Het Lavoir des Chavannes is een zogenaamd lavoir à charbon,
een voormalige kolenwasinstallatie, gelegen in Montceau-les-Mines.
Het lavoir werd gebouwd voor de verwerking van steenkool uit de kolenmijnen van Blanzy
en vormt vandaag de dag een indrukwekkend symbool van het rijke mijnverleden van de regio.
Dankzij zijn spectaculaire industriële architectuur, een mix van beton, staal, baksteen en de kenmerkende zaagtanddaken (sheds),
staat het gebouw ook wel bekend als een ‘industriële kathedraal’.
Het is een van de symbolen van het mijnverleden van Montceau‑les‑Mines,
getuigend van een tijd wanneer kolenindustrie de motor was van de lokale economie.
De kolenmijnen van Blanzy / Montceau-les-Mines
Hoewel de kolenmijnen in dit gebied al sinds de Middeleeuwen worden geëxploiteerd, begint de industriële mijnbouw in de 19e eeuw en liep deze door tot 1992 (ondergronds) en vanaf 2000 met dagbouw.
In dit blog lees je meer over de mijnindustrie in Montceau-les-Mines en Blanzy.
Korte geschiedenis van het lavoir des Chavennes
De bouw van het lavoir begint in 1923, met als doel het efficiënt verwerken van steenkool uit de regio. Tussen 1927 en 1930 komen de eerste acht waslijnen in gebruik. Bij de opening is het de grootste kolenwasserij van Europa, met een capaciteit van maar liefst 1.000 ton steenkool per uur.
Het complex beslaat zo’n 32 hectare en de installatie, verdeeld over drie verdiepingen, heeft een oppervlakte van circa 8.000 m².
Constructie en opbouw
De plannen worden ontworpen door het ingenieursbureau Considère-Pelnard-Caquot, bekend van onder meer de Darcy-dam en de thermische centrale van Lucy.
De bouw begint in 1923 met de fundering, het gebouw wordt geleidelijk uitgerust met machines voor het wassen, zeven en sorteren van steenkool. De structuur bestaat uit gewapend beton, met een metalen skelet en bakstenen vullingen.
Het dak bestaat uit een structuur van staal en baksteen, met typische zaagtandvormige daklijnen (crescente sheds) voor lichtinval en een verhoogd middendeel voor een kraanbrug.
De plannen werden ontworpen door het ingenieursbureau Considère-Pelnard-Caquot. De bouw begon met een gewapend betonnen fundering. De structuur bestaat uit een metalen skelet met bakstenen vullingen, het dak is uitgevoerd in staal en baksteen.
De typische sheds (zaagtandvormige daklijnen) zorgen voor natuurlijk licht en in het verhoogde middendeel is een kraanbrug geïntegreerd.
Het gebouw kent drie functionele niveaus:
- één voor het aanvoeren van steenkool;
- één voor het wassen van de kolen;
- één voor het afvoeren van het eindproduct.
Het wassen vervangt de manuele sortering
Tot halverwege de 19e eeuw is de steenkool handmatig gesorteerd; door de mijnwerkers ondergronds, door vrouwen bovengronds en door de zogenoemde trieuses (sorteersters). Vrouwen mochten niet onder de grond werken, kinderen vanaf 14 jaar echter wel.
Met een kolenwasserij (lavoir) kon dit proces worden gemoderniseerd: door gebruik van water wordt steenkool gescheiden van steengruis op basis van dichtheid: steenkool drijft, stenen zinken.
Modernisering in de 20e eeuw
Met de opkomst van mechanisatie in de mijnbouw ontstaat de noodzaak om moderne, efficiëntere behandelingsinstallaties te bouwen. In de jaren 1950 wordt het lavoir intern gemoderniseerd. Door toenemende mechanisatie in de mijnbouw ontstond behoefte aan efficiëntere verwerkingsinstallaties. Het Lavoir des Chavannes is vanaf dat moment het centrale sorteerstation voor de hele regio.
Tussen 1989 en 1994 volgt verdere automatisering en de fabriek blijft tot november 1999 actief.
Strategische ligging
De locatie van het lavoir was zorgvuldig gekozen, met het oog op:
- de nabijheid van Montceau;
- het Canal du Centre, waarmee gewassen steenkool kon worden afgevoerd;
- nabijheid van de centrale thermische centrale van Lucy, die energie leverde;
- de mogelijkheid om afvalslib en watermodder af te voeren.
Monument, met en zonder beschermde status
In oktober 2000 werd het gebouw ingeschreven als ‘monument historique’. Helaas werd deze status in november 2020 ingetrokken vanwege ernstige vervuiling, slijtage en instortingsgevaar.
Het gebouw staat grotendeels leeg, is vervallen en deels geplunderd. Hoewel een deel van de originele machines nog intact is, is restauratie een immense financiële uitdaging, waar tot op heden nog niet aan begonnen is.
Bezoek aan het lavoir
Het is helaas niet mogelijk het lavoir te betreden, maar je kunt het goed bekijken vanaf de Quai du Nouveau Port, langs de Route du Canal richting Ciry-le-Noble.
Toegang tot het terrein is alleen mogelijk bij speciale gelegenheden, zoals de Journées Européennes du Patrimoine.
Musée de la Mine in Montceau-les-Mines
Wie meer wil weten over het leven en werken in de mijnen van Blanzy en Montceau-les-Mines, kan terecht in het Musée de la Mine in Blanzy. Dit museum biedt tentoonstellingen en je kunt met een gids een nagebouwde ondergrondse mijn in.
Bezoekers krijgen een realistisch beeld van de zware omstandigheden waarin mannen, vrouwen, kinderen én paarden moesten werken.
meest recente blogs van zuidbourgogne.nl
Nicolas Rolin en Guigone de Salins: macht en barmhartigheid in Bourgondië
Tour de Bourgogne: een avontuur op de fiets
Sébastien Le Prestre de Vauban: de vestingbouwer van de Zonnekoning
De Eiffeltoren schrijft geschiedenis: 72 vrouwelijke wetenschappers krijgen hun plaats
La Voie Bleue wint Fietsroute van het Jaar 2026
De decanaten van Cluny: verborgen schakels in een middeleeuws machtsnetwerk
Église Saint-Pierre: barokke pracht in Chalon-sur-Saône
Saint-Vincent van Chalon-sur-Saône: de kathedraal die haar kleuren hervond
Chalon-sur-Saône: een stad die blijft verrassen
Château Pontus de Tyard: geboorteplaats van een renaissancedenker
Pontus de Tyard: de dichter die de hemel wilde begrijpen