Lourdon

Château de Lourdon, toevluchtsoord en schatkamer van Cluny

Op een heuveltop, drie kilometer ten noorden van Cluny, ligt het dorp Lournand.
Boven het dorp bevinden zich de indrukwekkende resten van château de Lourdon.

Het kasteel neemt een belangrijke plaats in de geschiedenis van de abdij van Cluny in.
Het stond onder bescherming van de abdij en diende als verdedigingsvesting om Cluny tegen aanvallen te beschermen.
Voor de monniken was Lourdon bovendien een toevluchtsoord in tijden van gevaar
en een veilige bewaarplaats voor de kostbaarheden van de abdij.

Tegenwoordig is château de Lourdon vooral herkenbaar
aan de karakteristieke ruïne van het gebouw waarin de baan voor jeu de paume was ondergebracht.
De imposante pijlers zijn uitgegroeid tot het meest opvallende overblijfsel van het voormalige kasteelcomplex.


Lournand en Lourdon

Het achtervoegsel nand heeft de oorspronkelijke betekenis van laag, het dorp ligt op het onderste deel van de heuvel.
Don had de betekenis van hoog, het château bevindt zich, zoals de meeste châteaus, hoog op de heuvel.

De oudste geschiedenis

Van versterkte plaats tot bezit van Cluny

Lang voordat Cluny uitgroeit tot een van de machtigste abdijen van Europa, bestaat er op de heuvel bij Lournand al een versterkte plaats die de vallei van de Grosne ten noorden van Cluny beheerst. De oudste schriftelijke vermelding van Lourdon dateert uit 888, het eerste jaar van de regering van koning Eudes, die na het einde van de Karolingische overheersing de troon van het West-Frankische rijk bestijgt.

In een akte over de verkoop van grond en een wijngaard in de omgeving van Mâcon wordt vermeld dat de overeenkomst is vastgelegd in het kasteel van Lourdon. De akte eindigt met de woorden Hactum Lordono castello, in puplico: opgesteld in het kasteel van Lourdon, in het openbaar. Het document is opgenomen als akte 34 in het Recueil des chartes de l’abbaye de Cluny.

Château de Lourdon en de abdij van Cluny

Lourdon is dus al vóór de stichting van de abdij in 910 een bestaande versterkte plaats en een locatie waar rechtshandelingen werden vastgelegd.

Mogelijk maakt Lourdon deel uit van de bezittingen die Guillaume le Pieux, hertog van Aquitanië en graaf van Mâcon, bij de stichting aan de apostelen Petrus en Paulus schonk. De stichtingsakte van 910 noemt Lourdon echter niet bij naam. Historici vermoeden dat het domein tot de oorspronkelijke schenking behoorde, maar rechtstreeks bewijs daarvoor ontbreekt. Wel staat vast dat monniken van Cluny al in 922 transacties in het kasteel vastleggen. Ook in 937 en 951 vinden daar dergelijke transacties plaats. Lourdon is dus al vroeg nauw met de abdij verbonden.

chateau lourdon


Een bestuurlijk en economisch centrum

Vanaf het einde van de tiende eeuw ontwikkelt Lourdon zich tot een belangrijke bestuurlijke en economische eenheid van de abdij van Cluny. In de oorkonden wordt het aangeduid als een obedientia: een aan de abdij verbonden domein waarvan het beheer aan een monnik is toevertrouwd. Volgens historici verschijnt deze benaming voor het eerst bij Lourdon, rond de overgang van de tiende naar de elfde eeuw. 

Enkele decennia later krijgt de bestuurlijke organisatie een duidelijker vorm met de aanstelling van een decanus, een monnik die als beheerder verantwoordelijk is voor het domein. Lourdon geldt daarmee als een van de vroegste voorbeelden van een Cluniacensisch decanaat en ontwikkelt zich tot de belangrijkste leverancier van de abdij van graan en wijn.

Het is niet alleen een economisch en bestuurlijk centrum, maar ook een belangrijke residentie van de abten. Zij verblijven er regelmatig en ondertekenen er officiële documenten. Volgens historicus Hervé Mouillebouche worden in de tiende eeuw bijna honderd akten in Lourdon opgesteld of ondertekend. In de elfde eeuw zijn dat er ongeveer veertig. Deze aantallen onderstrepen de betekenis van Lourdon als bestuurlijk en juridisch centrum binnen het omvangrijke netwerk van de abdij van Cluny.

Lourdon a Lournand

Lourdon was één van de zestien priorijen in de Saône-et-Loire die naast het kloosterleven ook een verdedigingsfunctie had. 
Andere priorijen die beide functies hadden, zijn onder andere Berzé-la-Ville, Blanot, Mazille, Bezornay, Saint-Gengoux en Saint-Hippolyte. 

Petrus Venerabilis

De geschiedenis van het kasteel van Lourdon raakt nauw verbonden met die van de abdij van Cluny. Lourdon geniet bescherming van Cluny tegen oorlogszuchtige buren. Tegelijkertijd lijdt Lourdon ook onder de overheersing van Cluny.

Lourdon is in de geschiedenis meerdere malen een toevluchtsoord geweest om kostbaarste goederen van de abdij van Cluny veilig te stellen: relikwieën, edelsmeedwerk, goudschatten of cartularia (een middeleeuws register) met kostbare manuscripten die tot een van de meest rijke bibliotheken van het christendom behoren.

