Puley

Saint-Christophe du Puley: het verhaal van een verlaten priorij

Wie via de slingerende landweg naar Le Puley rijdt, ziet de oude muren al van verre oprijzen.
De muren lijken deels door de natuur te zijn teruggenomen en de openingen waar ooit ramen zaten,
tonen de kwetsbaarheid van het gebouw.

Nu een ruïne, maar wat zou het ooit geweest zijn?
In de overblijfselen van deze kerk is genoeg te zien en te lezen om te ontdekken wat dit geweest is:
de priorijkerk Saint-Christophe van le Prieuré du Puley.

Wat nu een ruïne in een stille vallei is,
was ooit het hart van een kleine Cluniacenser priorij,
gebouwd tussen ongeveer 1110 en 1150, in een tijd waarin romaanse architectuur zijn hoogtepunt bereikt.
De Saint-Christophe du Puley is een ruïne die een romaanse tijdslaag blootlegt. 

In de zomer worden soms kleine concerten of lezingen gehouden in de overdekte noordbeuk.

Puley

Christophe de Lycie, heilige uit Klein-Azië

De kerk is gewijd aan de heilige Christoffel, patroon van reizigers, zijn naam betekent ‘drager van Christus’.

Je kunt de goed gerestaureerde resten van de kerk zo binnenlopen, de deur in de poort is open en de muren van de kerk staan nog steeds overeind staan, maar de gewelven zijn grotendeels verwoest.
Ondanks haar huidige staat blijft de oorspronkelijke vorm zo helder zichtbaar dat het lijkt alsof je door een driedimensionale schets wandelt.

Loop rustig rond, begin bij de westgevel om de Lombardische banden te bewonderen, ga vervolgens via de noordbeuk naar het koor om het afleesbare metselwerk en de calvarie te zien.

Puley
Puley
Puley
Puley
chevet van de priorijkerk
Puley
chevet van de priorijkerk
Puley
restanten klokkentoren (foto: Cees van Halderen)
Puley
westgevel

Een romaanse kerk van uitzonderlijke zuiverheid

De kerk is gebouwd in het eerste deel van de twaalfde eeuw, tussen circa 1110 en 1150, in de hoogtijdagen van de romaanse bouwkunst.
De noordelijke zijbeuk is het enige deel dat nog deels overdekt is en de apsis en absidiolen staan verrassend intact. Door het open dak valt licht direct op het metselwerk en de plattegrond, waardoor het gebouw zich als een driedimensionale tekening ontvouwt: muren, pijlers en bogen schetsen nog altijd de oorspronkelijke ruimte.

Aangezien de kerk sinds de constructie nauwelijks is verbouwd, zijn de vele romaanse kenmerken nog duidelijk zichtbaar:

  • Dikke buitenmuren van lokaal gesteente met kleine rondboogramen met dubbele uitkraging per travee.
  • De kerk, goed georiënteerd, bestaat uit een schip met drie traveeën en twee zijbeuken, de noordelijke zijbeuk is het best bewaard gebleven.
  • Het transept steekt nauwelijks uit, maar toont nog altijd de trompen waarop de vieringskoepel rustte. 
  • In het koor, een van de oudste delen, zijn de halfronde apsis en absidiolen uitstekend bewaard. De cul-de-four is zorgvuldig gemetseld en laat het vakmanschap van de bouwers zien.
  • De westgevel is versierd met Lombardische banden en boogfriezen die rusten op modillons. 

  • De ronde archivolt van het toegangsportaal is nog intact. 
  • Op de oostzijde bevindt zich een opvallend kruisvormig venster, een zeldzaam romaans detail dat in de Rhônevallei vaker voorkomt.
Puley
Puley

Afmetingen

De priorijkerk was ca. 21,30 meter lang en 11,80 meter breed en ongeveer 25 meter hoog (tot aan de punt van de voormalige toren). 

In de ruïne is de plattegrond nog uitstekend afleesbaar: muren, pijlers en bogen schetsen de oorspronkelijke volumes.
Bovendien geeft de hier tentoongestelde maquette een goed inzicht in de oorspronkelijke kerk.

Puley
Puley

Het leven in de priorij

De priorij wordt aanvankelijk bewoond door vrije kanunnikessen, later benedictinessen; de nonnen zijn voornamelijk adellijke jonge vrouwen en weduwen van lokale seigneurs. De gemeenschap leeft volgens de Regel van Benedictus, waarin gebed en arbeid elkaar afwisselen, Ora et Labora.

Het Romeinse brevier wordt dagelijks gebeden op de zeven canonieke uren, prime, terts, sext, none, vespers, completen en metten, afgewisseld met twee maaltijden en arbeid, gevolgd door een korte ontspanning. Dit alles in een geest van toewijding aan God. De priorij staat onder geestelijke leiding van een priester benoemd door de abt van Cluny.

In de loop van de tijd verslapt de strikte naleving van de Regel, maar aan het begin van de zeventiende eeuw brengt de overste van Lancharre, Marie du Blé d’Uxelles, opnieuw strenge discipline. Deze abdis bracht eerder al de priorij van Lancharre terug naar strenge naleving van de Regel. De gemeenschap van Puley raakt steeds nauwer verbonden met de abdij van Lancharre, wat in 1263 al formeel was vastgelegd.

Vanaf 1615 verkrijgt de overste van Lancharre toestemming van de bisschop van Chalon, Cyrus de Thiard, om de gemeenschappen van Le Puley en Lancharre samen te voegen.

