Anzy-le-Duc

Anzy-le-Duc, romaanse kerk met de eeuwenoude crypte

Midden in het landschap van de Brionnais ligt Anzy-le-Duc,
met een romaanse kerk die al van verre herkenbaar is aan haar achthoekige klokkentoren. 

De Notre-Dame-de-l’Assomption maakt deel uit van een middeleeuws priorijcomplex
waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 9e eeuw. 

Binnen kom je verschillende aspecten van de romaanse kunst tegen
een rijk gebeeldhouwd westportaal, tientallen bijzondere kapitelen, middeleeuwse fresco’s
en een crypte die waarschijnlijk rond het jaar 1000 werd gebouwd.

Verscholen tussen glooiende heuvels ligt in de vallei van de Arconce
een van de mooiste romaanse kerken van de regio.

Anzy-le-Duc

Priorij de la Sainte-Trinité

De geschiedenis van de priorij begint bij de abdij Saint-Martin d’Autun. In 876 schenken Lethbald en Altasie hun domein in Anzy aan de benedictijnse monniken. Rond 900 komt Hugues de Poitiers, de monnik uit Saint-Martin d’Autun, naar Anzy om er een priorij uit te bouwen, Hugues is een vriend van Berno, de abt van Cluny. 

In de 10e eeuw krijgt de abdij van Cluny eveneens bezittingen in Anzy. Via een schenking komen in 972 verschillende bezittingen in Anzy en Baugy in handen van Cluny. De priorij zelf blijft echter verbonden met Saint-Martin d’Autun. 

Zo raakte Anzy in de 10e eeuw verbonden met zowel Saint-Martin d’Autun als de abdij van Cluny, twee belangrijke benedictijnse centra in Bourgondië.

De band met Cluny kreeg later vooral een culturele en artistieke betekenis. De bouw en beeldhouwkunst van Anzy vertonen duidelijke verwantschap met Cluny. In het begin van de 12e eeuw werkten in Anzy beeldhouwers die eerder aan de grote abdijkerk van CLUNY III hadden gewerkt. 

Van de voormalige priorij zijn verschillende onderdelen bewaard gebleven. Bij de oude toegang staat de Tour de la Justice, een grote vierkante toren die deel uitmaakte van de ommuring. De naam verwijst naar de gerechtelijke bevoegdheden van de prior. In de toren zijn twee romaanse openingen uit de 12e eeuw zichtbaar. De voormalige priorwoning dateert in haar huidige vorm uit de 16e en 17e eeuw.

Boven de toegangspoort van de donjon bevindt zich een bijzonder romaans timpaan, dat rond 1120 werd gebeeldhouwd. Het toont de Aanbidding van de Wijzen en de verleiding van Adam en Eva in het paradijs. De latei onder het timpaan verbeeldt het Laatste Oordeel.

Achter de kerk zijn resten van de voormalige kloostergebouwen en een tuin bewaard gebleven. Samen met de Tour de la Justice, de priorwoning en de beeldhouwkunst bij de toegang geven deze overblijfselen een indruk van het middeleeuwse priorijcomplex dat hier ooit lag.

timpaan van de priorij
Anzy-le-Duc


De geschiedenis van de priorij en die van de kerk zijn nauw met elkaar verbonden. In de loop van ruim twee eeuwen maakt de eerste kerk plaats voor grotere en complexere gebouwen, totdat de romaanse kerk ontstaat die we nu kennen.

Drie kerken op één plek

ANZY I: de eerste kerk

De geschiedenis van de kerk gaat terug tot de Karolingische tijd. In het jaar 876 schenken Lethbald en zijn vrouw Altasie hun domein, in de bronnen aangeduid als Enziacum, aan de abdij Saint-Martin d’Autun. Daarmee ontstaat de basis voor een monastieke vestiging in Anzy-le-Duc.

Archeologen noemen de eerste kerk ANZY I. Over de architectuur is vrijwel niets bekend; het gebouw is volledig verdwenen. De kerk dateert waarschijnlijk uit het einde van de 9e of het begin van de 10e eeuw.