Aan het eind van de 11e eeuw krijgt Lourdon de titel ‘rang de doyenné, domaine agricole et lieu de récupération de redevances’. Onder Petrus Venerabilis wordt Lourdon de belangrijkste leverancier van tarwe en wijn van de abdij geworden. Zo zorgt abt Petrus ervoor dat de levensstandaard van de monniken veilig wordt gesteld. Op de hellingen van de heuvels leggen de monniken wijngaarden aan die druiven leveren voor de wijn.

Hoe belangrijk dit domein is voor de abdij, blijkt uit een document van abt Petrus Venerabilis, opgesteld tussen 1147 en 1148. In deze Dispositio rei familiaris Cluniacensis beschrijft hij hoe de economische organisatie en de voedselvoorziening van de abdij zijn geregeld. De deken van Lourdon krijgt daarin een bijzondere verantwoordelijkheid: hij moet ervoor zorgen dat de gehele kloostergemeenschap van goed brood wordt voorzien. De Latijnse tekst vermeldt: 

Decanus de Lordono, tam ipse de Lordono quam de Sancto Ypolito […] totum Cluniacensem conventum […] de bono pane semper procuret.

Vrij vertaald: de deken van Lourdon moet, met de opbrengsten uit Lourdon en Saint-Hippolyte en met een bijdrage voor acht dagen vanuit Saint-Gengoux, ervoor zorgen dat de gehele gemeenschap van Cluny – zowel de gezonde als de zieke monniken – steeds over goed brood beschikt. De passage maakt duidelijk dat de voedselvoorziening zorgvuldig was georganiseerd en dat Lourdon daarin een belangrijke plaats innam.

DSC08498 (Middel)
de wijngaarden van Sous Lourdon
vins Lourdon
Nog steeds genieten de wijnen van Lourdon bekendheid:
chateau Lourdon


Inkomsten van het château

De inkomsten van het château Lourdon worden destijds onder andere opgebracht door de kerken van omliggende dorpen als Massy, Taizé, Frayes en Blanot. Andere inkomsten komen van de molens van Crusilles en Mailly en van landbouwgrond en bossen.
Met deze inkomsten is Lourdon ook verantwoordelijk geworden voor het leveren van goed brood aan de abdij van Cluny. Jaarlijks moet meer dan zeshonderd ’setiers de blé’ geleverd worden. Hiervan worden naast de monniken, ook vijftig armen en schoolkinderen die in het dorp worden opgeleid door de monniken, gevoed.

Een begeerd bezit

Rond 1018-1020 bezet Otte-Guillaume, graaf van Mâcon, het kasteel van Lourdon om zijn macht over de monastieke heerschappij te vergroten. Maar hij wordt verdreven door graaf van Chalon, Hugues de Chalon. Hugues handelt namens koning Robert le Pieux (de Vrome).

Vanaf de 12e eeuw is Lourdon, dat steeds machtiger wordt, een begeerd bolwerk door de seigneurs uit de omgeving. Lourdon wordt dan ook geregeld aangevallen. De monniken die het moeten verdedigen, hebben geen garnizoen en weinig kennis van oorlogvoering. Zij weerstaan dan ook zelden de aanvallen en het château wordt vele malen geplunderd.

In 1166 raakt de abdij van Cluny in een ernstig conflict verwikkeld met Guillaume I, graaf van Chalon. De aanleiding is een geschil over de priorij van Paray-le-Monial. Guillaume zet zijn Brabançons, keizerlijke huurlingen, in tegen de bezittingen van de abdij. Onder leiding van zijn zoon nemen zij het kasteel van Lourdon in en trekken vervolgens op naar Cluny. De stad wordt belegerd en geplunderd. De gewapende burgers die zich tegen de aanvallers verzetten, worden gedood; ook onder de monniken vallen veel slachtoffers.

Koning Louis VII grijpt in en stuurt koninklijke troepen naar het graafschap Chalon. De jonge Guillaume, zoon van de graaf, slaat op de vlucht. Het graafschap wordt tijdelijk onder koninklijk gezag verdeeld. Na zijn onderwerping aan de koning bij Vézelay krijgt Guillaume II, die zijn vader inmiddels is opgevolgd, zijn gebieden terug.

De vrede met Cluny blijkt echter van korte duur. Guillaume II hervat de vijandelijkheden tegen de abdij, ditmaal met steun van zijn zwager Jocerand le Gros, heer van Brancion, en andere bondgenoten. De situatie wordt opnieuw zo bedreigend dat koning Philippe Auguste ingrijpt en koninklijke troepen naar de streek stuurt.

In 1180 wordt in Lourdon een overeenkomst gesloten tussen Guillaume II en de abdij van Cluny, bekend als het Traité de Lourdon. De overeenkomst wordt vervolgens bekrachtigd door koning Philippe Auguste en paus Alexander III, in 1181. Daarmee komen de abdij en haar priorijen van Paray en Marcigny onder de rechtstreekse bescherming van de Franse koning en de hertog van Bourgondië te staan.

chateau Lourdon


Toevluchtsoord voor Cluny

Ook in de 13e eeuw is het château de Lourdon een toevluchtsoord voor de monniken en gebruikt als schatkamer van Cluny.

Om de abdij van Cluny te dwingen een vergoeding (‘decime’) voor onkosten veroorzaakt door de kruistochten te betalen, stuurt de baljuw van Mâcon zijn troepen naar Lourdon en bezet het château van 1250 tot 1252. Hij beweert dat Cluny geweigerd heeft de tiende belasting te betalen. De Franse geestelijkheid zou toegezegd hebben deze gedurende drie jaar te betalen aan de koning van Frankrijk, onder andere om hiermee de kosten van de kruistochten te betalen.

