Saône-et-Loire is een van de vier departementen die samen de historische Bourgogne vormen.
Het departement ligt in het zuiden van de huidige regio Bourgogne-Franche-Comté
en dankt zijn naam aan de twee grote rivieren die het landschap bepalen:
de Saône in het oosten en de Loire in het westen.
De andere drie departementen van de historische Bourgogne zijn Côte-d’Or, met Dijon als hoofdstad,
Nièvre, met Nevers, en Yonne, met Auxerre.
Samen vormden zij de kern van de voormalige regio Bourgogne,
die in 2016 opging in de huidige regio Bourgogne-Franche-Comté.
Saône-et-Loire is met ruim 8.500 km² een van de grootste departementen van Frankrijk.
Het landschap is opvallend afwisselend.
In het oosten liggen de vlakke gebieden van de Saône en de Bresse,
in het westen de uitgestrekte bocagelandschappen van de Charolais en de Brionnais.
Daartussen liggen onder meer het Clunisois, de Côte Chalonnaise en de wijngaarden van de Mâconnais.
In het noorden sluit het landschap aan op de Morvan en in het zuiden op het Beaujolais.
Het departement vormt daarmee een overgangsgebied tussen het Centraal Massief,
de Jura en de grote rivierdalen van de Saône en de Loire.
Zeven districten
Saône-et-Loire ontstaat tijdens de Franse Revolutie. Op 4 maart 1790 wordt Frankrijk verdeeld in departementen. Het nieuwe departement is aanvankelijk verdeeld in zeven districten. De hoofdplaatsen waren Autun, Bourbon-Lancy, Chalon-sur-Saône Charolles, Louhans, Mâcon en Semur-en-Brionnais. Semur-en-Brionnais wordt later vervangen door Marcigny als hoofdplaats van het district.
De bestuurlijke indeling veranderde in de loop van de tijd. Tegenwoordig telt Saône-et-Loire uit vijf arrondissementen: Autun, Chalon-sur-Saône, Charolles, Louhans en Mâcon. De administratieve hoofdplaats van het departement is Mâcon, waar ook de prefectuur is gevestigd.
Waar komt de naam Saône vandaan?
De oorsprong van de naam Saône is niet helemaal zeker. In de oudheid wordt de rivier door de Romeinen Arar genoemd. Caesar beschrijft haar als een rivier die zo langzaam stroomt dat het nauwelijks zichtbaar is in welke richting het water beweegt.
Later verschijnt de naam Sauconna of Souconna. Deze naam wordt in verband gebracht met een Gallische godin, van wie in Chalon-sur-Saône een inscriptie en een altaar zijn gevonden. Ook een verband met de Keltische bevolking van de streek, de Sequanen, is wel onderzocht. De ontwikkeling van Arar naar Sauconna en uiteindelijk Saône is echter complex en kan niet met één verklaring worden vastgelegd.
Rivieren en kanalen
De Grosne ontspringt in het westen van het departement en stroomt richting Saône. Daarnaast kent Saône-et-Loire talloze kleinere rivieren en beken die het landschap doorsnijden. Zoals de Guye die bij Messeugne uitmondt in de Grosne.
De Saône staat bekend om haar rustige stroming en haar brede overstromingsvlakte. Vooral in de laaggelegen gebieden kunnen hoge waterstanden grote oppervlakken onder water zetten.
"De Saône stroomt zo langzaam dat je niet kunt zien welke kant hij op stroomt."
Julius Ceasar
Het Canal du Centre en Canal de Bourgone lenen zich uitstekend voor een vaartocht of voor een rondvaart zoals vanuit Digoin te realiseren is.
De Saône en haar overstromingen
De Saône is met haar circa 480 kilometer geen lange rivier zoals de Loire (1.012 km), maar wel een van de belangrijkste rivieren van oostelijk Frankrijk. Ze ontspringt in de Vogezen en stroomt bij Lyon samen met de Rhône. Haar stroomgebied beslaat ongeveer 30.000 km². De geringe helling van de rivier zorgt voor een rustige stroming, terwijl het uitgestrekte, laaggelegen stroomgebied ervoor zorgt dat hoogwater zich langzaam verplaatst en overstromingen kunnen ontstaan.
