Cluny

De abdij van Cluny: het machtigste klooster van de Middeleeuwen

In het hart van de Bourgogne, te midden van glooiende heuvels en wijngaarden,
liggen de indrukwekkende resten van de abdij van Cluny.
Ooit was dit benedictijnse klooster het spirituele hart van Europa.

Cluny was meer dan een klooster: het was ook een plek van kunst, intellect en macht.
De abdij stond bekend om haar rijke liturgie, haar invloed op kunst en architectuur
en haar rol in de hervorming van het kloosterleven. 

Slechts zo’n 10% van het oorspronkelijke Cluny III is bewaard gebleven: alleen delen van het grote dwarsschip en twee torens.

Ondanks de verwoesting blijft Cluny een indrukwekkende plek.
Bezoekers kunnen de imposante restanten van de abdijkerk, het Palais Gélase en de kloostergebouwen
met de twee markante torens bezichtigen.

Een spiritueel en cultureel machtscentrum in Cluny

Gesticht in 910 groeit Cluny uit tot een machtig netwerk van meer dan 1.400 kloosters en priorijen.
Aan het begin van de 12e eeuw telt de Orde van Cluny meer dan 10.000 monniken, voor de Middeleeuwen een ongeëvenaard religieus netwerk waarin uniformiteit en discipline centraal stonden. 

In alle kloosters waren dezelfde ruimten te vinden die nodig zijn voor het monastieke leven: kerk, kloostergang, kapittelzaal, refter, slaapzaal, ziekenboeg en de woning van de prior of abt. Daarnaast moesten de werkplaatsen, tuinen, water, een graanmolen, een meelschuur en de voorraadkamer binnen de kloostermuren gesitueerd zijn.
Cluny hield al in een vroeg stadium rondleidingen voor andere kloosters om de eigen abdij als voorbeeld te laten dienen.

Uit Cluny kwamen meerdere pausen voort, zoals Urbanus II, Gregorius VII en Anacletus II.

Cluny
zicht op de achterzijde van de abdij vanuit de abdijtuin

De stichting van Cluny (910)

Wanneer in 910 de eerste steen gelegd wordt voor de abdij, is de vallei van de Grosne nog een verlaten landschap, wel stond er al een Karolingische villa. Na de bouw van de abdij mogen de lekendienaren hun huis buiten de muren van de abdij bouwen. Zij werken voor de abdij als bakker, slager, timmerman, kapper, steenhouwer of wever. Hierdoor staan de bewoners van deze huizen onder de bescherming van de abdij, hetgeen in een periode van feodaal geweld heel belangrijk is. De aantrekkingskracht van de abdij geeft voorspoed en rijkdom aan Cluny. Het verklaart tevens waarom deze stad zoveel Middeleeuwse huizen heeft. Cluny heeft zelfs het oudste huis van Frankrijk.

Lekenbroeders met seculiere of manuele taken konden ook in het Malgouverne wonen. Dit complex lag binnen het abdijcomplex aan de zuidkant van het binnenplein. Het Malgouverne stond naast de Tour de Fromage.

Cluny
overblijfselen van het Malgouverne, ooit deel van het abdijcomplex

De abdij wordt gesticht door Guillaume I van Aquitanië, hertog van Aquitanië en de graaf van Mâcon. De hertog schenkt zijn Karolingische villa voor de stichting van een abdij. Dit oude landgoed was gelegen aan de rivier de Grosne en omvatte naast de villa een kleine kapel, wijnngaarden, boomgaarden, weilanden, bossen en een molen.

Guillaume draagt de abdij op aan de heilige Petrus en Paulus. Deze Guillaume garandeert de abdij autonomie door haar rechtstreeks onder pauselijk gezag te plaatsen. Wel met twee verboden voor de paus: hij mag niet beschikken over de eigendommen van de abdij én geen abt benoemen zonder instemming van de monniken.

Dit alles was revolutionair: Cluny is onafhankelijk van lokale bisschoppen en wereldlijke heersers, waardoor de abten ongekende vrijheid krijgen. Deze autonomie zou grote invloed hebben op de groei en onafhankelijkheid van de abdij.