Na tussenkomst van paus Innocentius IV verlaten de soldaten het château. De paus heeft zich hiervoor gewend tot koning Louis IX. De soldaten laten het château echter met een enorme schade achter.

1253: Guillaume du Blé verkoopt zijn rechten en bezittingen in Lourdon en Lournand aan de monniken van Cluny.

1300: Twee monniken uit de abdij van Baume, die in opstand zijn gekomen, worden opgesloten in château de Lourdon. De abdij van Baume is de plaats waar Bernon, de eerste abt van Cluny, eerder abt was geweest.

Oorlog en herstel in de vijftiende eeuw

In 1470, tijdens het conflict tussen hertog Karel de Stoute van Bourgondië en koning Lodewijk XI van Frankrijk, wordt château de Lourdon opnieuw aangevallen en verwoest. Koninklijke troepen die vanuit Lyon het zuiden van het hertogdom Bourgondië binnentrekken, bezetten ook Saint-Gengoux, Marcigny, Charolles en Paray-le-Monial.

De strijd om Lourdon is daarmee echter niet voorbij. Van 1471 tot 1476 wordt het kasteel bezet door troepen van Charles de Téméraire. Volgens historicus Hervé Mouillebouche maken deze troepen zich meester van de bibliotheek en de schat van de monniken.

Een bijzondere rol speelt Claude du Blé, seigneur van château de Cormatin. Hij neemt in 1471 namens de hertog van Bourgondië Lourdon en het nabijgelegen Boutavant in. Daarbij worden meubels, versieringen, gewijde vaten en documenten meegenomen. Het Parlement van Dijon veroordeelt hem later tot teruggave van de geroofde bezittingen en betaling van 2.000 livres schadevergoeding aan de abdij.

De abdij wordt niet alleen bedreigd door de koninklijke troepen van Louis XI, maar verloor ook bezittingen door het optreden van plaatselijke machthebbers aan Bourgondische zijde.

Na de Bourgondische bezetting laat abt Jean de Bourbon de beschadigde donjon herstellen en een nieuwe zuidelijke toren bouwen.
Archeologisch onderzoek heeft op het kasteelterrein de resten van een tweede ronde toren aangetroffen, met een diameter van ongeveer 9,5 meter. Mogelijk gaat het om de zuidelijke toren van Jean de Bourbon. De onderbouw en enkele verspreide metselwerkfragmenten zijn bewaard gebleven, maar de precieze datering en identificatie zijn niet met zekerheid vastgesteld.

Lourdon tijdens de godsdienstoorlogen (1562-1598)

Een veilige bewaarplaats voor de schatten van Cluny

Tijdens de Franse godsdienstoorlogen vormt de abdij van Cluny een katholiek bolwerk in een streek waar de spanningen tussen katholieken en protestanten regelmatig tot gewapende confrontaties leidden. Château de Lourdon, strategisch gelegen op een heuvel bij Lournand, speelt in deze onrustige periode een belangrijke rol. De monniken gebruiken de vesting als toevluchtsoord en als veilige bewaarplaats voor de kostbaarheden van de abdij.

Al in 1562 en 1565 brengen zij waardevolle bezittingen van de abdij naar Lourdon om deze tegen plundering te beschermen. Het gaat om relikwieën, reliekhouders, liturgische voorwerpen van goud en zilver en documenten uit het abdijarchief, waaronder manuscripten, oorkonden en eigendomstitels (chartes et titres). Lourdon is nu niet alleen een militaire versterking, maar bewaart ook een belangrijk deel van het materiële, juridische en historische erfgoed van Cluny.

Tijdens de eerste godsdienstoorlog veroveren protestantse troepen in 1562 de stad en de abdij van Cluny. De bevolking van de stad is dan al voor een deel calvinistisch. Lourdon blijft echter in katholieke handen. 

De grootprior laat op 25 juli van dat jaar 237 pond goud uit de abdij naar de vesting overbrengen. De kostbaarheden blijven daar onder bescherming van de katholieke troepen. Ook in 1565, wanneer opnieuw protestantse troepen in de omgeving opereren, dient Lourdon als veilige bewaarplaats.

Cluny koopt haar veiligheid

Cluny is tijdens de godsdienstoorlogen kwetsbaar. In november 1567 trekken opnieuw protestantse troepen door de streek. De bevelhebber Poncenat voert enkele duizenden Hugenoten vanuit de omgeving van Paray-le-Monial in de richting van Cluny. De inwoners vrezen een plundering en besluiten de stad vrij te kopen. Ze betalen een losprijs van 6.000 livres, niet alleen in geld, maar ook in zilverwerk, stoffen, voedsel en andere goederen. Een bewaard gebleven kwitantie vermeldt dat zes inwoners de betaling namens de stad overhandigen.

Op 8 november 1567 geeft Poncenat de inwoners bovendien een schriftelijke verklaring waarin hij belooft de abdij en de stad ongemoeid te laten. In de oorspronkelijke Franse tekst staat:

« […] leur faisant promesse qu’il ne serait attempté par vous et nous en aulcune manière tant contre la dite abbaye, membres et deppendances, que contre leur dite ville […] »

Vrij vertaald: waarbij hun de belofte werd gedaan dat noch door u, noch door ons op enigerlei wijze iets zou worden ondernomen tegen genoemde abdij, haar onderdelen en afhankelijkheden, noch tegen hun stad.