De brede uiterwaarden en overstromingsgebieden langs de Saône zijn daardoor kenmerkend voor het landschap. Overstromingen zijn geen nieuw verschijnsel: historische bronnen maken al eeuwenlang melding van hoge waterstanden. Overstromingen van de Saône zijn al in de verre geschiedenis bekend. Hier lees je de hele geschiedenis van de Saône en haar overstromingen.
Die regelmatige overstromingen hebben hun sporen in het landschap achtergelaten. Langs de rivier ontstonden vochtige graslanden, ooibossen en andere bijzondere natuurgebieden.
Een gevarieerd klimaat
Het klimaat van Saône-et-Loire verschilt per streek. Het departement ligt in een overgangsgebied tussen Atlantische en continentale invloeden. De hoogte, de ligging ten opzichte van de heuvels en de nabijheid van de grote rivierdalen zorgen voor regionale verschillen.
De winters kunnen koud zijn, terwijl de zomers warm kunnen worden. Vooral in de beschutte dalen en laaggelegen gebieden kunnen in de zomer hoge temperaturen voorkomen. Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen bijvoorbeeld de laaggelegen Bresse en Saônevallei, de heuvels van de Mâconnais en de hogere gebieden van de Charolais en Morvanrand.
Het klimaat is daarmee een van de factoren die de grote verscheidenheid aan landschappen en landbouw in het departement helpen verklaren.
Rotsen, grotten en ondergrondse geschiedenis
De kalksteenbodem van Zuid-Bourgogne heeft het landschap gevormd, niet alleen met het uiterlijk van de heuvels, maar ook wat zich daaronder bevindt. De Roche de Solutré en de Roche de Vergisson behoren tot de bekendste rotsformaties van het zuiden van Bourgogne. De grotten van Azé en Blanot laten zien wat zich onder het kalkstenen landschap bevindt. In de grotten van Azé zijn zowel bijzondere geologische formaties als sporen van menselijke aanwezigheid gevonden. De grotte de Cailleverdière in Blanot is vooral bekend om haar indrukwekkende ondergrondse gangen en zalen.
steengroeven
Ook de steengroeven vertellen iets over de geschiedenis van Saône-et-Loire. In verschillende delen van het departement werd kalksteen gewonnen voor de bouw van huizen, kerken en andere gebouwen. Rond Tournus werd onder meer de pierre de Préty gewonnen, een steen met karakteristieke roze en roodachtige tinten die ook voor de bouw van de abdij Saint-Philibert werd gebruikt.
De oude Carrières de la Lie bij La Roche-Vineuse laten zien hoe de winning en het gebruik van steen verbonden zijn met de geschiedenis van het landschap. De groeve is bovendien interessant vanwege de archeologische vondsten die hier zijn gedaan en die teruggaan tot de prehistorie.
Flora en fauna
De afwisseling van rivieren, uiterwaarden, bossen, weilanden, wijngaarden en het karakteristieke bocagelandschap zorgt voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren in Saône-et-Loire.
Langs de Saône, de Loire en de Doubs liggen vochtige graslanden, moerassen, rietvelden en ooibossen. Vooral langs de Loire zijn deze forêts alluviales, oftewel ooibossen, kenmerkend. Ze ontstaan op plaatsen waar de rivier regelmatig buiten haar oevers treedt en vormen een afwisselend leefgebied voor onder meer vogels, vissen, amfibieën en insecten.
In de uitgestrekte weilanden van de Charolais en Brionnais zorgen hagen, bomenrijen, poelen en kleine waterlopen voor een fijnmazig leefgebied voor veel soorten. De bossen bieden ruimte aan onder andere reeën, wilde zwijnen, roofvogels en talrijke kleinere dieren. Ook de kalkrijke hellingen van de Mâconnais en Côte Chalonnaise hebben hun eigen flora, met soorten die goed gedijen op droge, zonnige bodems.
De grotten en andere ondergrondse ruimten vormen een belangrijke verblijfplaats voor verschillende soorten vleermuizen. De grote variatie aan landschappen en leefgebieden maakt Saône-et-Loire tot een gebied met een rijke biodiversiteit.
