaire machthebbers richten zich steeds nadrukkelijker op de positie en bezittingen van de katholieke kerk. De kerkelijke bezittingen worden genationaliseerd. De abdij van Cluny, eeuwenlang een machtige religieuze en maatschappelijke instelling, geldt daarbij als een duidelijk symbool van het ancien régime.
29 juli 1789: de dag waarop Cluny wankelt
In de zomer van 1789 staat de abdij van Cluny nog vrijwel volledig overeind. De Maior Ecclesia lijkt onaantastbaar. Buiten de abdijmuren verandert de wereld echter snel.
Op 29 juli 1789 speelt zich in Cluny een opmerkelijke gebeurtenis af. Vier monniken, subprior Berthelon, prior Talmeuf, thesaurier Thivolet en keldermeester Bauderon, verschijnen namens de abdij in de kerk van Notre-Dame. Zij overhandigen het gemeentebestuur de kapittelakte waarin de gemeenschap afstand doet van haar feodale rechten.
Dom Berthelon benadrukt dat de monniken dit uit vrije wil doen en spreekt zijn vertrouwen uit in de inwoners van Cluny. De abdij probeert daarmee de verhouding met de stad goed te houden op een moment dat de spanningen in Frankrijk snel oplopen.
Maar terwijl de vergadering bezig is, bereikt Cluny het bericht dat vanuit de Mâconnais boeren in de richting van de stad trekken. In de omgeving zijn inmiddels verschillende kastelen en landhuizen aangevallen, waaronder het château de Pierreclos en het château Berzé-le-Châtel. Achter de opstand liggen diepe sociale spanningen. Boeren keren zich tegen de feodale orde en tegen de tienden en andere feodale rechten die zij als een zware last ervaren.
Honderden boeren trekken naar Cluny
Honderden boeren, landarbeiders, ambachtslieden en wijnbouwers trekken vanuit de Mâconnais in de richting van Cluny. Hun doel is de abdij, die zij verantwoordelijk houden voor de feodale lasten waartegen zij in opstand zijn gekomen. Volgens de berichten willen zij het abdijcomplex binnendringen en mogelijk in brand steken.
De burgerwacht van Cluny, die de stad en haar inwoners moet beschermen, trekt de opstandelingen tegemoet.
De confrontatie bij Bourcier
De opstandelingen trekken via de hoogten van Bourcier richting Cluny. Hun voorgenomen route loopt vervolgens via Rochefort naar de Porte des Prés, de stadspoort die rechtstreeks toegang geeft tot het abdijcomplex. Zover komen zij echter niet. De burgerwacht van Cluny weet de opstandelingen in het gebied van het Bois de Bourcier tot terugtrekken te dwingen.
De groepen die vanuit het platteland komen, zijn slecht georganiseerd en voornamelijk bewapend met stokken, hooivorken en pieken. De burgerwacht beschikt daarentegen over vuurwapens en een georganiseerde bevelsstructuur.
Wanneer de twee groepen elkaar ontmoeten, komt het tot een gewelddadige confrontatie. Verschillende opstandelingen worden gedood en een groot aantal wordt gevangengenomen en naar Cluny gebracht. De gemeentelijke archieven vermelden vijf doden en meer dan 150 arrestaties.
Opmerkelijk is dat de monniken eerder die dag al afstand hebben gedaan van hun feodale rechten, terwijl honderden opstandelingen naar Cluny trekken om zich tegen diezelfde rechten te verzetten.
De burgerwacht grijpt in om te voorkomen dat de opstandelingen de stad binnendringen en de abdij aanvallen. Haar optreden is niet zozeer bedoeld om de feodale macht van de monniken te beschermen, maar om de veiligheid van de stad en haar inwoners te waarborgen.
De abdij wordt een gevangenis
Diezelfde dag worden 154 mensen in de gevangenis van de abdij opgesloten. De volgende dag worden nog eens tien mensen gevangengezet. Twee gewonden en zieken worden opgenomen in het Hôtel-Dieu van Cluny.
De abdij, die eeuwenlang een religieus en politiek centrum was geweest, krijgt daarmee tijdelijk een geheel andere functie. Binnen haar muren worden mensen opgesloten die door de stedelijke autoriteiten als opstandelingen worden beschouwd.