De gunstige ligging en de naam Enziacum hebben geleid tot de veronderstelling dat de plek al eerder werd bewoond. Er zijn aanwijzingen voor oudere bewoning van het terrein, maar een Romeinse villa op precies deze plaats kan niet met zekerheid worden aangetoond.

ANZY II: een grotere romaanse kerk

In de 10e eeuw of het begin van de 11e eeuw maakt ANZY I plaats voor een tweede kerk, ANZY II. Van deze voorganger bleef later een deel van het schip bestaan. De precieze vorm en omvang van ANZY II zijn niet volledig bekend.

Een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van Anzy volgt met Hugues de Poitiers. Deze monnik van Saint-Martin d’Autun komt rond 900 naar Anzy. Hugues de Poitiers, ook bekend als Hugues d’Anzy, wordt geboren in Poitiers en speelt een belangrijke rol in de monastieke hervormingen van de 9e en 10e eeuw, met name binnen de benedictijnse orde. Hij is een goede vriend van Berno van Cluny, de eerste abt van het beroemde benedictijnenklooster van Cluny.

Tijdens zijn leven trekken al veel mensen naar Anzy-le-Duc om zijn gebeden te vragen, er worden verschillende wonderen aan hem toegeschreven. Tot aan zijn dood in het jaar 930 blijft hij prior van het klooster in Anzy. Hij is begraven in de crypte van de priorijkerk van Anzy-le-Duc. Na zijn overlijden rond 930 groeit zijn graf uit tot een plaats van verering. 

In 1001 worden de relieken van Hugues plechtig overgebracht en krijgt zijn graf een nieuw monument. Zijn verering trekt steeds meer pelgrims naar Anzy. In de loop van de 11e eeuw wordt de kerk aangepast aan deze groeiende betekenis van de priorij als bedevaartsoord. Rond 1070–1090 krijgt het oostelijke deel een nieuwe vorm, met een crypte, transept en koor met vijf geschakelde apsissen. Deze bouwfase vormt het begin van ANZY III. 

ANZY III: de geleidelijke voltooiing van de kerk

De bouw van ANZY III verloopt niet in één bouwcampagne. De oude middenbeuk van ANZY II blijft aanvankelijk behouden, terwijl het oostelijke deel van de kerk volledig wordt vernieuwd. Pas aan het begin van de 12e eeuw maakt ook de oude middenbeuk plaats voor de huidige romaanse middenbeuk met twee zijbeuken.

De plattegrond van de Notre-Dame-de-l’Assomption heeft de vorm van een Latijns kruis. Het lange schip met zijn zijbeuken wordt onderbroken door een sterk uitspringend transept. Vanuit de apsis en de beide armen van het transept ontstaan vijf kleine, parallelle kapellen. Samen vormen zij de karakteristieke oostpartij van de romaanse kerk.

Daarna volgt de uitbreiding naar het westen. Eerst komt het grootste deel van het schip tot stand. Vervolgens worden aan de westzijde twee traveeën toegevoegd en krijgt de kerk haar monumentale westgevel. In dezelfde bouwfase verrijst de achthoekige klokkentoren, met zijn karakteristieke romaanse boogfriezen.

Het schip krijgt kruisgewelven en wordt door kruisvormige pijlers in vijf traveeën verdeeld. De verschillende bouwfasen zijn nog altijd in het gebouw af te lezen: oudere en nieuwere delen sluiten op elkaar aan, terwijl veranderingen in de architectuur laten zien hoe het bouwproject zich in de loop van tientallen jaren ontwikkelde. De beeldhouwkunst sluit daarbij aan op de grote ontwikkelingen in de Bourgondische romaanse kunst. De beeldhouwers die aan delen van het westelijke schip en het portaal werkten, worden in verband gebracht met de beeldhouwkunst van Cluny III.

Zo ontstond geleidelijk de kerk die er nu staat: ANZY III, geen gebouw dat in één keer werd opgetrokken, maar het resultaat van opeenvolgende bouwcampagnes waarin oudere delen werden vernieuwd, uitgebreid en uiteindelijk met een nieuw schip en een monumentale westzijde werden verbonden.