De hop, een opvallende vogel met een kuif en een lange, licht gebogen snavel, komt hier de laatste jaren steeds meer voor. Hij leeft vooral in open, warme landschappen met weilanden, boomgaarden, wijngaarden en oude bomen, waar hij op zoek gaat naar insecten.
de maretak
Wanneer je door de Bourgogne rijdt, zie je vaak grote groene bollen in de kale bomen. Het gaat om maretak, in het Frans gui.
De plant is een halfparasiet: zij haalt water en mineralen uit de gastheer, maar maakt zelf door fotosynthese een belangrijk deel van haar voedingsstoffen. Vogels spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van de zaden.
Aan de maretak zijn in de Europese cultuur talloze sagen en legenden verbonden. Zo werd de plant in de volkscultuur beschouwd als een heksenkruid dat bescherming bood tegen boze geesten. Takken werden aan boerderijen en huizen gehangen om heksen op afstand te houden of om de vruchtbaarheid van het vee te bevorderen.
Ook de associatie met Gallische druïden heeft bijgedragen aan het bijzondere imago van de plant. De verhalen uit de wereld van Asterix en Obelix, waarin druïde Panoramix maretak verzamelt voor zijn toverdrank, hebben dat beeld voor een modern publiek verder versterkt.
Aan de plant zijn bovendien verschillende volksgebruiken en geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven.
Wijnbouw in de Saône-et-Loire
Wijnbouw heeft in Bourgogne een geschiedenis die teruggaat tot de Gallo-Romeinse tijd en de Middeleeuwen. In Saône-et-Loire concentreert de wijnbouw zich vooral in de Côte Chalonnaise en de Mâconnais.
In de Mâconnais worden bekende witte Bourgognewijnen geproduceerd, zoals Mâcon-Villages en Pouilly-Fuissé. Deze wijnen worden vooral gemaakt van Chardonnay, het belangrijkste druivenras van de streek.
De wijngaarden van de Mâconnais liggen op de kalkrijke hellingen rond de Roche de Solutré en de Roche de Vergisson. De bijzondere bodem en ligging zijn belangrijk voor de wijnbouw en dragen bij aan het karakter van de wijnen uit deze streek.
1860: het einde van veel wijngaarden
In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt de wijnbouw zwaar getroffen door phylloxera, de druifluis. Het insect tast de wortels van de wijnstokken aan. De plaag verspreidt zich vanaf 1860 vanuit Frankrijk over grote delen van Europa en verwoest een groot deel van de bestaande wijngaarden.
De oplossing wordt gevonden door Europese druivenrassen te enten op resistente Amerikaanse onderstammen. Daardoor kan de wijnbouw uiteindelijk worden hersteld.
Tegenwoordig behoren de wijngaarden van de Mâconnais en Côte Chalonnaise weer tot de belangrijkste wijngebieden van Saône-et-Loire.
Een departement van industrie
Saône-et-Loire wordt vaak geassocieerd met wijngaarden, romaanse kerken en kastelen, maar het departement heeft ook een belangrijke industriële geschiedenis.
De aanwezigheid van steenkool speelde daarbij een grote rol. Rond Blanzy, Montceau-les-Mines en Le Creusot ontstaat vanaf de achttiende en negentiende eeuw een omvangrijk industrieel gebied. Steenkool levert de energie voor hoogovens, smederijen en andere bedrijven.
Vooral Le Creusot groeit uit tot een van de belangrijkste industriesteden van Frankrijk. De komst van de familie Schneider in de negentiende eeuw verandert de stad ingrijpend. De familie bouwt er een groot industrieel imperium op rond ijzer, staal en machinebouw. De ontwikkeling van de industrie gaat samen met een verregaande vorm van patronage: de werkgevers bouwen woningen, scholen, voorzieningen en andere instellingen voor hun werknemers
De koninklijke kristalfabriek van Le Creusot
Voordat Le Creusot uitgroeide tot een van de belangrijkste industriesteden van Frankrijk, kent de plaats al een koninklijke kristalfabriek. Op de plaats van het huidige Château de la Verrerie wordt vanaf 1787 kristal geproduceerd voor de Franse markt en het hof.
In 1787 is de Manufacture des Cristaux de la Reine vanuit Sèvres naar Le Creusot overgebracht. De vestiging had een praktische reden: in Le Creusot waren belangrijke grondstoffen aanwezig en vooral steenkool was gemakkelijk beschikbaar. Die brandstof is noodzakelijk voor de ovens waarin glas en kristal werden geproduceerd. Ook het in aanleg zijnde Canal du Centre maakte het gemakkelijker om grondstoffen en producten te vervoeren.
