Het Haras national de Cluny ligt op een deel van het terrein waar ooit de immense Maior Ecclesia van Cluny III stond,
in de Middeleeuwen de grootste abdijkerk van het Westen.
Van de kerk bleef na de Revolutie nauwelijks iets over.
Een deel van het terrein kreeg in de negentiende eeuw een geheel nieuwe bestemming:
hier verrijst het Haras, een centrum voor de Franse paardenfokkerij.
Waar eeuwenlang het kloosterleven met monniken en pelgrims centraal staat,
lopen vanaf het begin van de negentiende eeuw hengsten, fokkers en paardenknechten rond.
De geschiedenis van het Haras begint dan ook bij de ontmanteling van de abdij.
Van koninklijke stoeterij naar keizerlijk depot
De Franse overheid speelt al sinds de zeventiende eeuw een belangrijke rol in de paardenfokkerij. In 1665 worden onder Lodewijk XIV de eerste koninklijke Haras opgericht, onder meer om voldoende geschikte paarden voor de cavalerie beschikbaar te hebben. Tijdens de Franse Revolutie wordt deze organisatie opgeheven, maar Napoleon I herstelt het systeem in 1806.
Napoleon heeft een bijzondere belangstelling voor paarden ontwikkeld. Tijdens zijn veldtocht in Egypte maakt hij kennis met de kwaliteiten van Arabische volbloeden en neemt hij enkele paarden mee terug naar Frankrijk.
Het Franse leger heeft een enorm tekort aan geschikte paarden. De voortdurende oorlogen van het keizerrijk vragen om grote aantallen rijdieren voor de cavalerie en voor het transport van materieel. De paarden die tot dan door de Franse legers worden gebruikt, blijken niet altijd sterk en duurzaam genoeg. De reorganisatie van de paardenfokkerij moet daarom zowel de kwaliteit van de Franse paarden verbeteren als de militaire paardenvoorziening veiligstellen.
een keizerlijk decreet voor de stallen
Op 4 juli 1806 ondertekent Napoleon in Saint-Cloud het keizerlijke decreet waarmee de Franse Haras opnieuw worden georganiseerd. Frankrijk wordt verdeeld in zes gebieden met in totaal zes Haras en dertig depots voor dekhengsten. De nieuwe instellingen moesen goedgekeurde hengsten beschikbaar stellen aan particuliere fokkers en zo bijdragen aan de verbetering van de paardenrassen. Tegelijkertijd vormden ze een belangrijke schakel in de paardenvoorziening van het leger.
Het nieuwe hengstendepot in Cluny maakt deel uit van een veel groter plan. Met het keizerlijke decreet van 4 juli 1806 richt Napoleon een nieuwe Franse Haras-administratie in met zes arrondissementen, elk met een Haras en vijf hengstendepots. In totaal ontstaan zo dertig nieuwe depots. Voor verschillende daarvan worden voormalige abdijen en kloosters gebruikt. Cluny krijgt binnen dit netwerk een eigen hengstendepot.
Voor de nieuwe depots wordt dankbaar gebruikgemaakt van gebouwen die tijdens de Revolutie als nationaal bezit in handen van de staat zijn gekomen. Voormalige abdijen en kloosters zijn daarvoor bijzonder geschikt: ze beschikken over grote gebouwen, binnenplaatsen en stallen. Ook in Cluny krijgt een voormalig abdijgebouw een nieuwe bestemming.
De eerste hengsten staan in Saint-Hugues
De stad Cluny heeft zich al vóór het keizerlijke besluit tot Napoleon gewend met het verzoek om in de stad een hengstendepot te vestigen. Op 27 februari 1806 koopt de gemeente de voormalige Hostellerie de Saint-Hugues, inclusief de stallen op de begane grond, van een particulier.
Een paar maanden later volgt de keizerlijke toestemming. Cluny wordt een van de dertig nieuwe dépôts d’étalons. Volgens de lokale documentatie was de eerste directeur de graaf de Nompère, bijgestaan door een dierenarts en een agent comptable, de financieel beheerder.
In 1807 arriveren de eerste hengsten. Lokale bronnen vermelden dat op 4 april van dat jaar de eerste 28 paarden aankomen; het IFCE spreekt over ongeveer vijftig hengsten in de beginperiode. Zij worden ondergebracht in de bestaande Écuries Saint-Hugues. Het Haras van Cluny is geboren.
