De abdij van Cluny, gesticht in 910 in Bourgondië, groeit in de Middeleeuwen uit
tot het centrum van een ongeëvenaard kloosternetwerk in Europa.
Honderden priorijen en afhankelijke kloosters staan onder haar gezag.
Om dit uitgestrekte geheel efficiënt te besturen,
ontwikkelt Cluny een hiërarchisch systeem waarin doyennés (decanaten) een sleutelrol spelen.
Zij zorgen voor verdediging, voedsel en onderdak.
Samen vormen de decanaten een beschermende en voedende ring rond de abdij
en zijn de stille motor achter de macht en rijkdom van Cluny.
Wat was een decanaat?
Een decanaat was een bestuurlijke eenheid die meerdere landbouwdomeinen, boerderijen of pachthoeves, kleinere priorijen en soms zelfs hele dorpen omvatte.
Aan het hoofd stond een doyen (decaan), een ervaren monnik, benoemd door de abt van Cluny, die rechtstreeks aan hem verantwoording moet afleggen over opbrengsten, voorraden en administratie, een middeleeuws controlesysteem dat verrassend modern aandoet.
Opvallend is hoe praktisch het netwerk is ingericht. De decanaten mogen niet verder dan een halve dag reizen van de abdij liggen, zodat de doyen wekelijks in Cluny kan rapporteren.
Plaatsen als Bezornay, Mazille, Lourdon, Cotte, Boutavant, Sercy, Chazelle, Jalogny, Saint-Hippolyte, Malay en Grange Sercy maken deel uit van het netwerk van decanaten. De priorij Saint-Hippolyte heeft een interessante geschiedenis. Je kunt de ruïne nog steeds bezoeken.
Van Gallo-Romeinse domeinen tot kloosterlandschap
Veel decanaten ontstaan op voormalige Gallo-Romeinse landgoederen die na de Frankische invallen onder controle van Cluny komen. Ze worden omgevormd tot hermitages, landbouwschuren of volwaardige decanaten.
Percelen, wegen en domeingrenzen rond Cluny volgen vaak nog de indeling van Romeinse villa’s. Het huidige landschap is dus deels gebaseerd op Romeinse structuren van bijna 2000 jaar oud.
Een slim georganiseerd kloosterrijk
Dankzij de decanaten functioneert Cluny als een perfect georganiseerde onderneming avant la lettre. Dit systeem maakte het mogelijk dat de abdij uitgroeit tot:
- Het grootste kloostercomplex van Europa
- Een spiritueel centrum van internationale allure
- Een economische grootmacht
De viervoudige functie van een doyenné
- Voedselvoorziening
- Strategische bescherming en verdediging in onrustige tijden
- Systematische controle over uitgestrekte bezittingen van de abdij
- Onderdak voor werkende monniken
Het decanaat was zo een kleine, zelfstandige gemeenschap binnen het grote Cluniacenzer netwerk.
1) voedselvoorziening
De decanaten leverden het grootste deel van het voedsel voor de abdij, zoals graan, vis en wijn, evenals wol voor kleding.
Het leer dat uit de decanaten komt, gaat naar het scriptorium van Cluny, waar handgeschreven Bijbels, kronieken en theologische werken worden vervaardigd. Veel middeleeuwse manuscripten in Europese bibliotheken danken hun bestaan indirect aan deze landbouwposten.
Een klooster draait op strakke logistiek
Onder abt Pierre le Vénérable (1122–1156) wordt een slim bevoorradingssysteem ingevoerd: het mesaticum.
Elke doyenné moet gedurende één vaste periode per jaar instaan voor de voedselvoorziening van de abdij. Dankzij het systeem van het mesaticum weet de abdij precies welke maand, welk decanaat, welk voedsel moet leveren.
2) Strategische bescherming
Naast voedselvoorziening hebben de doyennés ook een strategische functie. Samen vormden zij een beschermende ring rond de abdij.
Sommige decanaten lagen op vlak terrein (zoals Malay) en zijn vooral landbouwcentra. Anderen, zoals Bezornay, liggen hoog en dienen als uitkijkpost en verdedigingspunt. Het netwerk is bewust strategisch opgebouwd.
3) Systematische controle
Via de decanaten houdt de abdij nauwkeurig toezicht op haar landerijen, inkomsten en voorraden, zodat het enorme netwerk efficiënt en centraal bestuurd kan worden.
4) Verblijf voor werkende monniken
Monniken die op de akkers of in de bossen werken, kunnen niet dagelijks terugkeren naar Cluny. Zij verblijven in de decanaten in eenvoudige woonvertrekken met opslagruimtes en werkplaatsen.
Ook reizende monniken vonden hier onderdak voor de nacht.