De fabriek produceert naast gewoon glas vooral luxeproducten van kristal. Bijzonder bekend worden de opalines, ondoorzichtig gekleurd kristal, en andere verfijnde voorwerpen. De producten vonden hun weg naar klanten in Frankrijk en daarbuiten.
De kristalproductie komt in 1832 tot een einde. De fabriek is overgenomen door Baccarat en Saint-Louis, die de productie naar hun eigen vestigingen in het oosten van Frankrijk verplaatsen. In 1837 kopen Eugène en Adolphe Schneider de voormalige kristalfabriek en veranderen het complex geleidelijk in hun residentie.
Het voormalige fabriekscomplex wordt het Château de la Verrerie. De Schneiderfamilie laat het in de negentiende en vooral het begin van de twintigste eeuw ingrijpend verbouwen. De oude fabriek wordt een prestigieuze residentie waar belangrijke gasten en potentiële klanten van de smederijen konden worden ontvangen. Een van de oude ovens is zelfs omgebouwd tot een klein theater in neoclassicistische stijl, geïnspireerd op het Petit Trianon van Versailles.
Tegenwoordig is hier het Musée de l’Homme et de l’Industrie, onderdeel van het Écomusée Creusot-Montceau, gevestigd. Het museum vertelt het verhaal van de kristalfabriek, de Schneiderfamilie en de ontwikkeling van Le Creusot als industriestad. De collectie omvat onder meer kristallen en opalines uit Le Creusot, modellen van locomotieven en machines, een grote maquette van de fabrieken en schilderijen die het werk in de smederijen laten zien.
Het Château de la Verrerie is daarmee een bijzonder voorbeeld van de overgang van koninklijke manufactuur naar industriële onderneming en vervolgens naar residentie en museum. Het Musée de l’Homme et de l’Industrie is nog steeds te bezoeken.
brandstof voor andere industrieën
Ook elders in Saône-et-Loire ontstaan belangrijke industrieën. De steenkoolwinning in het bekken van Blanzy en Montceau-les-Mines levert brandstof voor de industrie en vormt het landschap van hele steden.
In de omgeving van Autun werd bovendien olieschalie gewonnen en verwerkt. Dat was geen aardoliewinning zoals we die tegenwoordig kennen: olie werd verkregen uit bitumineuze schalie.
Verder ontwikkelt zich in verschillende plaatsen een omvangrijke productie van keramiek en aardewerk. Vooral Digoin en Écuisses worden bekende productiecentra. In Digoin kun je het keramiekmuseum bekijken en Écuisses heeft de prachtige Villa Perrusson die diende als catalogus voor de keramiekverkoop.
Saône-et-Loire is een departement waarin verschillende landschappen en vormen van erfgoed dicht bij elkaar liggen. Je kunt er een romaanse kerk bezoeken, door een wijngaard wandelen, een middeleeuwse vesting ontdekken en vervolgens in een voormalige industriestad kennismaken met de geschiedenis van staal, mijnbouw en kristal.
In het departement komen verschillende hogere heuvel- en bergachtige gebieden voor. Mont Saint-Cyr, Montagne de Dun, de Butte de Suin, en verschillende toppen aan de rand van het Morvan en Beaujolais bieden fraaie vergezichten.
Wie rustig door het departement reist, ontdekt bovendien veel kleinere elementen van het historische landschap. Lavoirs, oude waterplaatsen, herinneren aan het dagelijkse leven van vroeger. In de wijngaarden staan hier en daar cadoles, kleine stenen schuilhutten die wijnbouwers bescherming boden tegen weer en wind. Oude wegwijzers voor koetsiers, de zogenaamde plaques de cocher, herinneren aan de tijd waarin reizigers zich nog met paard en koets door het landschap verplaatsten.
kastelen met een verhaal
Kastelen horen onlosmakelijk bij het landschap van Saône-et-Loire.
Het Château de Cormatin is een fraai voorbeeld van een zeventiende-eeuwse residentie, met rijk ingerichte vertrekken en uitgestrekte tuinen. Château de Pierreclos combineert een lange geschiedenis met een nog altijd bestaand wijndomein waar je mooie wijnen kunt proeven.