De formulering maakt duidelijk dat de bescherming niet alleen de abdij zelf betreft, maar ook haar bezittingen en afhankelijkheden en de stad. De inwoners proberen zich met de betaling en de schriftelijke toezegging te verzekeren van een veilig vertrek van de troepen.

Na hun vertrek uit Cluny trekken de Hugenoten verder naar Saint-Gengoux-le-Royal, waar een nog hogere belasting wordt opgelegd. Volgens de overlevering klinkt daar de opmerking: « la petite cité avait payé pour Cluny » – het kleine stadje had voor Cluny betaald.

Verraad van binnenuit en een list in naam van de koning

Op 30 december 1574 valt château de Lourdon alsnog in protestantse handen. Volgens de lokale geschiedschrijving dringen Hugenoten onder leiding van Gabriel Filloux, fiscaal procureur van de abdij, het kasteel binnen. Filloux, zelf behorend tot de protestantse gemeenschap van Cluny, werkt samen met de seigneur de Puisaye, schildknaap van de hertog van Anjou en hij heeft in het geheim een groep medestanders uit Cluny bij zijn plan betrokken.

Filloux kent als functionaris van de abdij de organisatie en de belangen van Cluny en weet hoe belangrijk Lourdon voor de monniken is. Bij de eerste nadering van de vesting heeft hij slechts vijf mannen bij zich. Onder het voorwendsel dat hij gouverneur Dom Gabriel de Saint-Blain om financiële hulp wil vragen, weet hij toegang tot de eerste binnenplaats te krijgen. Wanneer de gouverneur argwaan krijgt en zich verzet, beroepen Filloux en zijn mannen zich op het gezag van een hooggeplaatst persoon. Ze beweren dat ze brieven kunnen tonen als bewijs, waaronder een brief van koning Henri III. Zo wekken ze de indruk dat hun komst officieel is.

Eenmaal binnen overmeesteren de samenzweerders de bewaking en bemachtigen ze de sleutels van de ophaalbrug. Vervolgens openen ze de poorten voor de soldaten van de hertog van Anjou, de broer van koning Henri III. Dom Gabriel de Saint-Blain wordt gevangengenomen. De soldaten doorzoeken de ondergrondse ruimten en de meest verborgen gedeelten van de grote toren. Daarna laten zij een garnizoen in de vesting achter.

Voor de monniken is de inname een zware slag. Lourdon, dat zij juist als toevluchtsoord en veilige bewaarplaats voor de kostbaarste bezittingen van de abdij hadden ingericht, is door een list in handen van hun tegenstanders gevallen. Dat juist Filloux, een functionaris die de belangen van de abdij moest behartigen, bij de overval betrokken is, maakt het verraad des te schrijnender.

Lourdon weer in handen van de abdij

In maart 1576 trekt een protestants leger onder leiding van de calvinistische vorst Jean Casimir Bourgondië binnen. Het leger, naar schatting 18.000 man sterk en gesteund door Condé, doorkruist de streek in de richting van Beaune, Chalon  en Cluny. De stad Cluny wordt opnieuw bedreigd. De inwoners sturen een deputatie naar Jean Casimir met het verzoek de stad ongemoeid te laten. Volgens de geschiedschrijving weten zij uiteindelijk te voorkomen dat Cluny opnieuw wordt geplunderd.

Château de Lourdon is op dat moment nog altijd in handen van de protestanten. De bezetting, die in december 1574 met de verraderlijke inname door Gabriel Filloux begon, duurt tot de vrede van 1576. In september van dat jaar krijgt abt Claude de Guise de vesting terug na betaling van een losgeld van 1.200 écus. De formele teruggave aan de abdij volgt tien jaar later: in 1586 bevestigt koning Henri III met een edict opnieuw de rechten van de abdij op Lourdon.

De inname en plundering hebben Lourdon zwaar beschadigd. Niet alleen zijn kostbaarheden verdwenen, ook het archief van de abdij heeft grote verliezen geleden. Claude de Guise staat voor de taak het kasteel te herstellen en opnieuw in staat van verdediging te brengen.

Plundering van de abdijschat en het archief

De vesting was inmiddels grondig geplunderd. De aanvallers doorzochten de vertrekken, kelders en verborgen ruimten. Vooral de grote toren, waar de kostbaarste bezittingen zijn opgeslagen, werd leeggehaald. Kelken, kruisen, reliekhouders en andere kerkelijke voorwerpen van goud en zilver zijn naar Genève gebracht. Daar werden de edelmetalen door edelsmeden omgesmolten tot goud- en zilverstaven. Ook edelstenen zijn verkocht en kerkelijke gewaden en versieringen zijn onder de soldaten verdeeld.

Niet alleen de materiële rijkdom van de abdij is verloren gegaan. Ook het archief was zwaar getroffen. Oorkonden, eigendomstitels, manuscripten en perkamenten waren verbrand, verscheurd of naar Genève afgevoerd. 

Na het einde van de godsdienstoorlogen stuurt abt Claude de Guise vertegenwoordigers naar Genève om de overgebleven archiefstukken terug te kopen. Slechts een deel kan worden teruggevonden. De schade voor de abdij werd geschat op meer dan twee miljoen livres.

chateau Lourdon
Claude de Guyse (foto: Wikipedia)

Gevolgen voor het archief

De vernietiging van de oorspronkelijke documenten heeft ook juridische gevolgen. De abdij is voor het beheer en de verdediging van haar bezittingen afhankelijk van oorkonden en eigendomstitels die haar rechten en privileges vastlegden. 