In Cluny heerst ondertussen grote angst. De inwoners vrezen dat de stad alsnog wordt aangevallen en in brand gestoken. In de nacht van 29 op 30 juli worden aan veel huizen lampions opgehangen. De bron vermeldt niet waarom dat precies gebeurt; wel beschrijft een kroniekschrijver hoe groot de angst onder de bevolking is.
De aanval is afgeslagen, maar de wereld waarin Cluny eeuwenlang heeft gefunctioneerd, staat op instorten.
Het einde van de feodale macht
Enkele dagen later neemt de Assemblée nationale in de nacht van 4 augustus 1789 belangrijke besluiten over de afschaffing van het feodale stelsel.
Die besluiten maken niet onmiddellijk een einde aan alle feodale rechten. Sommige worden direct afgeschaft, terwijl andere aanvankelijk nog kunnen worden afgekocht. In de revolutionaire wetgeving van 1792 en 1793 worden ook de resterende feodale rechten verder afgeschaft.
Voor Cluny betekent dit dat de abdij haar eeuwenoude rechten op inkomsten en zeggenschap verliest. Daarmee wordt de economische en maatschappelijke macht van de abdij in korte tijd sterk ondergraven.
Maar de grootste veranderingen moeten nog komen. De revolutionaire regering richt zich nu rechtstreeks op de kerkelijke instellingen en hun bezittingen. Op 13 februari 1790 worden de religieuze orden opgeheven en worden de bezittingen van de abdij genationaliseerd.
De laatste mis in de abdij van Cluny
Op 25 oktober 1791 wordt in de abdijkerk de laatste mis opgedragen. Slechts twaalf monniken zijn daarbij nog aanwezig. Kort daarna moeten ook zij de abdij verlaten.
Tussen 910 en 1790 hebben bijna zeventig abten de abdij van Cluny geleid. Met het vertrek van de laatste monniken komt aan bijna negen eeuwen kloosterleven een einde.
Van abdij naar bezit van de staat
Van plundering naar afbraak
De ondergang van CLUNY III verloopt over een periode van bijna vijfentwintig jaar. Nadat het kloosterleven in 1791 is geëindigd, begint een proces van leegstand, plundering, verkoop en ontmanteling dat bijna vijfentwintig jaar duurt.
Eerst verdwijnen interieur en bezittingen van de abdij, vanaf 1798 worden ook de gebouwen zelf afgebroken en tot 1823 gaat de sloop van de Maior Ecclesia door.
Tegelijkertijd proberen verschillende mensen en instanties delen van het monument te redden. De geschiedenis van de ondergang van Cluny is daarmee niet alleen een verhaal van vernietiging, maar ook van vergeefse reddingspogingen en waardevolle onderdelen die aan de sloop zijn ontkomen. Van de oorspronkelijke abdijkerk blijft uiteindelijk slechts ongeveer acht procent over.
Het beeld van de verwoesting als een uitbarsting van revolutionaire woede is daarmee te eenvoudig. De abdij wordt niet in één keer omvergehaald, maar gedurende jaren ontmanteld. De verkoop van afzonderlijke materialen maakt deel uit van een economisch proces waarin de onderdelen van het voormalige abdijcomplex een nieuwe waarde krijgen.
De abdij wordt leeggehaald
Na de laatste mis op 25 oktober 1791 verlaten de laatste monniken de abdij. Het complex staat daarna grotendeels leeg. In 1793 begint een periode van vernieling en plundering. Meubilair en kunstwerken worden verwijderd, beelden en praalgraven vernield en glas-in-loodramen ingegooid. Ook klokken en ornamenten verdwijnen. De grote bibliotheek en een belangrijk deel van het archief gaan verloren.
In 1794 stellen Louis Colas en Claude Philibert in opdracht van de gemeente een taxatie op van de abdij en haar bijgebouwen. Het complex wordt daarmee nauwkeurig in kaart gebracht met het oog op een toekomstige verkoop.
De veranderingen zijn ook zichtbaar in de waarde van de inrichting. In 1781 zijn onder leiding van Dom Lorain nieuwe koorbanken in de abdijkerk geplaatst. Ze kosten 40.000 frank. Nog geen twintig jaar later worden ze, in 1799, voor slechts 2.000 frank verkocht. De verkoop laat zien hoe snel de rijk ingerichte abdij verandert in een complex waarvan de afzonderlijke onderdelen geld kunnen opleveren.