Guillaume d’Aquitanië vraagt aan Berno, abt van Baume-les-Messieurs en Gigny, om een abdij te stichten. Berno gaat met zes monniken uit Baume-les-Messieurs en zes uit Gigny naar Cluny om daar, volgens de Regel van Benedictus, een abdij te beginnen. Zij leven strikt volgens de Regel van Benedictus, met nadruk op gebed, arbeid en stilte. Deze sobere, maar diep spirituele levenswijze trekt monniken van heinde en verre aan.
De monniken van Cluny krijgen tevens de opdracht aandacht te schenken aan kwetsbare mensen: kinderen, vrouwen, paria’s, vluchtelingen en armen.

Cluny
links in het dorp de abdij in Beaume-les-Messiers

een geschikte plaats

De meeste abdijen in Frankrijk vind je in een landelijke omgeving, ver weg van de bewoonde wereld. De abdij van Cluny ligt echter in het midden van deze kleine stad. Dat maakt Cluny tot een bijzondere plek.

Cluny was een goede plaats om een abdij te beginnen: ver genoeg van de Saône, de rivier waarop vijanden konden aanvaren en de abdij in brand konden steken, zoals eerder bij de abdij van Tournus gebeurde. Bovendien gelegen in een gebied met veel wijngaarden. De kalkrijke bodem leverde voldoende steen op om te bouwen, onder andere uit de Carrière de La Lie.

Cluny I en II: groei en nieuwe ambities

De eerste kerk, Cluny I (ca. 910–927), is een eenvoudige eenbeukige basiliek, geheel in de geest van het sobere benedictijnse ideaal. Onder de vierde abt van Cluny, Mayeul, wordt in de tweede helft van de 10e eeuw een grotere kerk gebouwd: Cluny II (ca. 955–981). Deze heeft drie beuken, een dubbel transept, een crypte en westtorens. De hoge toren van de abdij wordt hét symbool van de macht van de abt.

Cluny

relikwieën en pelgrims

Een belangrijke gebeurtenis in 985 is het verkrijgen van relikwieën van Petrus en Paulus uit Rome, wat duizenden pelgrims aantrekt.
Dankzij deze pelgrimstochten en de lucratieve praktijk van missen voor de zielenrust van overledenen groeien de rijkdom en macht van Cluny aanzienlijk. 

Abt Odilon introduceert bovendien in 998 de jaarlijkse dodenherdenking op 2 november, een traditie die later door de hele kerk wordt overgenomen. In de 13e eeuw krijgt deze dag de naam Allerzielen.

De cluniacenzer hervormingen

Onder abten als Odo, Odilo, Hugues de Semur (Hugo van Cluny) en Petrus Venerabilis beleeft Cluny zijn bloeitijd. De Cluniacenzer hervormingen staan voor een terugkeer naar een strikte naleving van de Regel van Benedictus, een verfijnde liturgie en een sterke centrale organisatie. Alle aangesloten kloosters staan rechtstreeks onder gezag van de abt van Cluny, ook een unicum in de Middeleeuwen.

De abten hebben niet alleen religieuze, maar ook wereldlijke macht. Ze spreken recht, heffen belastingen, mogen munten slaan en regelen openbare zaken. Cluny werd omschreven als een klooster, stad en vesting, compleet met een verdedigende torens.

1107:

Paus Paschalis II, die vanuit Beaune en Chalon naar Cluny reist, bevestigt op 2 februari 1107 de vrede van de ban sacré en breidt de bijbehorende privileges uit. Binnen deze ban sacré mogen geen kastelen worden gebouwd en is het heffen van tol verboden op de hoofdwegen binnen een straal van ongeveer veertig kilometer rond Cluny, en wel voor “allen die naar Cluny gaan of er vandaan komen”.

De abt kan namelijk niet verdragen dat een vijand van de abdij, de seigneur van Uxelles, tol heft op doorgangen en oversteekplaatsen die worden gebruikt door kooplieden en pelgrims op weg naar de abdij. Zo heft de seigneur tol bij Aynard, de doorwaadbare plaats in de rivier de Guye. Abt Hugues heeft zich hierover bij paus Paschalis II beklaagd.