Bijzonder is de combinatie van een groot, met kruisgewelven overspannen middenschip en eveneens kruisgewelfde zijbeuken. De hoge ramen in het middenschip zorgen voor extra licht, maar verzwakken tegelijk de dragende wanden. Voor de bouwers was deze oplossing dan ook constructief riskant. Later krijgt deze bouwtraditie navolging bij andere romaanse kerken in de Brionnais.

De kerk is een kenmerkend voorbeeld van de Bourgondische romaanse bouwkunst en vertoont architectonische verwantschap met belangrijke gebouwen in de omgeving, waaronder de romaanse kerk van Charlieu en CLUNY II. 

Schade en herstel

De kerk kreeg later verschillende zware klappen te verwerken. In 1652 liep het gebouw ernstige schade op door natuurgeweld. Herstel volgde, maar in de 18e eeuw kreeg de kerk opnieuw te maken met ingrijpende vernielingen en plunderingen. Toch bleef een groot deel van de romaanse structuur behouden.

De achthoekige klokkentoren

Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc

De toren is al van verre zichtbaar. Hij staat boven de kruising van schip en transept en bestaat uit drie verdiepingen met decoratieve boogfriezen.

De achtzijdige vorm en de horizontale opbouw zijn opvallend binnen de Bourgondische romaanse architectuur. De decoratie vertoont kenmerken die worden geassocieerd met de Lombardische romaanse bouwtraditie, met name de rijen kleine boogjes.

De toren wordt daarom vaak in verband gebracht met de bouwtradities die vanuit het zuiden en Italië in de romaanse architectuur van Bourgondië werden verwerkt. 

Bijzonder aan de toren is hoe goed de romaanse vorm bewaard is gebleven. Latere gotische toevoegingen ontbreken, waardoor de oorspronkelijke opbouw nog uitzonderlijk goed herkenbaar is.

Samen met het timpaan en het beeldhouwwerk in het interieur vormt de toren een van de herkenbaarste kenmerken van Anzy-le-Duc.

Het romaanse westportaal

Aan de westzijde bevindt zich een van de belangrijkste kunstwerken van de kerk: het romaanse timpaan boven het hoofdportaal. Centraal staat Christus in Majesteit, gezeten op zijn troon in een mandorla die door twee gevleugelde engelen wordt gedragen. De voorstelling verwijst naar Christus die aan het einde der tijden terugkeert om de levenden en de doden te oordelen. 

Rondom Hem zijn de 24 Oudsten van de Apocalyps afgebeeld, de figuren die de apostel Johannes in zijn visioen beschrijft. Met hun kronen, bekers en muziekinstrumenten brengen zij hulde aan Christus.

Het latei onder het timpaan toont de Hemelvaart van Christus, met Maria en de twaalf apostelen. De verschillende onderdelen van het portaal vormen zo samen een samenhangend beeldprogramma, waarin Christus centraal staat en de figuren uit het visioen van Johannes hem omringen.

De 24 Oudsten zijn verdeeld over de onderste archivolt en de vier kapitelen aan weerszijden van het portaal. Vooral deze kapitelen hebben tijdens de Franse Revolutie zware beschadigingen opgelopen. Enkele Oudsten zijn daardoor verloren gegaan, maar het grootste deel van de voorstelling is bewaard gebleven.

Het beeldhouwwerk dateert waarschijnlijk uit het eerste kwart van de 12e eeuw. De stijl vertoont architectonische verwantschap met de romaanse beeldhouwkunst in andere kerken van Bourgondië, waaronder Charlieu en Cluny.. De voorstelling van de 24 Oudsten sluit aan bij de iconografie van de grote romaanse portalen uit deze streek.

Ondanks de beschadigingen geeft het timpaan nog altijd een goed beeld van de rijkdom en kwaliteit van de romaanse beeldhouwkunst in Anzy-le-Duc.

Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc
de latei onder het timpaan: de twaalf apostelen en Maria


Een rijk gebeeldhouwd interieur

Binnen wordt duidelijk hoe rijk de kerk oorspronkelijk was gedecoreerd. In het schip bevinden zich ongeveer veertig gebeeldhouwde kapitelen.