Verval, onveiligheid en verlatenheid

De priorin van Le Puley, Constance du Blé, stelt het ernstige verval en de onveiligheid van de gebouwen vast. De nonnen moeten het complex verlaten en verhuizen in 1636 naar Chalon. Na hun vertrek verslechtert de toestand van de gebouwen van de priorij verder. De Franse Revolutie brengt de verkoop van kerkelijke goederen en laat het liturgisch meubilair verdwijnen.

Na de dramatische ineenstorting van de achthoekige klokkentoren in 1877 blijft het gebouw decennialang verwaarloosd. Deze val vernietigt twee traveeën van het schip, het tongewelf en bijna de gehele zuidelijke zijbeuk. 

Tot aan de twintigste eeuw gaat het verval door en rond 1969 is het gebouw nauwelijks nog toegankelijk vanwege het vele puin.

Een kerk die haar geschiedenis toont

Ondanks het verlies van dak en gewelf is de opzet van de kerk nog goed afleesbaar. De plattegrond blijft helder door muren, pijlers en bogen die de oorspronkelijke volumes schetsen. De vloer bestaat uit steen, gras en mos en de open hemel maakt deel uit van het interieur.

Wat Le Puley bijzonder maakt, is zijn architecturale zuiverheid. Omdat de kerk na de bouw nauwelijks is verbouwd, toont ze nog de klassieke elementen van de romaanse stijl.

De noordelijke zijbeuk heeft nog een kruisgewelf op dubbele bogen, terwijl in de eerste travee van het schip een spits tongewelf is bewaard gebleven.

Het interieur is sober, met weinig losse objecten. Opvallend is de calvarie in het koor: Christus aan het kruis en de Maria met Kind, rug aan rug geplaatst, vermoedelijk uit de vijftiende of zestiende eeuw. Het is een van de weinige tastbare herinneringen aan de devotie die hier eeuwenlang aanwezig was.

Naast de kerk bestond de priorij oorspronkelijk uit verschillende gebouwen, zoals slaapzalen en werkruimtes, die het monastieke leven ondersteunden. Deze zijn verdwenen, maar maakten ooit deel uit van het geheel.

Puley
Maria met Kind
Puley
Maria met Kind (foto: Cees van Halderen)
Puley
kruisbeeld met Jezus

Herontdekking en behoud in de twintigste eeuw

Na de dramatische ineenstorting van de toren in 1877 blijft het gebouw decennialang verwaarloosd.

De redding van Saint-Christophe begint in 1968, wanneer de eigenaar van het kasteel van Le Puley, Sermage, de Vereniging Sauvegarde et mise en valeur du prieuré du Puley opricht. Zijn zoon Denis zet dit werk voort. Met hulp van vrijwilligers van de chantiers REMPART is het puin geruimd, metselwerk gestabiliseerd en zijnpaden aangelegd om het terrein toegankelijk te maken.

De aanpak richt zich op consolidatie, niet op reconstructie, zodat de ruïne zijn historische leesbaarheid behoudt.

Op 30 januari 1973 wordt de kerk als Monument historique ingeschreven, waarmee zij officieel erkend werd als erfgoed van nationaal belang.

Wat er nog overeind staat:

  1. De muren van de drie beuken:
  • De noordmuur,  inclusief bogen en steunberen, is grotendeels intact.
  • De zuidmuur is deels ingestort, maar de bogen tussen de middenbeuk en de zijbeuk zijn nog goed zichtbaar.
  • De westgevel (ingang) staat nog, inclusief het eenvoudige portaal met halfronde boog.
  • In de muren zijn nog goed herkenbare romaanse ramen (kleine, halfronde openingen).
  1. De koorpartij en apsis:
  • Het koor met zijn centrale apsis is opmerkelijk goed bewaard.
  • De twee zijkapellen (absidiolen) aan weerszijden zijn nog zichtbaar in de plattegrond en deels in opgaande muren.
  • Binnenin de apsis kun je de originele romaanse muurdecoratie nog onderscheiden:
  • Rondbogen met zuiltjes;
  • Enkele kapitelen (zuilhoofdstukken) met eenvoudige blad- of diermotieven.
  1. De boogstructuren:
  • Drie grote scheibogen tussen midden- en zijbeuken staan nog, hoewel zonder gewelven erboven.
  • Aan de kruising met het transept (het dwarsschip) zie je nog de beginselen van de vieringtoren, die in 1877 is ingestort; alleen de onderste pijlers bestaan nog.
  1. De binnenruimte / vloer:
  • Geen dak: je staat grotendeels in de openlucht, de hemel is zichtbaar waar vroeger het gewelf was.
  • De vloer bestaat uit onregelmatige stenen, met gras en mos ertussen.
Puley
noorder zijbeuk
Puley
zicht op westgevel met portaal
Puley
apsis met kruisraam

Wat verdwenen is:

  • De achthoekige klokkentoren (ingestort in 1877).
  • De oorspronkelijke dakstructuur en gewelven.
  • Grote delen van de zuidelijke zijbeuk en het transept.
  • Alle interieure afwerking, zoals altaar, beelden, en meubilair (verloren sinds de Franse Revolutie).

Wat gerestaureerd is:

  • De noordmuur en delen van de westgevel zijn opnieuw gemetseld en geconsolideerd.
  • Een nieuwe houten dakrand beschermt de noordbeuk.
  • Er is een kleine houten deur geplaatst in het portaal, vooral voor veiligheidsredenen.
  • De verhouding van volumes is nog goed voelbaar: je kunt duidelijk zien waar de beuken liepen, waar het koor was en hoe het gebouw zich verhief.
Puley
westmuur met ingang en zicht op de oostmuur met apsis (foto: Cees van Halderen)
huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?