Tijdens dit bezoek bevestigt de paus tevens de schenking van het klooster van Altkirch, beter bekend als de priorij van Saint-Morand, aan de abdij van Cluny. In 1107 wordt dit klooster officieel door graaf Frederik, met de steun van bisschop Burckard, aan Cluny overgedragen.

Voor het klooster van Altkirch is het aansluiten bij de Cluniacensische orde een belangrijke historische gebeurtenis die nauw verbonden is met het jaar 1107. De Cluniacensische monnik Morand wordt naar Altkirch gestuurd om de priorij te reorganiseren. Hij sterft daar in 1115 en wordt er begraven, waarna de plaats uitgroeit tot een belangrijke bedevaartlocatie

Deze periode markeert de integratie van het klooster in het Cluniacensische invloedsnetwerk in de Elzas, gesteund door de lokale adel.

Cluny III: de grootste kerk van het westen

Onder abt Hugues de Semur begint in 1088 de bouw van Cluny III, de grootste kerk van het christendom. Dit blijft zo tot in de 16e eeuw in Rome door paus Julius II de nieuwe Sint-Pieter wordt gebouwd. De eerste abdijkerk wordt hiervoor verwoest, Cluny III wordt iets verder naar het noorden gebouwd, de bouw van de abdij heeft 42 jaar geduurd.

Deze derde kerk van Cluny was bedoeld als het ultieme huis van God op aarde, een monument voor de macht en heiligheid van de Cluniacenzer orde. Deze kerk wordt ook wel de maior ecclesia (grote kerk) genoemd.

De Spaanse konig Alphonso VI heeft nog een ereschuld aan de monniken van Cluny uitstaan en is bereid een deel van de financiering van de nieuwe abdijkerk op zich te nemen.

Cluny
maquette van Cluny III
Cluny
plattegrond van Cluny II en Cluny III

De Maior ecclesia maakte deel uit van een dicht kloostercomplex van uitzonderlijke omvang.
De meeste gebouwen dateren uit de Middeleeuwen en zijn later uitgebreid.

Kenmerken van Cluny III

  • Enorme afmetingen: 187 meter lang, een schip van 38,50 meter breed, 90 meter op de breedte van het grote dwarsschip, 29,50 meter hoog onder het gewelf (de Notre-Dame van Parijs is circa 30% kleiner).
  • Complexe plattegrond: vijf beuken, twee transepten, kooromgang en straalkapellen.
  • Zeven klokkentorens
  • Westwerk: monumentale façade met twee torens en een narthex.
  • Liturgische functie: ontworpen om honderden monniken dagelijks de zeven getijdengebeden te laten zingen.
  • Akoestiek: hoge gewelven versterkten de gregoriaanse zang.
Cluny
kooromgang van Cluny III volgens oude tekening
Cluny
oude tekening Cluny III (bron: Gallica)

we kennen de architecten: Gunzo en Hézelon

In 1088 vraagt abt Hugues aan de architect-monnik Gunzo een ontwerp voor een nieuw kerk te maken.
Volgens de overlevering is het echter Gunzo die, al oud en bedlegerig, met het idee bij de abt komt: in een nacht richten Petrus, Paulus en Stefanus zich in een droom tot Gunzo. De drie heiligen markeren de omtrek van een nieuwe abdijkerk op de grond en vragen Gunzo om abt Hugues te overtuigen van de noodzaak van deze nieuwe kerk omdat de huidige kerk (Cluny II) niet meer toereikend is voor alle monniken.
De volgende morgen staat Gunzo, tot ieders verbazing op en gaat naar de kapittelzaal om de abt te overtuigen van de bouw van een nieuwe kerk.

Hugues de Semur
de monnik Gunzo op zijn bed
Cluny
de monnik Gunzo naar abt Hugues de Semur met de boodschap van Petrus

Op een middeleeuwse miniatuur uit de 12e eeuw (rechts) is het sterfbed van Gunzo verbeeld. Om hem heen staan Petrus, Paulus en Stefanus. Petrus en Paulus zetten met het koord dat Stefanus om zijn arm heeft de afmetingen van de nieuwe abdijkerk uit.