In 1605 verkrijgt Claude de Guise van koning Henri IV koninklijke brieven (lettres patentes), waarin werd bepaald dat afschriften van verloren gegane oorkonden en eigendomstitels dezelfde bewijskracht kregen als de oorspronkelijke documenten. Zo probeert de abdij de gevolgen van het verlies van haar archief op juridisch gebied op te vangen.

Claude de Guise bouwt Lourdon opnieuw op

De Hugenoten laten Lourdon bij hun vertrek in 1576 als ruïne achter. De vesting moet dus grotendeels opnieuw worden opgebouwd. 

Na de teruggave van het château neem abt Claude de Guise (1555–1612), vanaf 1575 abt van Cluny, de wederopbouw ter hand. Hij laat de beschadigde vesting herstellen en de verdedigingswerken versterken.

Het complex wordt uitgebreid met nieuwe gebouwen. Aan de zuidzijde verrijst een langgerekt hoofdgebouw, met tegen de zuidgevel een halfronde toren. Ook het omliggende domein krijgt een versterkte omheining.

chateau Lourdon
de voormalige Ecuries de Lourdon

De ommuring en de verdediging

Château de Lourdon ligt binnen een uitgestrekt ommuurd terrein. De stenen omheining heeft een lengte van ongeveer 3,2 kilometer en omsluit een park van circa 20 hectare. Op een plattegrond uit 1780 staan twaalf ronde torens in de ommuring aangegeven. Daarvan zijn er tegenwoordig nog minstens zes herkenbaar bewaard gebleven.

Binnen de ommuring bevindt zich een omvangrijk gebouwencomplex, waaronder een kapel, het binnenbolwerk, de grote ronde donjon, het abdijhuis, de baan voor jeu de paume en de stallen. 

Deze gebouwen en voorzieningen zijn niet allemaal in dezelfde periode ontstaan. Ze weerspiegelen de verschillende bouw- en uitbreidingsfasen van Lourdon, waarin opeenvolgende abten het kasteel aanpasten aan hun behoeften.

Binnen de ommuring lag ook een uitgestrekt park. Het had het karakter van een parc seigneurial, een adellijk park dat gedeeltelijk als jachtgebied diende. De plattegrond uit 1780 toont onder meer eikenbos, wijngaarden, boomgaarden, tuinen en een vijver. De aanleg van het park dateert vermoedelijk uit de zestiende eeuw, al is de precieze ouderdom van de omheining nog niet vastgesteld.

Aan de oostzijde van het ommuurde terrein ligt de kleine kapel, la chapelle Saint-Hubert, die is opgenomen in de buitenmuur van het kasteel. De kapel heeft een romaans aandoend uiterlijk, maar draagt het wapen van Claude de Guise, abt van Cluny van 1575 tot 1612. De bouw dateert vermoedelijk uit het einde van de zestiende eeuw. Volgens de lokale geschiedschrijving zou Claude de Guise de kapel rond 1586 hebben laten stichten.

De keuze voor Sint-Hubertus is niet toevallig. Hij geldt als patroonheilige van de jacht. De naam van de kapel verwijst daarmee naar de jachtfunctie van het park, dat onder meer uit uitgestrekt eikenbos bestond.

chateau lourdon
een deel van de vestingsmuur staat nog overeind
chapelle Saint-Hubert vanuit het zuiden
chapelle Saint-Hubert vanuit het noorden


De torens van Lourdon

De overgebleven bouwresten geven een indruk van de oorspronkelijke middeleeuwse architectuur van Lourdon. Volgens archeoloog Hervé Mouillebouche vormden de gebouwen een vierkant complex, geflankeerd door ronde torens. 
 
Deze opzet past in de koninklijke bouwtraditie van de dertiende eeuw. Het gaat om een zogenoemde donjon philippien, een type versterkte woontoren dat kenmerkend is voor de Franse vestingbouw uit de periode van Philippe Auguste en zijn opvolgers. Samen met de ronde toren van Cluny behoort Lourdon volgens Mouillebouche tot de zeldzame voorbeelden van dit type in Bourgogne.
 
chateau lourdon
chateau lourdon

De torens van Lourdon

Op het terrein van Lourdon zijn nog de resten van verschillende torens te herkennen. De grootste daarvan is de ronde toren uit de dertiende eeuw, een zogenoemde tour philippienne. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat deze toren een diameter van ongeveer 18 meter had en een hoogte tussen de 30 en 35 meter. Daarmee was het een uitzonderlijk grote verdedigingstoren.
 

Aan de noordzijde van de ommuring staat de tour de la Poudrière. Deze toren lijkt volgens het archeologische onderzoek van Hervé Mouillebouche van een latere bouwfase te dateren, waarschijnlijk uit de tijd van Claude de Guise. Beide torens markeren de uiteinden van het voormalige kasteelterrein.

Aan de zuidzijde van de ommuring staat de tour Pigeonnier, ook wel tour du Colombier of tour de guet genoemd. Deze afzonderlijke wachttoren ligt bij het dorp Lournand, buiten het eigenlijke kasteelterrein van Lourdon, en maakte deel uit van de buitenste verdedigingslinie. 