Verkoop en eerste ontmanteling
In 1798 krijgt de ondergang een nieuwe dimensie. Op 21 april deelt hoofdingenieur Pierre Jean Guillemot het enorme abdijterrein op in vier percelen. Om de afzonderlijke delen van elkaar te scheiden en de verkoop mogelijk te maken, worden twee nieuwe straten dwars door het voormalige abdijterrein aangelegd. De noord-zuidlopende straat krijgt van veel inwoners de weinig vleiende bijnaam rue scélérate, de ‘schurkenstraat’.
Later dat jaar wordt het complex als nationaal bezit verkocht. Het uitgestrekte landgoed brengt 2.140.000 frank op, terwijl de abdij zelf voor slechts 60.000 frank in handen komt van handelaren uit Mâcon. Daarmee verandert de bestemming van het monument ingrijpend: wat eeuwenlang een religieus centrum was, wordt nu een bezit waarvan grond, gebouwen en bouwmaterialen geld moeten opleveren.
De verkoop maakt de weg vrij voor nieuwe ontmanteling. De eerste fysieke aantasting van CLUNY III volgt snel. In 1798 worden de glas-in-loodramen van de abdijkerk vernield, raakt het grote roosvenster beschadigd en wordt in augustus de monumentale avant-nef afgebroken. Ook de daken van delen van het complex verdwijnen.
De ontmanteling verloopt geleidelijk. Waardevolle en bruikbare onderdelen worden verwijderd en verkocht. Lood, ijzerwerk, hout, deuren, dakpannen, bakstenen en natuursteen leveren geld op. Tijdens deze periode wordt in totaal ongeveer dertien ton ijzer afgevoerd; een groot deel daarvan wordt omgesmolten. Voor de hogere delen van de gebouwen wordt ook buskruit gebruikt om zware constructies neer te halen.
Pogingen om de abdij te redden
Niet iedereen in Cluny berust in de afbraak. Het beeld dat de inwoners van de stad zelf verantwoordelijk zijn voor de vernietiging van de abdij is te eenvoudig. Uit Cluny komen juist verschillende pogingen om de resterende gebouwen te behouden. Het gemeentebestuur trekt aan de bel en zoekt steun bij hogere overheden.
Ook inwoners weten onderdelen van de abdijkerk te redden. Het huidige Musée d’Art et d’Archéologie van Cluny beschikt bijvoorbeeld over middeleeuwse fragmenten die mede dankzij de gehechtheid van inwoners aan hun erfgoed bewaard zijn gebleven.
Een belangrijke interventie komt van Alexandre Lenoir, oprichter van het Musée des Monuments français. Hij bezoekt Cluny rond 1800 en maakt zich zorgen over de voortgaande afbraak. Hij waarschuwt voor het verlies van het middeleeuwse erfgoed. Via minister van Binnenlandse Zaken Jean-Antoine Chaptal wordt geprobeerd de sloop te laten stoppen. Zijn waarschuwing kan de sloop echter niet voorkomen.
Ook het gemeentebestuur van Cluny dringt bij de prefect en de minister aan op behoud. Chaptal probeert in 1800 en 1801 meerdere malen in te grijpen, maar de maatregelen komen te laat.
Juni 1801: het beslissende moment
In juni 1801 bereikt de afbraak een beslissend punt. Tussen 6 en 9 juni worden de gewelven van de abdijkerk vernietigd. De slopers handelen snel, voordat het besluit van Chaptal om de werkzaamheden te stoppen definitief kan worden uitgevoerd. De vernietiging van de gewelven maakt het behoud van de enorme kerk vrijwel onmogelijk.
In dezelfde periode worden twee traveeën van het schip afgebroken. Daarmee wordt de Maior Ecclesia letterlijk in twee delen gesplitst en ontstaat een straat die vanaf de westelijke vleugel van het klooster door het complex loopt. De ingreep verandert niet alleen de kerk, maar ook de structuur van het voormalige abdijterrein.
