de eerste bewaard gebleven foto komt uit de Bourgogne
Nicéphore Niépce staat bekend als de uitvinder van de fotografie.
Zijn zoektocht naar een manier om een beeld blijvend met licht vast te leggen, begint al vroeg in de 19e eeuw
en zou uiteindelijk leiden tot de eerste bewaard gebleven foto ter wereld.
Maar fotografie was niet zijn enige belangstelling.
Samen met zijn broer Claude ontwikkelt hij een van de eerste verbrandingsmotoren.
Ook houldt hij zich bezig met een hydraulische pomp en ontwerpt hij een vroege voorloper van de fiets.
van Joseph naar Nicéphore
Joseph Nicéphore Niépce wordt op 7 maart 1765 geboren in Saint-Loup-de-Varennes, een dorp vlak bij Chalon-sur-Saône. Hij is de tweede zoon van Claude Niépce, advocaat en adviseur van koning Lodewijk XV, en Claudine Barault, dochter van een eveneens vooraanstaand advocaat. De familie Niépce behoort tot de welgestelde families van Chalon-sur-Saône en bezit verschillende eigendommen in en rond de stad. De familie Niépce raakt bevriend met de bekende schrijver Alphonse de Lamartine.
Vanaf ongeveer 1780 studeert Joseph aan het Collège des Oratoriens in Chalon-sur-Saône. Later gaat hij verder studeren bij de Oratorianen in Angers. Daar ontwikkelt hij een grote belangstelling voor natuurwetenschappen en scheikunde.
Einde van de droom van Niépce?
Zijn studie loopt echter niet zoals gehoopt. Hij slaagt niet voor zijn eindexamen en ziet daarmee zijn aanvankelijke plan om wetenschapper te worden in rook opgaan. Ook een priesterlijke loopbaan, die zijn ouders voor ogen hadden, komt er niet van.
Tijdens zijn verblijf in Angers gaat hij de naam Nicéphore gebruiken. Mogelijk verwijst die naam naar het Griekse woord voor ‘overwinnaar’ of ‘zegedrager’, maar ook wordt verondersteld dat hij zich vernoemde naar de heilige Nicephorus, patriarch van Constantinopel.
Van militair naar uitvinder
Niépce groeit op in een koningsgezinde familie. De Franse Revolutie brengt daarin verandering, Nicéphore wil niet meer met het koningshuis vereenzelvigd worden. In 1792 treedt hij toe tot de Nationale Garde. Zijn broer Claude kiest voor de marine. Nicéphore neemt als luitenant deel aan de Franse veldtocht in Italië en strijdt met de Napoleaanse troepen, maar beide broers moeten hun militaire loopbaan uiteindelijk vanwege gezondheidsproblemen beëindigen.
Nicéphore vestigt zich vervolgens in Nice. Daar trouwt hij in 1794 met Antoinette Agnès Romero. Een jaar later wordt hun eerste zoon geboren, Joseph Isidore, die meestal Isidore wordt genoemd. Twee jaar later volgt nog een zoon, Louis.
In deze jaren is Niépce al volop bezig met uitvindingen. Samen met Claude werkt hij onder meer aan de Pyréolophore, een vroege verbrandingsmotor die zij in 1807 laten patenteren. De motor wordt ontwikkeld voor de aandrijving van een boot en behoort tot de eerste motoren die met een inwendige verbranding werken.
Terug naar de Bourgogne
Aan het begin van de 19e eeuw keert Niépce terug naar de Bourgogne. Op het familielandgoed Le Gras in Saint-Loup-de-Varennes kan hij zich volledig aan zijn experimenten wijden. Hij leeft er relatief teruggetrokken en besteedt een groot deel van zijn tijd aan technische en wetenschappelijke proeven.
Rond deze tijd raakt in Frankrijk de lithografie in de belangstelling. De techniek, in 1796 ontwikkeld door de Duitser Alois Senefelder, maakt het mogelijk om vanaf een op steen aangebrachte tekening meerdere afdrukken te maken.
Niépce kan zelf niet goed tekenen, maar ziet in de lithografie mogelijkheden. Samen met zijn zoon Isidore onderzoekt hij daarom manieren om afbeeldingen niet langer met de hand te hoeven tekenen, maar ze rechtstreeks door licht op een drager te laten vastleggen.
Daarmee begint zijn lange zoektocht naar wat hij later héliographie, heliografie, zal noemen: letterlijk ‘schrijven met de zon’.