De toren diende als uitkijkpost en herkenningspunt tussen het kasteel, de abdij van Cluny in het zuiden en de voormalige chapelle de Cotte, met de naam Saint-Laurent, bij Cotte in het oosten. Volgens de lokale erfgoedvereniging gaat de oorsprong van de vierkante middeleeuwse onderbouw terug tot de dertiende eeuw. Het hogere, ronde gedeelte is later toegevoegd en lijkt als duiventil te hebben gediend.

Tour du Colombier


Het kanon van château de Lourdon

Claude de Guise laat in 1590 een groot kanon gieten voor de verdediging van château de Lourdon. Het bronzen geschut heeft een kaliber van 92 millimeter, is 2,85 meter lang en weegt 659 kilo. Het kanon, bekend als canon du château de Lourdon bevindt zich tegenwoordig in het Musée de l’Armée, in het Hôtel des Invalides in Parijs.

Voor het gieten van het kanon is veel brons nodig. Volgens de lokale overlevering wordt daarvoor onder meer gebruikgemaakt van het brons van oude klokken. Mogelijk zijn daarvoor klokken uit de Tours des Barabans van de abdij omgesmolten. De behoefte aan geschut laat zien hoe belangrijk de verdediging van Lourdon in deze onrustige periode is.

Ook de muren van het kasteel herinneren aan de militaire functie. In verschillende muren zijn gaten zichtbaar die mogelijk verband houden met het gebruik van vuurwapens en geschut. Of deze openingen daadwerkelijk als schietgaten voor kanonnen dienden, is nog niet met zekerheid vastgesteld.

chateau Lourdon
De gaten in de muren zijn mogelijk gebruikt als schietgaten

Jeu de paume

In 1586 laat abt Claude de Guise op het terrein van Lourdon een baan voor het spelen van jeu de paume aanleggen. Zijn wapenschild en het bouwjaar zijn nog op de oostgevel van het gebouw terug te vinden. 

Dit spel, dat zijn oorsprong in de Middeleeuwen heeft, wordt aanvankelijk met de palm (paume) van de blote hand gespeeld. Later komen handschoenen en rackets in gebruik. 

Jeu de paume is een voorloper van het moderne tennis. De speelbanen hebben een eigen architectuur, met muren en verschillende speelvlakken. De overgebleven pijlers van Lourdon herinneren aan deze bijzondere voorziening, die deel uitmaakte van het vernieuwde kasteelcomplex. 

Het jeu de paume van Lourdon is een van de oudste nog bestaande overdekte speelhuizen van dit type in Frankrijk en behoort tot de zeldzame voorbeelden die uit deze periode bewaard zijn gebleven.

overgebleven pijlers van de baan voor het spelen van jeu de paume
Lourdon a Lournand
binnenbaan jeu de paume in Parijs foto: Wikipedia


De bijzondere bouw van de jeu de paume

Het jeu de paume van Lourdon is met zijn lengte van ruim 40 meter en breedte van ongeveer 13 meter een opvallend groot gebouw. De hoogte tot aan de onderzijde van de dakconstructie bedraagt minstens 16 meter.

De bouwkundige resten laten een bijzondere opzet zien. Langs de oostzijde zijn negen zuilen bewaard gebleven, aan de westzijde vier. Aan beide lange zijden bevond zich oorspronkelijk een reeks van twaalf traveeën. Deze openingen hadden geen sponningen voor vaste ramen of deuren en waren vermoedelijk afgesloten met latten of doek. De constructie is opmerkelijk omdat de dakconstructie rechtstreeks op deze openingen en de dragende elementen rustte. 

De ramen waren ongeveer twee meter breed en bijna tien meter hoog. Deze combinatie van grote openingen, hoge constructie en een relatief lichte afsluiting maakt het gebouw tot een uitzonderlijk voorbeeld van een overdekte jeu de paume.

De kantelen in Lourdon hadden een tweeledig doel: van buitenaf kon het rijke deel van de bevolking van Cluny het schouwspel volgen.
Van binnenuit was het voor de monniken mogelijk om de omgeving in de gaten te houden.

De hoge stenen pijlers die nog overeind staan, geven een indruk van de oorspronkelijke afmetingen en de monumentale uitstraling van het gebouw.

uitzicht op Lournand vanuit de Jeu de Paume baan

Lourdon tijdens de laatste godsdienstoorlogen

Claude de Guise kiest de zijde van de Ligue

Na de moord op koning Henri III in augustus 1589 laait de strijd om de Franse troon opnieuw op. Henri III laat geen kinderen na en zijn wettige opvolger is Henri de Navarre, een protestant. De katholieke Ligue verzet zich tegen zijn troonsbestijging en wil de katholieke godsdienst en de positie van de katholieke partij in Frankrijk veiligstellen. Claude de Guise, abt van Cluny, kiest de zijde van La Ligue. Daarmee komt ook Lourdon tegenover de koninklijke troepen van Henri de Navarre te staan, die als Henri IV de Franse troon opeist.

De aanval van maarschalk Biron in 1593

Op 24 juni 1593 probeert een koninklijk leger onder leiding van maarschalk Armand de Gontaut, heer van Biron, het kasteel van Lourdon in te nemen. Abt Claude de Guise voert persoonlijk het bevel over de verdediging. Met het grote kanon en musketvuur houdt hij de aanvallers op afstand. Wanneer de Clunyse burgers de volgende dag het geschut horen, komen zij de vesting te hulp. De magistraten sturen 120 haaksschutters onder leiding van Claude Ducret, bijgenaamd Capitaine-Baron. 