De onderwerpen zijn zeer verschillend. Naast planten- en diermotieven zijn Bijbelse en symbolische voorstellingen te zien. Tot de opvallendste behoren Daniël in de leeuwenkuil, de aartsengel Michaël die de draak bestrijdt en Simson met de leeuw. Ook zijn er minder voor de hand liggende voorstellingen, zoals een acrobaat, een engel die met een demon strijdt en Samson die een leeuw overmeestert..

De beeldhouwers werkten niet alleen met religieuze verhalen, maar gebruikten ook dieren, planten en menselijke figuren om morele en symbolische betekenissen over te brengen.

Het oorspronkelijke romaanse portaal uit de 12e eeuw verdween in de 18e eeuw uit de kerk. De gebeeldhouwde onderdelen zijn echter bewaard gebleven en bevinden zich tegenwoordig in het Musée du Hiéron in Paray-le-Monial. Daar is het oorspronkelijke beeldhouwwerk dus nog altijd te bekijken. 

Een groot deel van het beeldhouwwerk is verwoest of beschadigd tijdens de Franse Revolutie.

Anzy-le-Duc
Onder de daken van de kerk zijn gebeeldhouwde modillons te zien.


De middeleeuwse muurschilderingen

Naast de crypte vormen de 12e-eeuwse fresco’s een van de grootste hoogtepunten van de kerk. Ze behoren tot de oudste nog zichtbare middeleeuwse schilderingen in de regio en geven een bijzonder inkijkje in de religieuze beeldtaal van de romaanse periode.

De schilderingen werden in de 19e eeuw opnieuw ontdekt en tussen 1854 en 1857 gerestaureerd door de schilder Jean-François Maurice. Daarbij zijn sommige delen sterk bijgewerkt of opnieuw geschilderd. De kleuren zijn ingetogen, maar nog altijd herkenbaar: aardetinten, okergeel, roodbruin en grijsblauw bepalen het beeld. 

In de hoofdapsis staat de Hemelvaart van Christus centraal. Christus is afgebeeld in een mandorla, tussen twee engelen. Onder hem staan de twaalf apostelen en drie heilige vrouwen die naar Hem opkijken. 

Daaronder verschijnen de vier symbolen van de evangelisten: de engel van Mattheüs, de stier van Lucas, de leeuw van Marcus en de adelaar van Johannes.

Onder de engel van Mattheüs is Lethbald afgebeeld, de heer van Anzy die in 876 zijn domein aan de monniken van Saint-Martin d’Autun schonk. Aan de overzijde, onder de adelaar van Johannes, staat zijn vrouw Altasie. Het echtpaar is daarmee rechtstreeks verbonden met het ontstaan van de monastieke vestiging in Anzy.

De schilderingen zijn in recente tijd opnieuw gerestaureerd: in 2017 kwamen het koor, de apsis en de absidiolen aan de beurt; in 2022 volgde het transept. Daardoor zijn de middeleeuwse voorstellingen weer beter zichtbaar.

Anzy-le-Duc

Johannes en Johannes

De noordelijke absidiool toont scènes uit het leven van Johannes de Evangelist. Deze fresco’s zijn in de 19e eeuw grotendeels herschilderd, waardoor hier minder van het oorspronkelijke karakter bewaard is gebleven. 

De zuidelijke absidiool is beter bewaard gebleven en toont in acht scènes het martelaarschap van Johannes de Doper.

In recente jaren zijn de fresco’s opnieuw gerestaureerd. Daarbij kwamen de kleuren, contouren en details weer beter naar voren. De restauratie heeft daarmee de leesbaarheid van deze middeleeuwse schilderingen aanzienlijk verbeterd.

Het leven van Johannes: het verhaal wordt van links naar rechts, van boven naar beneden, verteld:

  • Johannes de Doper voor Herodes,
  • Johannes de Doper in de gevangenis,
  • Herodes en Salome,
  • het hoofd van Johannes de Doper wordt naar Salome gebracht,
  • het lichaam van Johannes de Doper wordt opgehaald door twee discipelen,
  • het lichaam van Johannes de Doper wordt door twee metgezellen in een graf gelegd,
  • de Openbaring aan twee monniken
  • het hoofd van Johannes de Doper wordt in een graf gelegd.