Jambles
De familie Niépce is ook nauw verbonden met Jambles, ten westen van Chalon-sur-Saône. Nicéphore Niépce was zelfs op twee manieren met het dorp verbonden: via zijn vaderlijke én zijn moederlijke familie.
De vaderlijke wortels van de familie gaan in Jambles terug tot ten minste het midden van de 15e eeuw. Maar ook via zijn moeder, Claudine Barault, had Niépce een bijzondere band met het dorp. Zij bracht als bruidsschat een landgoed in met twaalf hectare wijngaarden en boerderijgebouwen, destijds gewaardeerd op dertigduizend pond. De familie bezat daarmee in Jambles niet alleen grond en wijngaarden, maar had er ook een belangrijke plaats in de lokale geschiedenis.
Nicéphore Niépce verbleef zelf in Jambles en werkte er aan zijn experimenten. De band van de familie met het dorp bleef ook na zijn dood bestaan. In 1839 richtten zijn zoon Isidore Niépce en diens vrouw Eugénie in Jambles de Croix du Mont Avril op, als eerbetoon aan Nicéphore en zijn uitvinding.
De zoektocht naar het vastleggen van een beeld
Niépce experimenteert met verschillende materialen: papier, steen, metaal en glas. Hij gebruikt lichtgevoelige stoffen die onder invloed van zonlicht veranderen. Zijn doel is steeds hetzelfde: een beeld dat door een camera obscura wordt gevormd, rechtstreeks en blijvend vastleggen.
In 1822 lukt het hem op glas een afbeelding van een gravure te maken. Het resultaat is nog niet duurzaam genoeg, maar Niépce komt steeds dichter bij zijn doel.
Een belangrijke stap volgt in 1824. Met bitumen van Judea, een lichtgevoelige stof die op een metalen plaat wordt aangebracht, slaagt hij erin een beeld blijvend vast te leggen. De techniek werkt nog langzaam en kent allerlei beperkingen, maar voor Niépce is duidelijk dat hij een belangrijke doorbraak heeft bereikt.
De ontwikkeling gaat daarna verder. Hij probeert verschillende dragers uit en verbetert zowel de lichtgevoelige laag als de camera. Vanaf 1825 bestelt hij onder meer camera’s en optische instrumenten bij de Parijse opticien Vincent Chevalier.
1827: de eerste foto ter wereld
Steeds dichter komt Niépce bij het resultaat waar hij al jaren naar zoekt. In 1827 maakt hij op zijn landgoed Le Gras een afbeelding die tegenwoordig wordt beschouwd als de oudste bewaard gebleven foto ter wereld.
Niépce gebruikt een gepolijste tinnen plaat waarop een laag bitumen van Judea is aangebracht. De plaat wordt in een camera obscura geplaatst en gedurende vele uren aan het licht blootgesteld. De afbeelding ontstaat doordat het bitumen op de plaatsen waar veel licht valt verhardt. Vervolgens kan het niet-uitgeharde bitumen worden verwijderd, waardoor het beeld zichtbaar wordt.
De belichting duurt bij helder zonlicht ongeveer acht uur. Dat is meteen een van de grote problemen van Niépces methode. Mensen kunnen onmogelijk zo lang stil blijven staan, waardoor portretten nog niet mogelijk zijn.
De lange belichting heeft wel een bijzonder effect. Omdat de zon gedurende de opname van plaats verandert, lijken de schaduwen vanuit verschillende richtingen te komen.
Le Point de vue du Gras
Niépce noemt de afbeelding Le Point de vue du Gras. Het is het uitzicht vanuit een raam van zijn werkkamer op het familielandgoed in Saint-Loup-de-Varennes.
De foto is moeilijk te bekijken: de tinnen plaat heeft een spiegelend oppervlak en het beeld is alleen onder de juiste hoek goed zichtbaar. Toch is het een uniek document. De plaat is de enige bewaard gebleven heliografie van een landschap die rechtstreeks met een camera obscura is gemaakt.
Tijdens zijn leven krijgt Niépce nauwelijks de erkenning waarop hij hoopt. De techniek is ingewikkeld, de belichtingstijd is veel te lang en commerciële mogelijkheden zijn nog nauwelijks aanwezig.
Hij doet veel om zijn uitvindingenen in brede kring bekend te maken. In Frankrijk lukt dat nog niet zo. Daarom reist Niépce in 1827 naar Engeland om Londen te overtuigen van het belang van zijn uitvinding. Maar ook hier vindt hij nog weinig gehoor. Hij geeft zijn oudste foto aan de Britse wetenschapper en botanicus Francis Bauer, maar de betekenis van de afbeelding werd toen nog niet herkend.