Het depot moet bijdragen aan de verbetering van de paardenfokkerij. De hengsten worden beschikbaar gesteld aan fokkers in de regio en moeten zorgen voor betere nakomelingen. Indirect diende dit ook de belangen van Napoleons leger.
van Hostellerie naar Écuries
De naam Écuries Saint-Hugues doet denken aan een gebouw dat altijd voor paarden is gebruikt. De geschiedenis gaat echter veel verder terug. Het gebouw maakte deel uit van de middeleeuwse abdij van Cluny.
Archeologisch onderzoek wijst erop dat de Écuries Saint-Hugues dateren uit de grote bouwcampagne van Cluny III, onder abt Hugues de Semur. Het gebouw maakte deel uit van de voorzieningen van de abdij en bood onder meer ruimte aan paarden en aan de opvang van gasten en pelgrims.
In 1807 krijgt het oude abdijgebouw een geheel nieuwe bestemming. De paarden die hier eerder voor bezoekers van de abdij werden ondergebracht, maken plaats voor de keizerlijke hengsten. Het gebouw wordt daarmee de eerste stal van het nieuwe hengstendepot van Cluny.
De eerste hengsten blijven hier zeven jaar. In 1814 verhuist het depot naar de speciaal gebouwde stallen op het terrein van de voormalige abdij. De Écuries Saint-Hugues blijven echter behouden.
Tegenwoordig staat het gebouw aan de Rue du 11 Août 1944, midden in Cluny. De voormalige abdijstallen hebben opnieuw een andere functie en worden gebruikt als ruimte voor tentoonstellingen en concerten.
Een merkwaardige eigendomsgeschiedenis
De Écuries Saint-Hugues maken oorspronkelijk deel uit van de abdij van Cluny. Na de Franse Revolutie komt het gebouw, samen met de overige abdijgoederen, als nationaal bezit op de markt. Het wordt vervolgens verkocht aan een particulier.
Op 27 februari 1806 koopt de stad Cluny het gebouw van deze particuliere eigenaar. De gemeente stelt de Écuries Saint-Hugues daarna ter beschikking aan de staat voor het nieuwe hengstendepot dat onder Napoleon wordt opgericht. Het gebouw komt daarmee tijdelijk onder beheer van de staat.
Na de val van Napoleon verandert de situatie opnieuw. Tijdens de Restauratie verkoopt de staat de Écuries Saint-Hugues op 26 augustus 1824 voor 5.500 francs aan de gemeente Cluny.
De eigendomsgeschiedenis vormt daarmee een opmerkelijke keten: van abdijbezit naar nationaal bezit, van nationaal bezit naar particulier bezit, vervolgens naar de gemeente, tijdelijk naar de staat en uiteindelijk opnieuw naar de gemeente. Een middeleeuws abdijgebouw krijgt zo na de Revolutie een volledig nieuwe rol binnen het staatsprogramma voor de paardenfokkerij.
De abdijkerk verdwijnt uit het stadsbeeld
Cluny III verdwijnt, de stenen blijven
De komst van de paarden valt samen met een ingrijpende verandering in de geschiedenis van Cluny. Na de verkoop van de abdij als nationaal bezit in 1798 wordt het immense complex ontmanteld en de abdijkerk Cluny III grotendeels afgebroken.
De stenen van de verdwenen kerk worden op verschillende plaatsen in Cluny hergebruikt, onder meer voor huizen en andere gebouwen. Ook bij de aanleg van de nieuwe stallen van het Haras wordt materiaal van de afgebroken abdijkerk gebruikt.
In 1814 verhuizen de hengsten vanuit de Écuries Saint-Hugues naar de speciaal voor het hengstendepot gebouwde stallen. De bouw van het Haras-complex gaat daarna nog tientallen jaren door, met verschillende uitbreidingen tot ongeveer 1880. Zo krijgen delen van het materiaal van Cluny III een opmerkelijk tweede gebruik: de stenen die ooit deel uitmaakten van de immense abdijkerk worden verwerkt in gebouwen voor de paardenfokkerij.
Paarden boven het verdwenen koor
De nieuwe stallen komen bovendien gedeeltelijk op het terrein van het voormalige koor van Cluny III te staan. Onder dit gedeelte bevinden zich volgens oudere bronnen graven van monniken. Ook het graf van abt Hugues de Semur, de grote bouwheer van Cluny III, zou hier hebben gelegen. Archeologisch onderzoek heeft inderdaad middeleeuwse graven aangetoond, maar geen daarvan kan zonder meer aan een specifieke abt worden toegeschreven.
een stal voor 52 paarden
De oudste nog bestaande stal is Écurie n° 1, voltooid in 1818. Het gebouw is speciaal ontworpen voor de huisvesting en verzorging van de hengsten. Er is plaats voor 52 paarden. Een brede gang loopt door het midden, met aan weerszijden de paardenplaatsen. De grote hoogte van de stal zorgt voor een goede luchtcirculatie.