Bij het jeu de paume komt het tot een hevig gevecht. De koninklijke soldaten hebben al enkele buitenwerken ingenomen, maar met de versterking uit Cluny weten de verdedigers hen uiteindelijk terug te dringen. De aanvallers laten doden, gewonden en wapens achter. Op een van de achtergelaten pistolen wordt het familiewapen van de heer de La Guiche aangetroffen, een vooraanstaande familie uit de Charolais.

De overgave van Lourdon in 1595

Twee jaar later trekt opnieuw een koninklijk leger onder leiding van Biron naar Lourdon. Ditmaal beschikt het over ongeveer 14.000 manschappen en geschut. Tegen deze overmacht kan de vesting geen stand houden en moet zij zich aan de koninklijke troepen overgeven. De strijd tussen La Ligue en Henri IV is daarmee ook voor Lourdon beslist. Henri IV, die zich op 25 juli 1593 tot het katholicisme heeft bekeerd, wordt inmiddels door een steeds groter deel van het land als koning erkend.

De overgave betekent niet dat Lourdon zijn functie verliest. Het kasteel blijft in gebruik als residentie en bestuurscentrum van de abdij. In 1600 vindt er zelfs een algemeen kapittel van de orde van Cluny plaats. Het kasteel is dan volledig hersteld. Dat het kapittel juist hier bijeenkomt, onderstreept dat Lourdon na de oorlog opnieuw een belangrijke plaats binnen de abdij inneemt.

De kapel Saint-Claude

In dezelfde periode ontstaat op de oostelijke helling van de heuvel Cras de kapel Saint-Claude. Over de stichting bestaat enige onzekerheid. De lokale geschiedschrijving noemt zowel 1598 als 1601 en schrijft de stichting toe aan Claude de Guise of aan Dom Claude Olier, de thesaurier van de abdij. Zeker is dat de kapel in 1746 wordt bezocht door de bisschop van Mâcon.

Vernietiging van het château de Lourdon

Het château is nog steeds een sterke vesting en bedreiging voor de regio. Ook de bisschop van Mâcon, Gaspard Dinet, ziet de overheersing van Cluny als ongewenst en bedreigend. Nadat Claude de Guise in 1612 sterft, schrijft de bisschop een brief aan koning Louis XIII. Hij vraagt op 20 augustus 1613 om de ontmanteling van het château de Lourdon, uit angst dat het opnieuw in handen van de protestanten zal vallen.

" … la dite démolition est très importante pour le service du roi et très utile pour la Bourgogne, d’autant que le dit château est très fort, qu’on ne saurait l’avoir qu’avec une armée et à force de canon…il peut ravager tout le pays étant entre les rivières de la Loire et de la Saône ; que la garde en est mal assurée entre les mains de religieux… "

"... de genoemde sloop is zeer belangrijk voor de dienst van de koning en zeer nuttig voor Bourgondië, temeer daar het genoemde kasteel erg sterk is en het alleen met een leger en met een kanon te benaderen is ... het kan het hele land verwoesten tussen de rivieren van de Loire en de Saône…

Hier komt weer de oude tegenstelling tussen de bisschoppen van Mâcon en de abten van Cluny naar voren. Volgens de bisschop zal “Lourdon gevaarlijk blijven omdat het altijd is handen is van monniken en abten”.

De koning geeft in 1614 toestemming voor de ontmanteling van château de Lourdon. De uitvoering laat echter nog jaren op zich wachten. Wanneer Richelieu in 1627 abt van Cluny wordt, zet hij de onderhandelingen voort. 

Uiteindelijk wordt op 4 december 1631 door de États de Bourgogne opdracht gegeven tot de ontmanteling. In de overeenkomst wordt vastgelegd dat de niet-versterkte gebouwen, waaronder het Logis d’Amboise, de stallen en de baan voor jeu de paume, behouden mogen blijven. Richelieu, destijds de abt van Cluny, eist een schadevergoeding van 60.000 livres van de staten van Bourgogne en Mâconnais. De abt krijgt deze vergoeding daadwerkelijk.

In 1632 worden de versterkte delen van het kasteel, waaronder de donjon, met explosieven opgeblazen. De niet versterkte gebouwen die volgens de voorwaarden van de overeenkomst buiten de sloop vallen, blijven behouden. De overblijfselen van het kasteel worden tot aan de Franse Revolutie gebruikt als agrarische gebouwen van de monniken van Cluny.

De verkoop als nationaal bezit

Met de Franse Revolutie komt ook de eeuwenlange band tussen Lourdon en de abdij van Cluny definitief ten einde. In 1791 wordt het domein als bien national verkocht. De koper is Étienne Commerçon, een handelaar uit Colonges. 

De verkoop omvat niet alleen het kasteel, maar ook de tuin, de duiventil, weilanden en omliggende landerijen. Volgens een oudere beschrijving bedraagt de verkoopprijs 62.000 livres. Daarmee verdwijnt Lourdon definitief uit het bezit van de abdij van Cluny.

De papieren van Cluny

Tijdens de ontmanteling van Lourdon in 1632 komen de monniken opnieuw in actie om het archief van de abdij veilig te stellen. Uit een brief van 12 juli 1632 van Michel Le Masle aan kardinaal Richelieu blijkt dat er op dat moment nog belangrijke documenten in het kasteel aanwezig zijn. Zodra de monniken horen dat de afbraak is begonnen, sturen zij mensen naar Lourdon om de titres de l’abbaye – de documenten waarin de rechten en bezittingen van de abdij waren vastgelegd – in veiligheid te brengen.