Op mysterieuze wijze raakt de afbeelding spoorloos. Gelukkig vindt de kunsthistoricus Helmut Gernsheim deze in 1952 terug. De originele plaat bevindt zich tegenwoordig in de collectie van het Harry Ransom Center van de University of Texas in Austin.
Samenwerking met Daguerre
Een belangrijke verandering komt wanneer Niépce in contact komt met Louis-Jacques-Mandé Daguerre. Daguerre is schilder en decorontwerper en is vooral bekend door zijn spectaculaire Diorama in Parijs, waarin grote geschilderde taferelen door veranderende belichting een andere sfeer krijgenEen belangrijke verandering komt wanneer Niépce in contact komt met Louis-Jacques-Mandé Daguerre. Daguerre is schilder en decorontwerper en vooral bekend door zijn spectaculaire Diorama in Parijs, waarin grote geschilderde taferelen door veranderende belichting een andere sfeer krijgen.
Daguerre heeft grote belangstelling voor de mogelijkheden van de camera obscura en wil de lange belichtingstijd aanzienlijk verkorten. Via de opticien Vincent Chevalier komt hij in contact met Niépce. Eind 1829 sluiten de twee een samenwerkingsverband. Ze willen Niépces uitvinding verder verbeteren en uiteindelijk commercieel toepasbaar maken. Daarbij richten ze zich onder meer op betere optiek en vooral op het verkorten van de lange belichtingstijd.
De samenwerking duurt echter maar enkele jaren. Op 5 juli 1833 overlijdt Nicéphore Niépce onverwacht in Saint-Loup-de-Varennes. Hij maakt daardoor niet meer mee hoe groot de betekenis van hun gezamenlijke onderzoek uiteindelijk zal worden.
Zijn dood betekent echter niet het einde van zijn fotografische experimenten: zijn zoon Isidore Niépce zet zich ervoor in dat het werk van zijn vader niet wordt vergeten, terwijl Daguerre de gezamenlijke onderzoeken voortzet. Bovendien zet Daguerre de gezamenlijke onderzoeken voort.
de familie blijft berooid achter
Zijn uitvinding is tijdens zijn leven nog nauwelijks bekend en zijn familie verkeert in financiële moeilijkheden. Zijn weduwe ziet zich uiteindelijk genoodzaakt het landgoed Le Gras te verkopen. Niépce wordt begraven op de begraafplaats van Saint-Loup-de-Varennes.
In Chalon-sur-Saône staat een standbeeld van Nicephore,
in Saint-Loup-de-Varennes staat een monument met de tekst: ‘dans ce village Nicéphore Niépce inventa la photographie en 1826′.
Andere uitvindingen van Nicéphore Niépce
De fotografie neemt een groot deel van Niépces leven in beslag, maar hij is een veelzijdig uitvinder.
Samen met Claude ontwikkelt hij de Pyréolophore, een vroege verbrandingsmotor. De broers experimenteren met verschillende brandstoffen en gebruiken de motor voor de aandrijving van een boot die ze over de Saône laten varen. Het is een uitvinding die in heel Frankrijk de krantenkoppen haalt. Op 20 juli 1807 ondertekent keizer Napoleon Bonaparte in Dresden het patent op deze verbrandingsmotor.
Ook houdt Niépce zich bezig met een hydraulische pomp. In 1818 ontwikkelt hij bovendien een vroege loopfiets, de Draisienne de Niépce. Het voertuig heeft geen pedalen: de berijder zet zich met de voeten af tegen de grond. Niépce blijft het ontwerp verbeteren en voorziet het onder meer van een verstelbaar zadel.
Zijn vele experimenten kosten echter veel geld. De uitvindingen leveren nauwelijks inkomsten op en het familiekapitaal raakt steeds verder uitgeput. Wanneer Claude in 1828 in Engeland overlijdt, blijft Nicéphore achter met financiële problemen en een groot aantal onafgemaakte projecten.
Brieven van Nicéphore Niépce
Nicéphore heeft in zijn leven veel brieven gebleven. Hiervan zijn een groot aantal bewaard gebleven, zoals de in 1828 geschreven brief aan zijn zoon Isidore en schoondochter Eugénie (zie afbeelding).
In veel brieven, zoals die aan zijn Claude, schrijft hij over de ontwikkeling van zijn uitvindingen. Door de vele bewaard gebleven brieven en documenten (meer als 700!), weten we veel over het leven en de uitvindingen van Nicéphore Niépce.
