In de rustige tuinen van de abdij van Cluny, lag bijna duizend jaar lang een geheim verborgen.
Archeologen hadden in eerste instantie slechts één doel:
het terugvinden van de structuren van de middeleeuwse ziekenboeg van Pierre le Vénérable, abt van Cluny in de 12e eeuw.
Maar wat begon als een academisch onderzoek naar muren, kanalen en het dieet van zieke monniken,
eindigde in een van de meest spectaculaire archeologische ontdekkingen van West-Europa.
In 2017 stuiten archeologen onverwachts op een klein stoffen zakje.
Wat ze vonden lag bijna duizend jaar verborgen
en bleek een van de meest spectaculaire schatten van middeleeuws Europa.
De inhoud was ronduit spectaculair, alles samen geen fabelachtig fortuin,
maar wel een zeer persoonlijk bezit, vermoedelijk van een monnik of een belangrijk geestelijke.
Deze tresors de Cluny vormen een brug naar de 12e eeuw
en naar de monniken en abten die toen binnen de abdij leefden en werkten.
Een eeuw van archeologisch onderzoek
Het begin van de 20e eeuw
Al een eeuw lang werd in de abdij van Cluny laag na laag geschiedenis blootgelegd.
De eerste archeologische campagnes starten in 1928, onder leiding van Kenneth John Conant van de Harvard University. Tussen 1928 en 1950 worden negentig opgravingsputten geopend.
De focus ligt vooral op de kerken van de abdij, met name op de majestueuze Maior ecclesia, Cluny III, in de veronderstelling dat er twee oudere abdijkerken aan vooraf waren gegaan. Zijn werk leverde de eerste grote reconstructies op van het monastieke complex tussen de 10e en de 18e eeuw.
In 1936 ontdekt men een sarcofaag naast een muur van het transept van de abdijkerk van Cluny II, we spreken dan over de 10e eeuw. De sarcofaag, in Merovingische stijl, bevatte de botten van een volwassene.
De regionale krant Le Courrier de SAONE-ET-LOIRE schreef in september 1928 over deze opgravingen (bron: Gallic.fr)
Het laatste decennium van de 20e eeuw
Sinds de jaren 1990 is het onderzoek in een stroomversnelling geraakt.
Nieuwe programma’s, onder meer van de Université Lyon 2 en het Centre d’Études Médiévales d’Auxerre, concentreren zich op de oostelijke zone van de abdij. Het onderzoek gaat verder terug de tijd in: van een belangrijke Romeinse villa (1e–2e eeuw), een aristocratische Karolingische residentie met een kerk en twee begraafplaatsen, tot de stichting van de eerste abdijkerk in 910.
Dankzij deze archeologische ontdekkingen konden ook de verdwenen ruimtes van het klooster opnieuw worden gesitueerd: de eerste abdijkerk, het Passage Galilée, de kapittelzaal, de ziekenboeg en de Mariakapel.
'Les tresors de Cluny'
Het verhaal van de Cluny-schat begint al in 2009. Tijdens archeologisch onderzoek op de plek van de abdijkerk Cluny II, openen onderzoekers onder leiding van Christian Sapin een tweede tombe. Het is nabij het zuidelijk transept van de abdijkerk uit 981 dat deze Merovingische sarcofaag daterend uit de 6e eeuw / begin 7e eeuw is ontdekt. Deze sarcofaag is waarschijnlijk het hergebruik van een oudere sarcofaag.
Onder de zware stenen afdekking treffen de archeologen een skelet aan, minder goed bewaard dan de eerder ontdekte sarcofaag, maar met een steviger botstructuur. Het hoofd was mogelijk beschadigd door de fundering van een later gebouwde muur. Men vindt aan de zijkant van de sarcofaag de inscriptie ABA en ontdekt men dat het skelet van een vrouw uit de 12 eeuw moet zijn.
Deze vondsten voeden de hoop dat de abdij, ooit het machtige hart van een religieus netwerk, nog vele geheimen in zich draagt.
De ziekenboeg van Pierre le Vénérable (2015)
Zes jaar later zet een team onder leiding van archeologe Anne Baud van ‘Université Lyon 2’ nieuwe stappen. De focus ligt nu op de voormalige ziekenzaal van abt Pierre le Vénérable (abt van 1122 tot 1156), waarvan de ligging bekend was dankzij een anoniem plan uit 1700.
De onderzoekers brengen structuren van muren en opvullingen aan het licht, evenals een netwerk van kanalen. Botresten en keramiek zijn hier verzameld om inzicht te krijgen in het dieet en dagelijks leven van de monniken.
De ziekenzaal speelde een dubbele rol: als plek voor de zorg voor zieken, ouderen en kinderen, maar ook als liturgisch centrum binnen het kloostercomplex. Het was als een ‘klein klooster binnen de grote abdij’.
Het leek een bescheiden onderzoek, maar zou de basis leggen voor een van de grootste archeologische verrassingen van Frankrijk.
Een ontdekking die alles veranderde
Het is een doorsnee septemberdag in 2017 als archeologen in de tuinen van de abdij op iets stuiten dat hun onderzoek, en daarmee de geschiedenis van de abdij, voorgoed zou veranderen. In de voormalige ziekenboeg wordt een vondst gedaan die de geschiedenis van Cluny opnieuw op scherp zet. Tijdens opgravingen onder leiding van Anne Baud en Anne Flammin (CNRS) stuiten archeologen op een stoffen zakje, gevoerd met leer, dat zorgvuldig ligt begraven onder een laag aarde, vlakbij de voormalige ziekenzaal. Het moet na 1158 zijn geweest dat dit buideltje begraven is.