De paarden staan oorspronkelijk vastgebonden op hun vaste plaats. Langs de wanden bevinden zich de voederbakken en boven de stallen wordt het hooi opgeslagen. Via een zogenaamd abat-foin, een hooiluik in de vloer van de opslagruimte, kan het hooi rechtstreeks naar de paarden worden gebracht.
Cluny bouwt verder aan het Haras
De eerste stal biedt al snel onvoldoende ruimte. Het aantal paarden neemt in de loop van de negentiende eeuw toe en het complex breidt zich verder uit. Rond de Cour du Tilleul, genoemd naar de bijna tweehonderd jaar oude lindeboom die er nog steeds staat, verrijzen nieuwe gebouwen. De bouw van Écurie n° 3 begint rond 1821. In dezelfde periode komen er woningen voor personeel, waaronder de woning van de directeur en die van de agent comptable, de financieel beheerder van het Haras.
In de tweede helft van de negentiende eeuw volgt opnieuw een uitbreidingsfase. De Frans-Duitse oorlog van 1870 maakt duidelijk hoe afhankelijk het Franse leger is van voldoende paarden.
De wet van 1874 geeft de Haras een nieuwe organisatie en legt ook het aantal staatsdekhengsten vast. In Cluny leidt de uitbreiding uiteindelijk tot de bouw van Écurie n° 2, die volgens de informatie op het terrein uit 1874 dateert. Het complex blijft daarna uitbreiden tot ongeveer 1880.
Rond 1900 bereikt het Haras zijn grootste omvang. Er zijn dan ongeveer 150 paarden aanwezig.
De historische gebouwen die nu het hart van het Haras vormen, zijn daarmee het resultaat van bijna zeventig jaar bouwen: van de eerste stallen uit de jaren 1810 tot de laatste grote uitbreidingen rond 1880.
Van militaire paarden naar sport en fokkerij
De taak van het Haras richt zich in de negentiende eeuw vooral op het verbeteren van de paardenfokkerij. Het stelt goedgekeurde dekhengsten beschikbaar aan fokkers in de regio en draagt zo bij aan de verbetering van de verschillende Franse paardenrassen.
De wet van 1874 geeft de Franse Haras een nieuwe organisatie. Het aantal staatsdekhengsten wordt vastgesteld op 2.500 en er komt een netwerk van hengstendepots en stations de monte, plaatsen waar fokkers hun merries kunnen laten dekken door een staatsdekhengst. Vanuit Cluny worden tijdens het dekseizoen dekhengsten verspreid over verschillende stations de monte in Bourgondië.
De fokkerij richt zich niet meer uitsluitend op paarden voor het leger. Ook voor de landbouw, het transport en later steeds meer voor de sport worden paarden geselecteerd. Trekpaarden, waaronder de Auxois, een trekpaardenras uit Bourgondië, maken deel uit van de fokkerij. Daarnaast worden paarden gefokt en geselecteerd voor de sport- en rensport.
Het Haras de Cluny groeit uit tot meer dan een voorziening voor de militaire paardenfokkerij. Het wordt een centrum van kennis over paardenfokkerij en vormt een belangrijke schakel tussen de nationale overheid en de fokkers in de regio.
De Eerste Wereldoorlog verandert de paardenfokkerij
De Eerste Wereldoorlog vormt een belangrijk keerpunt voor de Franse paardenfokkerij. De rol van het paard in het leger neemt sterk af. De opkomst van gemotoriseerde voertuigen en pantserwagens maakt de cavalerie steeds minder belangrijk en verandert ook de taak van de Haras nationaux.
Na de Tweede Wereldoorlog krijgt het paard tijdelijk opnieuw een belangrijke plaats in de landbouw. Door het tekort aan landbouwmachines zijn boeren opnieuw aangewezen op paarden voor het werk op het land. Vanaf de jaren 1960 verandert dat snel. Mechanisatie neemt de plaats van het trekpaard over en de belangstelling verschuift steeds meer naar paardensport en recreatie.
De rol van het paard verandert daarmee ingrijpend: van leger en landbouw naar sport en recreatie. Voor de Haras betekent dit een nieuwe opdracht. Naast de traditionele paardenfokkerij komen sport, opleiding, kennis en het behoud van paardenrassen steeds meer centraal te staan.
Haras: een complex vol paardengeschiedenis
Wanneer je door het Haras loopt, kom je de geschiedenis van de paardenfokkerij op verschillende plaatsen tegen. De smederij, de voormalige zadelmakerij en de verzameling historische koetsen laten zien hoeveel werk en vakmanschap rond de paarden nodig zijn.