Stijl van de fresco's

Wat opvalt aan deze fresco’s is hun stilering en symboliek. Net als in de beeldhouwkunst van dezelfde periode zijn de figuren niet ‘realistisch’, maar gestileerd en strak. De nadruk ligt niet op lichamelijkheid, maar op spirituele aanwezigheid. De gezichten zijn expressief, de gebaren symbolisch, en de setting sober, maar geladen.

Dat deze schilderingen bewaard zijn gebleven, is uitzonderlijk. In veel kerken werden romaanse fresco’s in latere eeuwen overschilderd of verwijderd. Anzy-le-Duc biedt een zeldzame kans om deze oorspronkelijke muurschilderkunst te bewonderen.

Een mozaïek uit het verleden

Bij archeologisch onderzoek in het noordelijke transept zijn fragmenten van marmer aangetroffen die mogelijk deel uitmaakten van een opus sectile. Bij deze techniek worden stukjes marmer in verschillende vormen gesneden en nauwkeurig tegen elkaar gelegd om geometrische patronen te vormen. De vondst kan wijzen op een oudere, rijk gedecoreerde vloer of wandbekleding in de kerk. De precieze datering en oorspronkelijke plaats van deze fragmenten zijn echter niet met zekerheid vastgesteld.

Hedendaags mozaïek

Sinds 2008 heeft de kerk een bijzonder eigentijds kunstwerk bij de toegang tot de crypte.
Het mozaïek, gemaakt door tien mozaïekkunstenaars onder leiding van de Italiaanse kunstenaar Verdiano Marzi, is geïnspireerd op een middeleeuws beeldhouwwerk uit het voormalige portaal van de kerk. 

Aan de ene zijde is de Maagd afgebeeld die het Christuskind de borst geeft; de andere zijde heeft een eigentijdse voorstelling. Het oorspronkelijke romaanse beeldhouwwerk bevindt zich tegenwoordig in het Musée du Hiéron in Paray-le-Monial.

De crypte: het graf van Hugues de Poitiers

De crypte is misschien wel het meest bijzondere onderdeel van de kerk. Ze ligt onder het koor en bestaat uit drie beuken met elk drie traveeën. De ruimte staat in verbinding met het bovenliggende koor en maakte deel uit van de bouw van het romaanse oostelijke gedeelte van de kerk. De gewelven rusten op pijlers; van een oudere zuil is de basis nog zichtbaar.

De datering van de crypte is onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. De meest gangbare datering plaatst de bouw kort na het jaar 1000, waarschijnlijk tussen 1000 en 1030. Die datering sluit aan bij de plechtige overbrenging van de relieken van Hugues de Poitiers in 1001. De architectuur en verschillende kapitelen ondersteunen eveneens een datering in deze periode.

In de crypte bevond zich oorspronkelijk het graf van Hugues de Poitiers, de monnik die rond 900 naar Anzy kwam en een belangrijke rol speelde bij de ontwikkeling van de priorij. Zijn verering trok in de 11e eeuw steeds meer pelgrims naar Anzy. Daarmee kreeg de crypte een belangrijke plaats binnen de religieuze functie van de kerk.

De oorspronkelijke toegang tot de crypte liep via trappen vanuit het transept. Archeologisch onderzoek heeft deze oude toegangen opnieuw zichtbaar gemaakt. Een bijzonder onderdeel is de fenestrella, een klein venster dat de crypte met het koor erboven verbindt. Via deze opening kon licht vanuit het koor in de onderliggende ruimte vallen.

De crypte bevat enkele sporen van latere schilderingen. Van de oorspronkelijke beschildering is weinig bewaard gebleven; een fragment stelt waarschijnlijk een heilige abt, mogelijk Sint-Benedictus, voor. Deze schilderingen dateren vermoedelijk uit de 14e eeuw. De kapitelen en andere bouwsculpturen zijn daarentegen veel ouder en passen bij de vroege datering van de crypte rond 1000–1030.