Een verborgen schat aan het licht
De inhoud was ronduit spectaculair, nooit eerder werd in West-Europa een middeleeuwse schat van deze omvang in één geheel opgegraven:
2.113 Cluniac zilveren denari en 151 obolen, grotendeels in Cluny geslagen (de abdij bezat sinds de 10e eeuw het recht om eigen munt te slaan);
zes denarii van andere ateliers;
21 gouden dinars, geslagen tussen 1121 en 1131 in Andalusië en Marokko onder de Almoravidische heerser Ali Ben Youssef – tot dan toe waren er in Frankrijk slechts tien gevonden;
een gouden zegelring met een antieke sardonyx-intaille van Herakles en de inscriptie ‘AVETE’;
een opgevouwen bladgoud van 24 gram;
een kleine gouden ‘pastille’ in de vorm van een knoop.
Volgens specialist Vincent Borrel kon men met deze schat in die tijd drie tot acht paarden kopen, een persoonlijk fortuin, maar op de schaal van de toenmalige abdij slechts een weekvoorraad wijn en graan.
De ring van Herakles
Het meest kostbare object was niet de muntenschat maar de gouden zegelring. Deze ring is in de 12e eeuw van zuiver goud gemaakt, uniek in zijn soort. De ring bestaat uit een brede band waarop een plaat is gesoldeerd en versterkt met twee gestreepte palmetten (waaiervormige decoraties die lijken op een palmblad).
Op een plaat is een antieke intaglio (techniek waarbij een afbeelding of figuur in een materiaal wordt gegraveerd of ingesneden, waardoor er een verdiept beeld ontstaat) van rode jaspis (een halfedelsteen die bekend staat om zijn vele kleuren en patronen) uit de 3e eeuw aangebracht.
De antieke held Heracles is in profiel afgebeeld en gekroond met lauweren, daaromheen is de inscriptie ‘AVETE’ in spiegelbeeld gegraveerd. Deze werd leesbaar zodra er een afdruk in was van het zegel op een perkament werd gezet.
Deze zegelring was bedoeld om aan een handschoen te worden gedragen en was ongetwijfeld een weelderig ceremonieel kledingstuk voor een hoge geestelijke. Het was mogelijk een bisschopsring, wellicht van Héracle de Montboissier, aartsbisschop van Lyon (1153–1163) en broer van de beroemde abt Pierre le Vénérable.
De inscriptie ‘AVETE’ (groeten aan u) verwijst naar het evangelie van Mattheüs. Het zijn de woorden van Christus aan de vrouwen die zijn dag kwamen bezoeken op de dag van de verrijzenis.
Volgens het Centre des Monuments Nationaux vertegenwoordigt deze ring, door zijn antieke intaille en zeldzaamheid, meer waarde dan de gehele rest van de vondst.
Historicus Marcellin Babey suggereert dat de ring een pastorale ring kan zijn geweest van bisschop Héracle de Montboissier (1153–1163), broer van abt Pierre le Vénérable (Pierre-Maurice de Montboissier). Héracle werd begraven in de kerk van Cluny en had sterke banden met de abdij.
Waarom werd de schat begraven?
De precieze reden blijft een mysterie. Archeologen speculeren over verschillende scenario’s:
- een monnik die, in strijd met de kloosterregels, privébezittingen wilde verbergen;
- de cellerier, verantwoordelijk voor de voedselvoorraden, die tijdelijk middelen verstopte;
- een hooggeplaatst geestelijke die zijn persoonlijke bezittingen veilig wilde stellen.
Het feit dat de schat eeuwenlang onaangeroerd bleef, maakt de vondst des te opmerkelijker. Bij de grootschalige verbouwingen in de 18e eeuw, stopten arbeiders met graven op slechts tien centimeter boven de plek waar de schat lag.
De abdij van Cluny en de Revolutie
Aan het begin van de Franse Revolutie (1789) worden de bezittingen van de geestelijkheid genationaliseerd en een jaar later volgt de opheffing van de Orde van Cluny. In 1791 zijn de kostbaarheden geïnventariseerd en naar Mâcon gestuurd om te worden omgesmolten. Enkele relikwieën ontsnappen aan vernietiging en keerden pas in de 21e eeuw terug naar Cluny.
Een abdij vol geheimen
Cluny was in de Middeleeuwen een spiritueel en cultureel centrum van Europa. De vondst van 2017 laat zien dat de abdij nog altijd niet al haar geheimen heeft prijsgegeven. Tussen de resten van muren, botten en waterkanalen lag een schat die bijna duizend jaar verborgen bleef, een stille getuige van rijkdom, macht en mysterie.
meest recente blogs zuidbourgogne.nl
Château Pontus de Tyard: geboorteplaats van een renaissancedenker
Pontus de Tyard: de dichter die de hemel wilde begrijpen
Cirque du Bout du Monde: het keteldal aan het einde van de wereld
Hugues de Semur: architect van het Middeleeuwse Cluny
Saint-Christophe du Puley: het verhaal van een verlaten priorij
Mont Grémoi: een wandeling over graniet, bronnen en tijd
Chapaize: een dorp tussen heuvels, bossen en eeuwenoude wegen
Van Chapaize naar Lancharre; een wandeling waarbij je zowel natuur als historie tegenkomt
Hoe een dolle wolf in 1775 dood en paniek zaait in de Bourgogne
De Rando Vigne: een leerzame wandeling door de wijngaarden
Semur-en-Brionnais: feodale wortels en romaanse pracht