Daguerre gaat verder
Na de dood van Niépce werkt Daguerre verder aan het verkorten van de belichtingstijd en het ontwikkelen van een praktischer fotografisch procedé.
In 1839 wordt zijn nieuwe techniek aan de wetenschappelijke wereld bekendgemaakt: de daguerreotypie. Daarbij wordt een verzilverde koperen plaat lichtgevoelig gemaakt. Het procedé levert zeer scherpe beelden op en maakt het mogelijk om portretten te maken met een veel kortere belichtingstijd dan bij de heliografie van Niépce.
Daguerre gaat met de uitgevonden daguerreotypie naar de belangstellende Académie des sciences in Parijs. Vooraf laat Daguerre aan Isidore weten dat de naam Nicéphore niet voor zal komen in zijn presentatie. Dit tot grote frustratie van Isidore.
De daguerreotypie wordt onmiddellijk een groot succes. Fotografie is niet langer alleen een technisch experiment van enkele uitvinders; zij wordt een nieuwe vorm van beeldcultuur.
In juni 1839 draagt de Franse staat het procedé over aan het publiek. Daguerre en Isidore Niépce ontvangen daarvoor een levenslang pensioen. In het officiële document wordt uitdrukkelijk gesproken over het procédé van Nicéphore Niépce en de verbeteringen die Daguerre daarop heeft aangebracht.
Toch raakt de naam van Nicéphore Niépce aanvankelijk op de achtergrond. De nieuwe techniek wordt vooral met Daguerre verbonden.
het verhaal van de kapotte thermometer: hoe Daguerre de laatste grote stap zou hebben gezet
Over het ontstaan van de daguerreotypie bestaat een beroemde anekdote. Volgens het verhaal heeft Daguerre enkele mislukte fotografische platen in een kast opgeborgen voordat hij naar het café gaat. Wanneer hij weer thuiskomt en de platen opnieuw bekeek, ontdekte hij tot zijn verbazing dat op sommige platen toch een duidelijk beeld was verschenen.
Hij zou vervolgens hebben onderzocht waardoor dat kwam. In de kast zou een kapotte thermometer hebben gelegen. De kwikdampen daarvan hadden het latente beeld zichtbaar gemaakt.
Dit inzicht bracht Daguerre op het idee om kwikdamp bewust te gebruiken bij het ontwikkelen van een fotografisch beeld. Daarmee kon de belichtingstijd aanzienlijk worden verkort.
Het verhaal van de thermometer is vooral bekend als de anekdotische verklaring voor de ontdekking van het ontwikkelen van het latente beeld. De ontwikkeling van de daguerreotypie was in werkelijkheid het resultaat van een langere reeks experimenten.
Isidore gaat de strijd aan
Isidore Niépce is er niet tevreden mee dat de naam van zijn vader nauwelijks wordt genoemd. Hij wil duidelijk maken dat de basis van de fotografie niet bij Daguerre ligt, maar bij zijn vader.
In 1841 publiceert hij daarom Historique de la découverte improprement nommée daguerréotype, précédé d’une notice de son véritable inventeur Joseph-Nicéphore Niépce.
Daarin beschrijft Issidore de experimenten van zijn vader en diens aandeel in de ontwikkeling van de fotografie. Isidore probeert daarmee de plaats van Nicéphore Niépce in de geschiedenis van de fotografie veilig te stellen.
Het heeft Isidore veel tijd en energie gekost, maar uiteindelijk wordt de naam van zijn vader erkend als belangrijk uitvinder van de fotografie. Dit blijkt ook uit de officiële Franse documenten uit 1839, waarin het procedé van Nicéphore Niépce en de verbeteringen van Daguerre afzonderlijk worden genoemd.
de daguerreotypie wordt een rage
De Académie des sciences heeft veel belangstelling voor de uitvinding van Daguerre. Het proces wordt snel verbeterd en zo wordt het mogelijk om portetten te maken. Het wordt een ongelooflijk succes. Parijs opent tientallen winkels en vele Parijzenaars laten zich fotogaferen. Na Parijs verspreidt de rage zich over heel Frankrijk, naar Europa en ook in de Verenigde Staten wordt het een succes.
In 1839 koopt de Franse overheid dit procedé van Daguerre en treft hiervoor een schikking met zowel Daguerre als met Isidore: zij krijgen beiden een jaarlijks pensioen van 4000 francs.