De maréchal-ferrant, de hoefsmid, speelt daarbij een belangrijke rol. Hij kent de bouw van het paardenbeen en de hoef en maakt ieder hoefijzer passend voor het individuele paard. Goed beslag is essentieel voor paarden die dagelijks worden ingezet.
Ook de historische rijtuigen laten zien hoeveel verschillende taken paarden vervullen. Ze zorgen voor personenvervoer en spelen een rol in de landbouw, handel, postbezorging en medische zorg. Een bijzonder voorbeeld is de traîneau de médecin, een slee waarmee een plattelandsarts in de winter zijn patiënten bereikt.
Andere voertuigen, zoals de Meadowbrook cart, de demi-tonneau en de tapissière, laten de grote verscheidenheid aan door paarden getrokken vervoer zien.
Ook Alphonse de Lamartine, geboren in Mâcon, heeft een plaats in de geschiedenis van het Haras. Een informatiepaneel verwijst naar zijn gedicht Sultan, le cheval arabe, waarin hij een Arabisch paard bezingt.
Het einde van de oude Haras
De twintigste eeuw brengt grote veranderingen. Het militaire belang van paarden neemt sterk af door de mechanisering van het leger en de landbouw. Het Haras past zich aan en richt zich steeds meer op fokkerij, rasverbetering, sport en recreatie.
Ook de technieken in de paardenfokkerij veranderen. De Haras nationaux ontwikkelen nieuwe methoden en ondersteunen fokkers bij het verbeteren van de rassen. Tegelijkertijd blijft er aandacht voor het behoud van Franse paardenrassen en voor de ontwikkeling van het sportpaard.
In 1999 krijgen de Haras nationaux de status van zelfstandige publieke instelling. De organisatie richt zich steeds meer op ondersteuning van fokkers, beroepsorganisaties en lokale overheden.
De traditionele rol van de staat in de paardenfokkerij verandert uiteindelijk ingrijpend. In 2010 gaan de Haras nationaux en de École nationale d’équitation op in het Institut français du cheval et de l’équitation (IFCE). De taken op het gebied van de hengstenhouderij worden vervolgens geleidelijk overgedragen aan de particuliere sector.
Dit betekent niet het einde van het Haras de Cluny. De historische gebouwen behouden hun betekenis, maar krijgen steeds meer een culturele en toeristische functie. De oude stallen bieden tegenwoordig ruimte aan activiteiten rond paardensport, erfgoed en geschiedenis, terwijl de paarden ook nu nog deel uitmaken van het Haras.
Een nieuwe toekomst voor het Haras
In Cluny krijgt het terrein een nieuwe toekomst. In 2017 wordt het GIP Équivallée – Haras national de Cluny opgericht, waarin de stad Cluny, het departement Saône-et-Loire en het IFCE samenwerken.
Het samenwerkingsverband omvat niet alleen het historische Haras, maar ook het sportcentrum, het centrum voor paardensport en de hippodroom. Het doel is het paard in Cluny te behouden en tegelijkertijd het historische complex cultureel, toeristisch en sportief te ontwikkelen.
De oude stallen krijgen daardoor verschillende functies. De Écuries Saint-Hugues doen tegenwoordig dienst als tentoonstellingsruimte. De historische gebouwen van het Haras bieden ruimte aan rondleidingen, activiteiten en evenementen. Rond de oude abdijsite ligt inmiddels een omvangrijk centrum voor paardensport.
Meer dan tweehonderd jaar nadat de eerste keizerlijke hengsten in Cluny arriveren, maken paarden nog altijd deel uit van het dagelijks leven van de stad. Op het terrein van het Haras is de geschiedenis van Cluny III nog altijd aanwezig: in de ligging van de gebouwen, in stenen van de verdwenen abdijkerk en in de resten die archeologisch zijn aangetoond.
bronnen
IFCE – Haras national de Cluny
Equipedia – Évolution des Haras nationaux
Cheval Patrimoine – Des haras royaux à l’Institut français du cheval et de l’équitation
IFCE – Les Haras nationaux, leur histoire
Légifrance – GIP EQUIVALLÉE Haras national de Cluny
Ministère de l’Agriculture – Convention constitutive EQUIVALLÉE
Cheval Patrimoine – Le cheval et ses patrimoines
meest recente blogs zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
Berzé-le-Châtel: de stenen schildwacht van Cluny
De man die alles wilde begrijpen: Leonardo da Vinci in Lab71 in Dompierre-les-Ormes
Een kosmisch duel tekent het landschap van Zuid-Bourgondië