Toch is ook daarna het verhaal nog niet afgelopen. In 1805 volgt opnieuw een poging om de abdijkerk te behouden. In 1809 wordt opnieuw naar een mogelijkheid gezocht om delen van het gebouw voor de sloop te behoeden. De beschikbare bronnen noemen voor deze twee pogingen geen betrouwbare initiatiefnemer die we met zekerheid aan de gebeurtenissen kunnen verbinden. Wel is duidelijk dat er ook na 1801 weerstand bestaat tegen de verdere afbraak.
Een bijzonder plan uit 1809 laat zien dat behoud zelfs gekoppeld wordt aan een nieuwe functie. Er wordt overwogen om het oostelijke deel van de kerk te gebruiken voor de nationale stoeterij die in Cluny wordt gevestigd. De grote ruimten van de kerk en de kapellen zouden als stallen kunnen dienen. Het plan wordt uiteindelijk niet uitgevoerd.
De grote sloop
De afbraak gaat ondertussen verder. In februari 1809 stort de Clocher du Chœur in. De toren is door vorst en regen verzwakt en houdt uiteindelijk geen stand.
In 1810 wordt de monumentale westgevel met het grote portaal met explosieven neergehaald. De afbraak van de Barabans gaat eveneens verder. In 1811 volgt de Clocher des Bisans. Voor het neerhalen van deze toren zijn maar liefst 75 explosies nodig.
De sloop beperkt zich niet tot de grote kerk. Ook delen van de transepten en andere gebouwen verdwijnen. De abdij wordt steeds verder ontmanteld en onderdelen die nog waarde hebben, worden verkocht. Een deel van het materiaal komt buiten Cluny terecht, onder meer in Mâcon. Daardoor zijn sporen van de verdwenen abdij niet alleen in Cluny, maar ook elders terug te vinden.
De grote ontmanteling van CLUNY III duurt uiteindelijk tot 1823. In dat jaar worden de abside en de straalkapellen afgebroken. Daarmee verdwijnen de laatste grote resten van de middeleeuwse abdijkerk. Tussen 1798 en 1823 is ongeveer 92 procent van CLUNY III verdwenen.
Wat van CLUNY III bewaard bleef
Van CLUNY III blijft slechts zo’n acht procent bewaard. Toch zijn er nog belangrijke resten van het middeleeuwse complex zichtbaar. Delen van het klooster, de kloostergang, de kapittelzaal, het Palais Gélase, verschillende kapellen, delen van de ommuring en meerdere torens zijn nog aanwezig.
Ook de monumentale Porte d’Honneur, de belangrijkste toegang tot het abdijcomplex, blijft grotendeels behouden, maar verliest tijdens de Revolutie een deel van haar oorspronkelijke vorm. De bovenste decoratie wordt gedeeltelijk verwoest en de bijbehorende romaanse porterie wordt afgebroken.
Van de Porte d’Honneur blijven uiteindelijk vooral de twee grote arcades over. De bezoeker kan er nog altijd onderdoor lopen, maar ziet daarmee slechts een deel van de toegang die de abdij vóór de Revolutie markeerde.
Van de vier monumentale kerktorens van CLUNY III heeft slechts één de sloop overleefd: de achthoekige Tour de l’Eau Bénite. De toren steekt nog altijd boven het voormalige abdijcomplex uit en geeft een indruk van de monumentale architectuur van de Maior Ecclesia.
Ook de Tour de l’Horloge is bewaard gebleven. Deze vierkante toren dateert uit de 12e eeuw en maakte geen deel uit van de vier grote torens van de Maior Ecclesia. Aan het begin van de 18e eeuw werd de toren verhoogd met een extra verdieping voor de klokken. Samen zijn de twee torens opvallende herinneringen aan het enorme gebouwencomplex dat hier ooit stond.
Agneau pascal
Bij de afbraak van de avant-nef gaan talrijke gebeeldhouwde onderdelen verloren. Een bijzondere sluitsteen ontsnapt echter aan de vernietiging. De steen met het Lam Gods, afkomstig uit het gewelf boven het grote portaal, valt tijdens de afbraak naar beneden, maar raakt daarbij nauwelijks beschadigd. De sluitsteen wordt bewaard en bevindt zich tegenwoordig in het Musée d’Art et d’Archéologie van Cluny.