De nalatenschap van Niépce
Niépce heeft zelf nooit meegemaakt dat fotografie een groot succes werd. Toch vormt zijn heliografie het fundament waarop Daguerre verderbouwt.
Zijn experimenten zijn bovendien van grote betekenis voor de verdere ontwikkeling van de fotografie. Niépce heeft niet alleen gezocht naar een manier om een beeld vast te leggen, maar ook naar manieren om afbeeldingen te reproduceren. Hij experimenteerde daarvoor met uiteenlopende materialen en technieken.
Zijn naam raakt na zijn dood lange tijd op de achtergrond, maar wordt in de loop van de 19e en 20e eeuw steeds nadrukkelijker verbonden met het ontstaan van de fotografie.
Tegenwoordig wordt Niépce algemeen beschouwd als de maker van de eerste blijvende fotografische afbeelding. Het Musée Nicéphore Niépce in Chalon-sur-Saône noemt zijn heliografieën de eerste foto’s.
Abel Niépce
In 1847 ontdekt Abel Niépce, de neef van Nicéphore, een manier om papier te vervangen door glas. Dit maakt het negatief scherper. Soms zelfs te contrasterend. Door deze uitvinding worden opticiens er opnieuw toe aangezet om nog efficiëntere lenzen te ontwikkelen.
Maison en Musée Nicéphore Niépce
Wie meer over Niépce wil weten, kan in de omgeving van Chalon-sur-Saône letterlijk in zijn voetsporen treden.
In Saint-Loup-de-Varennes staat het voormalige familielandgoed Le Gras, waar Niépce woonde en experimenteerde en waar hij zijn beroemde Point de vue du Gras maakte.
In Chalon-sur-Saône bevindt zich het Musée Nicéphore Niépce, dat volledig gewijd is aan de geschiedenis van de fotografie. Een belangrijk object in de collectie is de reconstructie van de camera obscura waarmee Niépce zijn experimenten uitvoerde. Het museum laat niet alleen de uitvinding van Niépce zien, maar vertelt de ontwikkeling van de fotografie vanaf de eerste experimenten tot aan de digitale fotografie.
Het museum beschikt over een omvangrijke collectie foto’s, camera’s en andere voorwerpen uit de geschiedenis van de fotografie.
Musée Nicéphore Niépce
28 quai des Messageries
71100 Chalon-sur-Saône
https://www.museeniepce.com
Maison Nicéphore Niépce
2 rue Nicéphore Niépce,
71240 Saint-Loup-de-Varenne
https://bicentennial-of-photography.org
Route de la photo: in de voetsporen van Nicéphore Niépce
De omgeving van Chalon-sur-Saône is nauw verbonden met het leven en werk van Nicéphore Niépce. Op initiatief van het Maison Nicéphore Niépce in Saint-Loup-de-Varennes is daarom de Route de la photo ontstaan. De route verbindt verschillende plaatsen die herinneren aan Niépce, zijn uitvindingen en de beginjaren van de fotografie. Zo kun je in zijn voetsporen een deel van de Bourgogne ontdekken en de geschiedenis van de fotografie volgen op de plaatsen waar zij begon.
De eerste etappes en installaties van de route zijn aangelegd in Saint-Loup-de-Varennes, het dorp waar Niépce zijn belangrijkste eerste experimenten uitvoerde. Langs de route staan speciale statieven waarop je je eigen camera kunt plaatsen, gericht op het monument of de plek die je wilt fotograferen. De eerste vijf statieven bevinden zich in Saint-Loup-de-Varennes. In afwachting van de plaatsing van de overige statieven zijn de locaties langs de route op een interactieve kaart aangegeven.
2 videos over het leven en uitvindingen van Nicéphore Niepce
bronnen
meest recente blogs zuidbourgogne.nl
Op ontdekkingstocht door CLUNY III
De wijnoogst van 2026: vroeg, droog en veelbelovend
Van abdij naar paardenstal: de geschiedenis van de stallen van Cluny
Saint-Quentin in Bray: de kerk waar een schat gevonden is
Cluny, 11 augustus 1944: strijd, bombardement en bevrijding
Lys: een dorp van kunst en ambacht
Chevalier d’Éon: deel 2
Chevalier d’Éon: de Bourgondiër die een heel continent wist te misleiden
Berzé-le-Châtel: de stenen schildwacht van Cluny
De man die alles wilde begrijpen: Leonardo da Vinci in Lab71 in Dompierre-les-Ormes
Een kosmisch duel tekent het landschap van Zuid-Bourgondië