Hézelon

De architect (of opzichter) voor de bouw van deze nieuwe kerk is de wiskundige Hézelon van Luik, een vooraanstaande kanunnik. Voor de Middeleeuwen is het bijzonder dat we de naam van de architect kennen. Cluny III wordt een wonder van romaanse bouwkunst en een symbool van de macht van de orde.

Het is abt Pierre le Vénérable die de naam van Hézelon noemt in een brief aan de bisschop van Luik als zijnde belangrijk voor de bouw van Cluny III.

Cluny
abdijmuur Cluny

inwijding van Cluny III

Odo abbé Cluny

Inwijding van het hoogaltaar van Cluny III door paus Urbanus II, in 1095. De afbeelding is een tekening uit een Latijns manuscript.

Cluny III heeft in 1130 onder abt Petrus Vénérabilis zijn definitieve vorm gekregen, hoewel de narthex nog in aanbouw was.
De abdijkerk wordt op 25 oktober 1130 in aanwezigheid van meer dan 1000 monniken, ingewijd door paus Innocentius.

narthex van Cluny III

Wanneer je onder de Portes d’Honneur doorloopt, kom je bij de restanten van de oude Barabans-torens, ontworpen als vestingtorens. Daarachter lag de narthex, een groot voorportaal dat werd gebruikt voor plechtige intochten. De narthex is rond 1130 gebouwd en had een prachtig roosvenster met een doorsnede van tien meter. Als de zon onderging, viel er door dit venster prachtig licht in de narthex.

De narthex wordt voorafgegaan door een monumentale trap, die tussen de overblijfselen van de Baraban-torens ligt.

De term narthex (atrium, paradijs; ook wel avant-nef of galilée genoemd) verwijst naar de plaats waar Christus tussen Verrijzenis en Hemelvaart aan zijn apostelen verscheen. In de Cluniacensiche architectuur is deze narthex een ruimte die de overgang vormt tussen de profane en sacrale wereld.

ommuring van de abdij

Zoals veel abdijen aan het einde van de Karolingische tijd, lijkt deze versterkte ommuring al sinds het einde van de 10e eeuw te bestaan. De ommuring, die meer dan 15 hectare en 1350 meter beslaat, speelt eeuwenlang een belangrijke rol in de verdediging en het prestige van Cluny.  Het is de scheiding tussen abdijcomplex en de middeleeuwse stad. In de straten van Cluny vind je de oude ommuring terug aangegeven.
Aan de rand van het oorspronkelijke abdijcomplex vind je de Tour de Fromage.

Cluny
placering noordelijke muur
Cluny
placering zuidelijke muur
Cluny
abdijmuur
Cluny
Tour de Fromage


Portes d'Honneur de Cluny

Vanaf de 12e eeuw was er toegang tot de abdij via een dubbele poort, die gedeeltelijk werd verwoest tijdens de Franse Revolutie. Een deel van de bovenste versiering is verdwenen, maar het markeerde de toegang tot de “heilige stad” van de monniken als een triomfboog .

Cluny
Portes d'Honneurs Cluny
Cluny
Portes d'Honneurs Cluny
Autun
Porte d'Arroux Autun

Hier sta je bij de oorspronkelijke hoofdingang van de oude abdij Cluny III, de toegangspoort tot de omsloten ruimte van de abdij.
Talloze bekende en onbekende mensen zijn hier onderdoor gelopen, onder wie de vele abten van Cluny, zoals Richelieu, maar ook de keizer van Constantinopel, Lodewijk IX (Saint Louis) en de vele pelgrims die naar Cluny kwamen. Het moet indrukwekkend zijn geweest om via deze poorten de abdij binnen te gaan.

Vandaag resteren alleen de twee grote arcades van de begane grond met hun versierde zuilen. Het dubbele portaal met zijn versierde bogen gaat terug op Romeinse poorten zoals de Porte d’Arroux in Autun. Opvallend zijn de Korinthische kapitelen, uitgehouwen in de jaren 1120-1130.