In de Charolais ligt Château de Digoine, een kasteel met een park en tuinen en een klein theater met een prachtig verhaal.
Château de Saint-Point is vooral verbonden met de dichter en staatsman Alphonse de Lamartine, die hier vanaf 1820 met zijn vrouw Marianne de Lamartine-Birch woonde en werkte. Marianne was zelf een getalenteerd schilderes en beeldend kunstenaar. Zij speelde een belangrijke rol bij de inrichting en restauratie van het châtea
Heel anders is Brancion, waar de resten van een middeleeuwse burcht boven het historische dorp uittorenen.
Samen laten deze kastelen zien hoe verschillend de geschiedenis van de Bourgondische adel en landgoederen zich in Saône-et-Loire heeft ontwikkeld. De vijf maken bovendien deel uit van de Route des Châteaux en Bourgogne du Sud en zijn nog allemaal te bezoeken.
Cluny en het netwerk van priorijen
de abdij van Cluny
Cluny neemt binnen het historische erfgoed van Saône-et-Loire een bijzondere plaats in. De abdij groeide vanaf de Middeleeuwen uit tot het centrum van een omvangrijk netwerk van kloosters en priorijen in Europa. De abdij is een van de belangrijkste religieuze centra van middeleeuws Europa en de opeenvolgende abdijkerken bereikten een uitzonderlijke omvang.
Van de grote abdijkerk van Cluny III rest tegenwoordig slechts een deel, maar de overgebleven gebouwen, archeologische resten en het museum maken de geschiedenis van de abdij nog altijd indrukwekkend en zeker een bezoek waard. Plaatsen als Berzé-la-Ville, Saint Hippolyte en Bezornay herinneren aan de invloed van de Cluniacenzers in de streek.
steden en historisch erfgoed
De grootste stad van Saône-et-Loire is Chalon-sur-Saône. Andere steden en plaatsen zijn onder meer Mâcon,, Autun, Le Creusot, Montceau-les-Mines, Tournus, Louhans en Charolles. In het zuiden van het departement ligt Paray-le-Monial, dat vooral bekend is om zijn romaanse basiliek en belangrijke plaats binnen de geschiedenis van de katholieke devotie.
Voor liefhebbers van geschiedenis valt er in het departement veel te ontdekken. In Autun herinneren onder meer de Romeinse stadspoorten, het theater en de tempelresten aan de belangrijke positie die de stad in de Romeinse tijd innam. Tournus trekt bezoekers met de imposante abdijkerk Saint-Philibert, een meesterwerk van de romaanse architectuur.
Voie Verte en Voie Bleue
Voie Verte
Saône-et-Loire speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Franse fietstoerisme. In 1997 wordt tussen Cluny en Givry de eerste Voie Verte van Frankrijk geopend. De route maakt gebruik van voormalige spoorweginfrastructuur en heeft daarmee prachtige fiets- en wandelpaden gecreëeerd.
De Voie Verte voert langs dorpen, wijngaarden, kastelen, romaanse kerken en voormalige stations. Het relatief vlakke verloop maakt de route toegankelijk voor een breed publiek.
Later wordt het netwerk verder uitgebreid en verbonden met andere fietsroutes. Tegenwoordig vormt het een belangrijk onderdeel van het toeristische fietsnetwerk van Zuid-Bourgogne.
Voie Bleue
De Voie Bleue is een langeafstandsfietsroute die van de Luxemburgse grens naar Lyon voert en grotendeels de Moezel en de Saône volgt.
In ons departement loopt de route langs de Saône, onder meer via Chalon-sur-Saône, Tournus en Mâcon. De route maakt veel gebruik van rustige jaagpaden en verkeersluwe wegen en biedt onderweg een afwisseling van rivierlandschap, wijngaarden, dorpen en historische steden. Daarmee is de Voie Bleue een mooie manier om het landschap van Saône-et-Loire op de fiets te ontdekken.
meest recente blogs zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
Berzé-le-Châtel: de stenen schildwacht van Cluny
De man die alles wilde begrijpen: Leonardo da Vinci in Lab71 in Dompierre-les-Ormes
Een kosmisch duel tekent het landschap van Zuid-Bourgondië