Berzé-la-Ville: direct onder de abdij
Vanuit de priorij Berzé-la-Ville was Cluny goed te bereiken via een pad langs de heuvel: eerst omhoog richting Berzé-le-Châtel, vervolgens over de bergkam en daarna afdalend naar de vallei van de rivier de Grosne. Het huidige pad volgt grotendeels nog het tracé van deze middeleeuwse route. Je loopt hier letterlijk in de voetsporen van monniken.
De meeste decanaten worden bestuurd door een doyen. Maar in Berzé-la-Ville kiest abt Hugues de Semur voor een andere beheervorm: de priorij valt rechtstreeks onder toezicht van de abdij, een teken van het bijzondere belang van deze plek voor Cluny. Dit toont ook hoe flexibel en doordacht het systeem was.
Bezornay: een decanaat met een drievoudige rol
Een mooi voorbeeld van een veelzijdig decanaat is Bezornay, gelegen op een hoog punt in het bourgondische landschap, niet ver van Cluny. In de late Middeleeuwen speelt Bezornay een belangrijke rol in het economische leven van de abdij en vervult het drie functies:
Verdediging van de abdij
Dankzij zijn hooggelegen positie biedt Bezornay een uitstekend uitzicht over de omliggende vallei. Vanuit deze natuurlijke uitkijkpost kunnen de monniken mogelijke dreigingen vroegtijdig signaleren.
Bevoorrading van de monniken
Bezornay is verantwoordelijk voor de bevoorrading in de maand augustus, met uitzondering van de laatste acht dagen. Het levert haver, tarwe, rogge en hout.
Woonfunctie
Dit decanaat bezit eenvoudige verblijven voor monniken, opslagruimtes en voorzieningen voor het dagelijks leven.
Saint-Hippolyte: graan en hout voor de abdij
Het decanaat Saint-Hippolyte is geheel afhankelijk van Cluny en heeft als voornaamste functie de bevoorrading van levensmiddelen voor de honderden personen die in en rond de abdij van Cluny leven. De monniken verbouwen verschillende graansoorten en leveren hout aan de abdij. Ook de opbrengst van de aangelegde wijngaarden is ook grotendeels voor Cluny.
De stille sporen van decanaten vandaag
Hoewel van veel decanaten nauwelijks nog gebouwen overeind staan, is het landschap grotendeels intact. Je herkent het systeem nog in hooggelegen uitkijkpunten, ruïnes, open landbouwvlaktes en kleine hermitages.
Ook de dorpsstructuren, straatnamen, oude routes en perceelgrenzen verwijzen in grote lijnen nog steeds naar het middeleeuwse systeem.
Wie vandaag door deze rustige regio reist, wandelt eigenlijk door een eeuwenoud logistiek netwerk dat ooit de grootste abdij van Europa voedde en beschermde.
Bezichtig, wandel of fiets in de geest van Cluny
Combineer een bezoek aan de abdij met een wandeling over een deel van de ban sacré, of fietstocht langs decanaten als Bezornay, Malay en Berzé-la-Ville. Deze laatste heeft bovendien prachtige fresco’s in de kapel.
De verschillende liggingen en uitzichten maken duidelijk waarom juist deze plekken zo’n sleutelrol speelden:
zo zie je rond Malay open vlaktes van voedselproductie en kun je in Bezornay nog delen van de oude doyenné vinden. Neem bij Bezornay de tijd om uit te kijken over de vallei, het uitzicht verklaart meteen waarom deze plek zo strategisch was.
bronnen
de foto’s van de kapel van Bezornay komen, met toestemming, uit het archief van Cees van Halderen
Clunypedia, online encyclopedie over de abdij van Cluny
Sites clunisiens en Europe
Bourgogne sacrée; Benoit Vochelet
To Be the Neighbor of Saint Peter: The Social Meaning of Cluny’s Property; Barbara Rosenwein
meest recente blogs zuidbourgogne.nl
De decanaten van Cluny: verborgen schakels in een middeleeuws machtsnetwerk
Église Saint-Pierre: barokke pracht in Chalon-sur-Saône
Saint-Vincent van Chalon-sur-Saône: de kathedraal die haar kleuren hervond
Chalon-sur-Saône: een stad die blijft verrassen
Château Pontus de Tyard: geboorteplaats van een renaissancedenker
Pontus de Tyard: de dichter die de hemel wilde begrijpen
Cirque du Bout du Monde: het keteldal aan het einde van de wereld
Hugues de Semur: architect van het middeleeuwse Cluny
Saint-Christophe du Puley: het verhaal van een verlaten priorij
Mont Grémoi: een wandeling over graniet, bronnen en tijd
Chapaize: een dorp tussen heuvels, bossen en eeuwenoude wegen