De toestand van het archief was echter verre van ideaal. Door jarenlang gebrek aan onderhoud en ordening waren de documenten door elkaar geraakt. Sommige stukken werden zelfs als verloren beschouwd. De monniken vroegen daarom om een kamer in het kasteel waar zij de documenten tijdelijk konden verzamelen voordat ze werden afgevoerd.

Het is een opmerkelijk gegeven. Bijna zestig jaar na de plundering tijdens de godsdienstoorlogen lagen er in Lourdon nog steeds belangrijke papieren van de abdij. Welke documenten dit precies waren en of ze de plundering van 1574 hadden overleefd, is niet bekend. Op het moment dat Lourdon als vesting werd ontmanteld, moest dus opnieuw een deel van het historische en juridische geheugen van Cluny in veiligheid worden gebracht.


De mysteries van Lourdon

Waar voerden de wenteltrappen heen?

Het kasteel bewaart nog veel geheimen. Bij twee van de torenresten zijn resten van wenteltrappen zichtbaar die naar beneden lopen. Waar deze trappen precies naartoe leiden, is nog niet vastgesteld. Wel weten we dat een groep speleologen uit Mâcon zo’n 50 jaar geleden de grotten van het kasteel hebben bezocht. Helaas zijn er geen gegevens over van het bezoek.

Leidden de wenteltrappen naar de verborgen schatkamers? 
Zouden de verborgen schatten te maken hebben met aanvallen op het château?

chateau lourdon
een restant van een van de wenteltrappen
chateau lourdon
een restant van een van de wenteltrappen


Teruggevonden bron

De bron van het kasteel, die in de zeventiende eeuw werd afgedekt, bleef lange tijd verborgen. Vrijwilligers vermoeden de oorspronkelijke locatie te hebben teruggevonden met behulp van een wichelroede. Tijdens een winter met sneeuw werd op die plek bovendien een kale cirkel in de grond waargenomen. De vrijwilligers werken aan het herstel van de bron.

Behoud, restauratie en archeologisch onderzoek

Sinds 2012 wordt gewerkt aan het behoud en herstel van château de Lourdon en het omliggende terrein. Een grote groep vrijwilligers zet zich wekelijks in voor het herstel en onderhoud van de ruïne. In de zomer krijgen zij hulp van scouts, die een deel van hun kamp gebruiken om werkzaamheden op het terrein uit te voeren.

In 2013 krijgt de vereniging Castrum Lordo een langdurige overeenkomst voor het beheer en de opwaardering van het historische terrein. De vereniging coördineert de werkzaamheden en zet zich in voor het behoud en de toegankelijkheid van het kasteelcomplex.

Naast deze praktische werkzaamheden vindt archeologisch onderzoek plaats. Het Centre de Castellologie de Bourgogne (CeCaB) begint daar al in 2012 mee. De onderzoekers bestuderen de bouwgeschiedenis, de verschillende bouwfasen en de inrichting van het kasteelcomplex. 

De vrijwilligers en de vereniging Castrum Lordo zetten zich in voor het behoud en de toegankelijkheid van het terrein. Het onderzoek van CeCaB vult dit werk aan en brengt de geschiedenis van Lourdon steeds nauwkeuriger in kaart.

chateau lourdon
Vrijwilligers werken aan het herstel van de muren

Ontdekkingen tot nu toe

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Een bezoek aan Lourdon

Het kasteel is in privé bezit en kan niet worden bezocht, behalve bij uitzondering ter gelegenheid van les Journées Européennes du Patrimoine, de Europese Open Monumentendagen. 

In de maanden juli en augustus zijn er vaak op donderdagochtend rondleidingen. Bevlogen vrijwilligers nemen je mee op een ontdekkingstocht over het terrein van Lourdon en vertellen over de geschiedenis, de restauratie en de nog niet ontrafelde mysteries. 

Het bureau de tourisme in Cluny kan je hier over inlichten. Vooraf reserveren is noodzakelijk. Dit kun je online doen op de website van het château: www.chateaudelourdon.fr 

chateau lourdon
vanuit het dorp Lournand ga je deze weg in
chateau lourdon
de gids staat je hier op te wachten


bronnen

Itinérances autour des doyennés clunisiens et du ban sacré; Fappah
 Les vestiges longtemps incompris du jeu de paume des abbés de Cluny à Lourdon, in Archéologie et histoire des jeux de paume en France
De Versailles à la Marseillaise; 
Hervé Mouillebouche
Rapport de sondage archéologique – Château de Lourdon (2025); Hervé Mouillebouche
Le château des abbés de Cluny à Lourdon : le parc, le jeu de paume, la tour philippienne; Mouillebouche, Hervé
Chaumont, Louis. Histoire populaire de Cluny, d’après les sources et sur un plan nouveau; 1911
Histoire de l’abbaye de Cluny; Champly, Louis-Henri
Cluny, la ville et l’abbaye; Penjon, Auguste

Centre de castellologie de Bourgogne, 2012
‘La mémoire et l’écrit : l’abbaye de Cluny et ses archives (Xe-XVIIIe siècle)’; Barret, Sébastien Bulletin du centre d’études médiévales d’Auxerre
Histoire de l’abbaye de Cluny depuis sa fondation jusqu’à sa destruction à l’époque de la Révolution française; Lorain, Prosper

 Rondleidingen door het château

www.chateaudelourdon.fr
www.gallica.fr
wikipedia.org
https://wiki-macon-sud-bourgogne.fr

meest recente blogs van zuidbourgogne.nl

huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?