Archeologisch onderzoek heeft daarnaast aanwijzingen opgeleverd voor een oudere bouwfase of eerdere bebouwing op deze plek. Daardoor kan niet volledig worden uitgesloten dat de huidige crypte een voorgeschiedenis heeft die verder teruggaat. De aard en datering van deze oudere fase zijn echter niet met zekerheid vastgesteld.

De route van de middeleeuwse pelgrims

De crypte maakte deel uit van een route die de pelgrims door de kerk voerde. In ANZY III kwamen zij binnen via de poort van de oude donjon en liepen over de binnenplaats naar de zuidpoort. Vandaar konden zij via een zijbeuk de kerk binnengaan en via een andere trap weer naar boven komen. De kerk verlieten zij vervolgens eveneens via een poort in een zijbeuk, maar nu aan de noordkant.

Deze route is tegenwoordig niet meer af te leggen. De toegang tot de crypte verloopt nu via een andere trap.

Anzy-le-Duc
tombe Hugues de Poitiers

Het verdwenen graf van Hugues

Het graf van Hugues de Poitiers bleef eeuwenlang een belangrijk onderdeel van de crypte, totdat het tijdens de godsdienstoorlogen in 1576 werd geschonden. Zijn stoffelijke resten werden daarbij verbrand en de as verstrooid. Het graf dat zich hier oorspronkelijk bevond, is dus niet langer een graf met zijn stoffelijke resten.

De crypte bleef lange tijd verborgen voor bezoekers. Na de Franse Revolutie kwam zij in particulier bezit en werd de oorspronkelijke toegang vanuit de kerk afgesloten. Vanaf 1989 bracht archeologisch onderzoek de oude toegangen en trappen vanuit het transept opnieuw aan het licht. In 1994 werd de noordelijke toegang hersteld, waardoor de crypte weer vanuit de kerk bereikbaar werd.

Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc
Anzy-le-Duc
het fenestrella van de crypte

Een kerk vol middeleeuwse geschiedenis

De Notre-Dame-de-l’Assomption laat de geschiedenis van Anzy-le-Duc in steen en schilderingen zien. Van de eerste kerk uit de Karolingische tijd tot de romaanse bouwcampagnes van de 11e en 12e eeuw groeide hier een kerk die nauw verbonden was met de ontwikkeling van de priorij en de verering van Hugues de Poitiers. De crypte, de romaanse gewelven, het rijk gebeeldhouwde westportaal en de 12e-eeuwse fresco’s herinneren ieder aan een andere fase van die geschiedenis.

Die combinatie van architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst maakt de kerk bijzonder. Ondanks de beschadigingen en veranderingen die het gebouw door de eeuwen heen heeft ondergaan, is veel van het middeleeuwse karakter bewaard gebleven. Een bezoek aan Anzy-le-Duc laat daardoor niet alleen een fraai romaanse monument zien, maar maakt zichtbaar hoe religie, pelgrimage en bouwkunst hier eeuwenlang met elkaar verbonden waren.

bronnen

Informatieborden van de kerk
Bourgondië, kunst-landschap-architectuur; Toman, Laule en Bednorz
Sites et monuments remarquables de Saône-et-Loire; Philippe Ménager
Die burgundische Prioratskirche von Anzy-le-Duc — Matthias Hamann
Saône-et-Loire. Église d’Anzy-le-Duc, accès à la crypte — Christian Sapin
Congrès archéologique de France, 2010 — Société française d’archéologie
Église Notre-Dame-de-l’Assomption d’Anzy-le-Duc — Ministère de la Culture, Base Mérimée
Ensemble de peintures murales de l’église d’Anzy-le-Duc — Ministère de la Culture, Base Palissy
L’église de l’Assomption d’Anzy-le-Duc — Diocèse d’Autun / Nominis
Église d’Anzy-le-Duc — Les Chemins du Roman en Bourgogne du Sud

https://bourgognemedievale.com/

De foto’s op deze pagina komen uit het archief van Cees van Halderen

meest recente blogs zuidbourgogne.nl

huis in bourgogne

Huis huren?

Geïnteresseerd in een vakantiehuis in deze omgeving?