Cluny
zuidelijke arm van het grote transept van Cluny III

Tours de Barabans

De Barabans-torens waren versterkte torens die deel uitmaakten van de toegang tot de abdij van Cluny III. Ze bevonden zich vóór de narthex en de monumentale trap die naar de narthex leidde. 
Deze vestingtorens werden gebruikt voor verdediging en als toegangspoort tot de abdij. Ze worden ook wel “Barabans-torens” genoemd, een naam die afkomstig is van het woord baraban (trommel of slagwerk). Van de torens zijn alleen nog de overblijfselen te zien.

Galilea Passage

Het leven van de monniken van Cluny kent grote processies waarvan de routes minutieus waren gepland volgens de liturgische feesten. De Galilea Passage bood de monniken de mogelijkheid zich te verplaatsen tussen het klooster en de abdijkerk van de Maior ecclesia. de naam Galilea verwijst naar de narthex van de eerste kerk. De Galilea Passage is ook de ruimte waar monniken tijdens bepaalde plechtige vieringen samenkwamen.

Palais Gélase: toonbeeld van wereldlijke macht

Naast de kerk laat de abdij een indrukwekkend abtenpaleis bouwen: het Palais du Pape Gélase. Dit paleis, genoemd naar paus Gelasius II die in 1119 in Cluny verbleef, wordt het residentiële en administratieve centrum van de abdij. Hier ontvangt de abt vorsten, keizers en pauselijke gezanten. Het paleis benadrukt de wereldlijke en diplomatieke rol van de abten van Cluny, die vaak bemiddelen in Europese conflicten.

Het Palais Gélase is een van de weinige gebouwen van het abdijcomplex die de Franse Revolutie grotendeels hebben overleefd en vandaag nog te bewonderen is. Het wordt gezien als een van de mooiste voorbeelden van romaanse burgerlijke architectuur in Frankrijk.

porte de Richelieu

Abt Richelieu wil een nieuwe deur

Abt Richelieu laat in het midden van de façade van het Palais du Pape Gélase een monumentale deur in Louis XIII-stijl bouwen, de Porte Richelieu. Deze nieuwe toegangsdeur moet de ingang van het abdijcomplex verfraaien, moderniseren én de macht van de kardinaal-abt onderstrepen.

In 1873 wordt deze poort ontmanteld. Architect Charles Laisné heeft namelijk het idee om de gevel van de poort in gotische stijl te reconstrueren. Vervolgens raakt de poort bijna een eeuw uit het zicht. In de jaren zestig wordt de Porte de Richelieu teruggevonden in een kelder van de abdij.

Aan het begin van de 21e eeuw is dit meesterwerk van klassieke beeldhouwkunst opnieuw in elkaar gezet op de binnenplaats van de abdij. De restauratie duurde zes maanden en kostte € 242.000. Tot december 2011 ontbreekt echter nog een deel van het fries. Dit ontbrekende deel wordt in 2010 bij toeval ontdekt en teruggeplaatst in de oorspronkelijke gevel.

Kunst, muziek en pelgrimage

Cluny is destijds een centrum van kunst en cultuur. De monniken produceren prachtig verluchte manuscripten en verfijnen de gregoriaanse zang. De abdij beheert een netwerk van kleinere heiligdommen langs de pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela, wat niet alleen spirituele, maar ook economische welvaart brengt.

Cluny
kloostergang abdij Cluny
Cluny
kloostergang abdij Cluny


Verval en vernietiging

Vanaf de 12e eeuw verliest Cluny geleidelijk aan invloed, mede door de opkomst van de Cisterciënzers, die eenvoud en soberheid prediken. Politieke en economische spanningen verzwakken de orde verder.

Tijdens de Franse Revolutie worden de bezittingen van de abdij genationaliseerd en op 13 februari 1790  wordt de opheffing van de religieuze ordes uitgesproken. De laatste mis in de abdijkerk van Cluny is op 25 oktober 1791 opgedragen, er zijn nog maar twaalf monniken bij aanwezig, daarna worden zij de abdij uitgezet.