Cluny wordt opnieuw zichtbaar
Vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw krijgt de verdwenen abdijkerk opnieuw wetenschappelijke aandacht. De Amerikaanse architect en archeoloog Kenneth John Conant onderzoekt de resten systematisch. Hij documenteert vondsten, nummerde bouwfragmenten en maakt tekeningen van de aangetroffen structuren. Op basis daarvan reconstrueert hij stap voor stap het beeld van CLUNY III.
Wat eeuwenlang was afgebroken en verspreid geraakt, wordt opnieuw onderzocht en gedeeltelijk zichtbaar gemaakt. Dankzij opgravingen, oude plattegronden en bouwhistorisch onderzoek kunnen de contouren en afmetingen van verdwenen gebouwen worden gereconstrueerd. Op verschillende plaatsen zijn de lijnen van voormalige gebouwen zichtbaar gemaakt.
In de abdij laat een indrukwekkende 3D-reconstructie zien hoe de Maior Ecclesia er ooit moet hebben uitgezien, met rijkversierde zuilen, marmeren vloeren, kleurrijke fresco’s en een zee van licht.
Het Centre d’études clunisiennes heeft inmiddels meer dan 25.000 bouwfragmenten gelokaliseerd, teruggekocht of geschonken gekregen. Een selectie daarvan is te zien in het Palais Jean de Bourbon.
Een houten maquette in de abdij maakt duidelijk hoe klein het gedeelte is dat daadwerkelijk bewaard is gebleven. Juist daardoor wordt zichtbaar hoe ingrijpend de afbraak van CLUNY III is geweest.
Een verborgen schat in de abdijtuin
De geschiedenis van Cluny houdt niet op bij de resten van de gebouwen. In 2017 doen archeologen in de tuin van de abdij een uitzonderlijke vondst. Tijdens onderzoek naar de middeleeuwse ziekenboeg die onder abt Pierre le Vénérable is aangelegd, ontdekken zij een klein, met leer gevoerd stoffen buideltje dat bijna negen eeuwen verborgen heeft gelegen.
De inhoud bestaat uit 2.113 zilveren denarii, 151 obolen, 21 gouden dinars, een gouden zegelring met een antieke afbeelding van Herakles, bladgoud en een klein gouden object.
Waarom deze kostbare verzameling werd begraven en waarom zij nooit werd opgehaald, is niet bekend. Ook de eigenaar blijft onzeker. Mogelijk behoorde de gouden ring toe aan Héracle de Montboissier, aartsbisschop van Lyon en broer van Pierre le Vénérable, maar daarvoor bestaat geen zekerheid. De vondst vormt daarmee een onverwachte blik op het leven binnen de abdij in de twaalfde eeuw.
Lees op zuidbourgogne.nl het hele verhaal van dit duizend jaar oude mysterie.
Van de machtige abdijkerk bleef maar een klein deel over, maar juist die resten maken vandaag zichtbaar hoe indrukwekkend CLUNY III ooit moet zijn geweest.
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
Wil je de verdwenen abdijkerk zelf stap voor stap ontdekken, lees dan Ontdekkingstocht door CLUNY III,
waarin je langs de overgebleven resten en de vroegere ligging van de Maior Ecclesia wordt geleid.
meer lezen over de abdij van Cluny op zuidbourgogne.nl:
meer lezen over Cluny op zuidbourgogne.nl:
meest recente blogs op zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
Cluny: ondergang van een abdij
Cluny: opkomst, macht en ondergang van een abdij
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Een duizend jaar oud mysterie in de abdijtuinen
De decanaten van Cluny: verborgen schakels in een middeleeuws machtsnetwerk
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
bronnen
Testamentum Willelmi; de stichtingsoorkonde
Cartulaire A de Cluny
Cartulaire B de Cluny
Cartulaire C de Cluny
Vita Maioli
Vita Odilonis
Vita Hugonis
Consuetudines Cluniacenses
Brieven en werken van Petrus Venerabilis
La reconstruction de lábbaye de cluny au XVIIIe siecle; Centre d’Etudes clunisiennes
Sites clunisiens en Europe; Christophe Vorop
Romaanse kunst; Rolf Toman
Herbouwd Verleden; Tellinger en Engelbregt
De abdij van Cluny; Centre des Monuments Nationaux
https://passerelles.essentiels.bnf.fr/
https://bourgognemedievale.com
https://www.cluny-abbaye.fr/
www.persee.fr
www.brionnais.fr