Er volgen plunderingen van beelden en praalgraven, de glas-in-loodramen ingegooid, meubilair geroofd, het abdijcomplex verkocht aan een steenhandelaar uit Mâcon. Deze zag het kloostercomplex als een steengroeve en dertig jaar later was er niet veel meer over van de eens zo machtige abdij.

Geschriften uit de revolutionaire periode beschrijven dat van medio 1793 tot ongeveer februari 1794, klokken, ornamenten, roosters en 13 ton ijzer door de bevolking van Cluny uit de overblijfselen van de abdij zijn weggehaald. Archieven, boeken, schilderijen, liturgische gewaden, alles werd verbrand.  In dat laatste jaar worden twee ondernemers uit Cluny, Louis Colas en Claude Philibert door de gemeente aangesteld om een taxatie van de abdij en haar bijgebouwen op te stellen.

In 1811 volgt de sloop van een deel van het grote dwarsschip van de abdijkerk (richting de kapel Sainte-Madeleine) en een deel van het kleine dwarsschip (richting de kapel Sainte-Agathe) (bron: Un Jour Cluny).

Slechts zo’n 10% van het oorspronkelijke Cluny III is bewaard gebleven: alleen delen van het grote dwarsschip, twee torens, de Clocher de l’Eau Bénite en de Tour de l’Horloge, en enkele kloostergebouwen staan nog overeind. 

De achthoekige l’Eau Bénite is de enig overgebleven toren van de vier grote torens van Cluny III. Het eerste niveau van de toren is versierd met een motief van kruisen, terwijl het tweede niveau is versierd met een motief van parels. De spits van deze 15e eeuwse piramidevormige toren kun je op verschillende cluniacenzer torens terugvinden, onder andere in Paray-le-Monial.

De 12e eeuwse Tour de l’Horloge krijgt er in het begin van de 18e eeuw een nieuwe etage bij voor de verdwenen klok.

Cluny
Clocher de l'Eau Bénite en de Tour de l'Horloge

Cluny vandaag

Ondanks de verwoesting blijft Cluny een indrukwekkende plek. In de 20e eeuw ontstaat er hernieuwde belangstelling voor de abdij, mede veroorzaakt door de archeologische opgravingen van Kenneth John Conant.

In 1993 bezoekt François Mitterrand, wiens vrouw en schoonfamilie uit Cluny kwamen, de abdij met Michail Gorbotsjov, oud leider van de Sovjet-Unie.

Bezoekers kunnen nog steeds de imposante restanten van de abdijkerk, het Palais Gélase en enkele kloostergebouwen bezichtigen.
Hoewel slechts een tiende van de originele abdij Cluny III bewaard is gebleven, is wat nog resteert van de Maior Ecclesia indrukwekkend. De hoogte van meer dan 30 meter van de zuidelijke arm van het grote transept spreekt nog altijd tot de verbeelding.

Tijdens een bezoek aan de abdij kun je bovendien een prachtige 3D-reconstructie bekijken die laat zien hoe groots de Major Ecclesia van Cluny ooit moet zijn geweest. Een moderne 3D-presentatie toont hoe de abdijkerk er ooit uitzag: rijk versierde zuilen, marmeren vloeren, kleurrijke fresco’s en een zee van licht.

Het Centre d’études clunisiennes heeft inmiddels meer dan 25.000 bouwfragmenten gelokaliseerd, teruggekocht of geschonken gekregen. Een selectie is te bewonderen in het Palais Jean de Bourbon in Cluny.

Een houten maquette in de abdij toont hoe klein het deel is dat nog bewaard is, maar zelfs dit tiende deel blijft een indrukwekkend geheel.

bronnen

Sites clunisiens en Europe; Christophe Vorop
Romaanse kunst; Rolf Toman
Herbouwd Verleden
; Tellinger en Engelbregt
De abdij van Cluny; Centre des Monuments Nationaux
https://bourgognemedievale.com
https://www.cluny-abbaye.fr/

Cluny
alleen de donker gekleurde delen van deze maquette zijn nog over van Cluny III

meer lezen over de abdij van Cluny op zuidbourgogne.nl:

meer lezen over Cluny op zuidbourgogne.nl:

huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?